50 jaar Onafhankelijkheid – Special

Ram Ramlal

“Het uitgegleden ideaal”


Op de avond van 25 november 1975, terwijl in Paramaribo de Surinaamse vlag voor het eerst als symbool van een onafhankelijke staat werd gehesen, lag Ram Ramlal — toen student in Nederland — op een versleten bank in de gemeenschappelijke huiskamer van zijn studentenflat. De televisiebeelden waren slecht, korrelig, nauwelijks te herkennen. Hij stond meerdere keren op om tegen het toestel te tikken in de hoop dat het beeld iets scherper werd. Maar de frustratie die hem werkelijk bezighield, viel niet op te lossen met een trap tegen de kast.

“Was het de televisie, of was het mijn ergernis dat Suriname juist die nacht onafhankelijk werd verklaard?”Ram Ramlal

“De basis was te wankel”

Maandenlang had Ramlal — toen een van de meest uitgesproken kritische stemmen binnen de Surinaamse diaspora — betogingen georganiseerd, gesprekken gevoerd en bijeenkomsten belegd. Zijn doel: zowel de Nederlandse als de Surinaamse politiek waarschuwen dat de voorwaarden voor een gezonde, stabiele staatsvorming onvoldoende waren.

Hij sprak met ministers uit het kabinet-Den Uyl, overlegde met Kamerleden, luidde de noodklok in diaspora-organisaties. Maar de waarschuwingen werden weggewuifd.

Volgens Ramlal zagen de betrokken partijen vooral een kans, geen risico:

  • De Nederlandse regering wilde Suriname graag loslaten.
  • Premier Henk Arron, gedreven door politieke ambitie, wilde koste wat kost vóór het einde van 1975 de onafhankelijkheid realiseren.

“We waren niet klaar. En dat wist iedereen.”

Vijftig jaar later: een pijnlijke balans

Nu, een halve eeuw na de historische dag, maakt Ramlal de balans op. En die valt volgens hem hard uit.

“We zien een verloederde samenleving.”

Hij wijst naar vier pijlers die volgens hem al decennia onder druk staan:

  • Gezondheidszorg: ernstig achteruitgegaan
  • Corruptie: diepgeworteld en wijdverspreid
  • Veiligheid: een groeiend probleem
  • Armoede: voor een groot deel van de bevolking dagelijkse realiteit

Hij noemt ook de teloorgang van sectoren die ooit symbool stonden voor potentie en vooruitgang.

“Bedrijven zoals landbouwbedrijf Wageningen liggen er troosteloos bij; stille getuigen van wat ooit mogelijk was.”

“Suriname is rijk, maar de bevolking is arm”

Het blijft een paradox die Ramlal al zijn hele volwassen leven bezighoudt: hoe kan een land met goud, bauxiet, olie, hout, vruchtbare grond en ongekende biodiversiteit toch zoveel armoede kennen?

Zijn antwoord: gebrek aan goed bestuur.

“Suriname mist leiderschap: een onkreukbare president, visie, en bestuurders met inhoudelijke kennis.”

Daarom pleit hij voor fundamentele hervormingen:

  • Verplichte notariële opgave van bezittingen voor álle bestuurders
  • Benoemingen op basis van deskundigheid, niet politieke loyaliteit
  • Strafbaarstelling van zowel gever als ontvanger bij corruptie
  • Een leiderschapsmodel dat transparantie en integriteit als kernwaarden hanteert

“Kijk naar landen die niets hadden — en toch bloeiden”

Ramlal verwijst naar voorbeelden als Singapore en Zuid-Korea: naties die zonder noemenswaardige natuurlijke hulpbronnen toch economische zwaargewichten werden. Niet dankzij hun rijkdom, maar dankzij hun leiderschap.

Volgens hem kan Suriname die weg óók bewandelen. De potentie is er. De energie ook. Alleen moeten de voorwaarden eerst op orde zijn.

Hoop, ondanks alles

Hoewel het oordeel van Ramlal scherp is, overheerst geen cynisme. Integendeel.

“Suriname kan economisch een sterke natie worden. Het kan! Maar dan moeten we samen de voorwaarden vervullen: leiderschap, visie, vrijheid van corruptie en daadkracht. Ik heb de hoop nog niet verloren.”

Vijftig jaar na de onafhankelijkheid blijft voor Ram Ramlal het ideaal van een eerlijk, stabiel en welvarend Suriname niet verdwenen — het is slechts uitgegleden. En het kan, als het aan hem ligt, weer worden opgeraapt.

Ram Ramlal

“Het kan. Maar we moeten het samen wíllen.”

Populaire posts van deze blog