50 jaar
onafhankelijkheid -special
Hanna Mitra
Rambaran:
“De
onafhankelijkheid van Suriname was voor mij persoonlijk het slechtste wat mij
is overkomen”
Wanneer bestuurskundedocent en voormalig Haags
gemeenteraadslid Mitra Rambaran terugkijkt op 25 november 1975, is dat niet met
vreugde of nostalgie, maar met een knoop in haar maag. De dag die in de
geschiedenisboeken staat als het begin van een zelfstandig Suriname, markeert
voor haar vooral een abrupt einde van haar jeugd — én het begin van een
pijnlijke scheiding.
“De onafhankelijkheid dwong mijn ouders tot
keuzes die niemand zou moeten maken,” vertelt Rambaran. “Mijn moeder vertrok
met de jongere kinderen naar Nederland. Ik bleef bij mijn vader. Van de ene op
de andere dag werd ik Surinaams staatsburger. Niet omdat ik daarover had
nagedacht, maar omdat de politieke situatie ons uit elkaar dreef.”
“Ik was bang
om op straat te lopen”
De aanloop naar de onafhankelijkheid herinnert
Rambaran zich als grimmig en onrustig. Spanningen tussen bevolkingsgroepen
liepen op, geruchten en angst bepaalden het straatbeeld. Voor een jong meisje
waren het dagen vol onzekerheid.
“Ik weet nog dat ik bang was om op straat te
lopen,” zegt ze. “De sfeer was scherp. Je voelde dat er iets groots op til
stond, maar niemand wist wat het zou brengen.”
Toch was er ook een diep besef dat dit een
historisch moment was — een moment dat nooit meer zou terugkomen.
“Ik dacht: ik moet deze beelden in mijn geheugen
griffen. Dit verdwijnt straks. Dit moet ik onthouden.”
Een stroom aan
verhalen
Vijftig jaar later ziet Rambaran dat het jubileum
veel in beweging zet. Schrijvers, onderzoekers, historici en nabestaanden
grijpen het moment aan om te vertellen wat de onafhankelijkheid voor hen heeft
betekend. Volgens haar is dat van onschatbare waarde.
“Het is goed dat er op zoveel manieren aandacht
voor is. Mensen voelen de noodzaak om hun verhalen te delen. Dat is belangrijk
— vooral voor jongeren. Zij moeten lezen wat de impact was, hoe ingrijpend dit
hoofdstuk is geweest voor duizenden gezinnen.”
De doorwerking
van een koloniaal verleden
Maar Rambaran benadrukt dat het verhaal van
onafhankelijkheid niet los te zien is van de ruim drie eeuwen koloniale
geschiedenis die eraan voorafging. En dat nog veel te weinig Nederlanders weten
welke rol instituties en bedrijven in die geschiedenis speelden.
“Nederland moet beseffen dat Suriname meer dan
300 jaar verbonden is geweest met Nederland. De doorwerking van het
slavernijverleden verdient veel bredere aandacht. De mainstream media doen daar
nog te weinig mee.”
Ze wijst op organisaties die inmiddels excuses
hebben aangeboden voor hun rol in het koloniale systeem — zoals ABN AMRO en De
Nederlandsche Bank — maar ziet tegelijk grote bedrijven die vrijwel ongemoeid
blijven.
“Heineken is groot geworden met compensatiegeld
voor vrijgemaakte tot slaaf gemaakten. En vandaag de dag koketteert het bedrijf
nog steeds met dat historische kapitaal in hun reclame. Maar omdat het grote
publiek deze feiten niet kent, komt niemand in opstand.”
“Kennis is een
vorm van herstel”
Voor Rambaran is het delen van deze verhalen een
noodzakelijke stap richting erkenning. Niet alleen van wat er in Suriname
gebeurde, maar ook van wat dat in Nederland heeft veroorzaakt — in families, in
gemeenschappen, in identiteiten.
“Kennis is een vorm van herstel,” zegt ze.
“Zolang mensen niet weten wat er is gebeurd, kunnen we het verleden niet echt
onder ogen zien. En zonder dat, komen we ook nooit bij echte erkenning.”
Vijftig jaar
later: terugkijken én vooruitzien
Vijftig jaar na de onafhankelijkheid kijkt Mitra
Rambaran niet alleen terug op een persoonlijke scheur in haar leven, maar ook
vooruit: naar een toekomst waarin het volledige verhaal verteld mag worden —
met alle pijn, nuance en kracht die daarbij horen.
