Ronald Venetiaan (1936–2025): Een staatsman van formaat, een mens van eenvoud
Door Eric Mahabier
8 november 2025 – Leidschendam
Suriname rouwt om het overlijden van Ronald
Runaldo Venetiaan, oud-president en een van de meest gerespecteerde leiders
die het land ooit heeft gekend. Op 89-jarige leeftijd is hij heengegaan, na een
leven dat volledig in het teken stond van dienstbaarheid, integriteit en
waardigheid.
Vijftien jaar lang stond hij aan het roer van de
Republiek Suriname — drie termijnen waarin hij de natie leidde met rust,
rede en rechtlijnigheid. Venetiaan was een man die geloofde in principes,
niet in populisme; in luisteren, niet in luidheid.
Hij was, kort gezegd, een staatsman van formaat — en tegelijk een mens van
eenvoud.
Een tiener,
een vlag en een glimlach
Mijn eerste ontmoeting met Ronald Venetiaan vond
plaats lang voordat ik journalist werd. Ik was toen een tiener met een
opmerkelijke hobby: het verzamelen van vlaggen van alle politieke partijen. Op
mijn oude Batavus-fiets trok ik door Paramaribo, op zoek naar partijcentra.
Zo belandde ik op een dag bij Grun Dyari,
het partijcentrum van de Nationale Partij Suriname (NPS). Ik vroeg aan
een man die uit het gebouw kwam of er misschien nog een vlag was. Zijn antwoord
was vriendelijk maar duidelijk:
“Er is niet meer.”
Net toen ik wilde vertrekken, hoorde ik een stem
in de verte:
“Ik heb wel één voor je!”
Een man met een rustige uitstraling liep naar
binnen en kwam even later terug met een groene vlag. Met een bescheiden
glimlach overhandigde hij die aan mij. Ik bedankte hem hartelijk, niet wetende
dat die man niemand minder was dan Ronald Venetiaan zelf — toen nog geen
president, maar al de belichaming van rust, vriendelijkheid en eenvoud.
Hij glimlachte, keek me recht aan en leek oprecht
blij dat hij een jonge Surinamer een plezier kon doen. Pas jaren later, toen ik
zijn foto’s in de krant zag, besefte ik wie mij toen dat stukje geschiedenis
had gegeven.
De
studentenprotesten – “Geen brood, geen school”
Enkele jaren later kruisten onze paden opnieuw —
dit keer aan weerszijden van een maatschappelijke discussie. Als student en
voorzitter van het landelijk Comité Noodkreet, waarin vrijwel alle
middelbare scholen vertegenwoordigd waren, leidde ik protesten tegen de
verhoging van de broodprijzen onder zijn eerste regering.
Onze leus was eenvoudig maar krachtig:
“Geen brood, geen school.”
Wat begon als een eerlijke noodkreet van
studenten, groeide uit tot een landelijke beweging. Maar na verloop van tijd
werd het protest politiek gekleurd en beïnvloed door externe krachten. Toen ik
merkte dat de actie haar zuiverheid verloor, trok ik mij terug. Uiteindelijk
bleven de broodprijzen onveranderd — zelfs verhoogd.
Toch bleef Venetiaan in mijn ogen de rustige
leider die hij altijd was. Hij reageerde niet met woede of wrok, maar met
begrip. Hij wist dat jongeren idealen hadden en dat verzet — mits zuiver — deel
is van de democratie.
De journalist en de president
Jaren later, als politiek verslaggever van eerst Dagblad
Suriname en later van De Ware Tijd, kwam ik Venetiaan in een andere
hoedanigheid tegen. Tijdens zijn tweede en derde presidentsperiode was ik bij
talloze persconferenties, partijbijeenkomsten, staatsbezoeken en veldbezoeken
aanwezig.
Hij had een bijzondere relatie met de pers: afstand, maar nooit afstandelijkheid.
Als je hem wilde spreken, moest je soms letterlijk tussen zijn veiligheidsmensen door manoeuvreren. Maar wanneer je hem aansprak, bleef hij altijd even vriendelijk en serieus.
Zijn standaardreactie bij korte interviews —
“Ja… ja…”
werd onder journalisten een begrip.
Dat was zijn subtiele manier om te zeggen dat het
gesprek voorbij was, zonder onbeleefd te zijn. Zelfs in zijn drukste momenten
vond hij tijd voor een kort, beleefd antwoord.
“Met wortel en tak uitroeien” – de Olifant-affaire
Een van de meest gedenkwaardige momenten uit mijn
journalistieke loopbaan met Venetiaan speelde zich af bij Stichting De
Olifant aan de Jagernath Lachmonstraat. Daar vond een besloten
bijeenkomst van de VHP plaats, in de aanloop naar de verkiezing van een
nieuwe president en vicepresident in de Verenigde Volksvergadering (VVV).
De pers was niet uitgenodigd, maar ik had lucht gekregen van de bijeenkomst en besloot te gaan. Bij aankomst werd ik vriendelijk maar beslist verzocht het terrein te verlaten.
“Na afloop mag u wel langskomen voor een
interview,”
werd mij gezegd.
Ik besloot te wachten in mijn auto, geparkeerd
vlak buiten de poort. Wat de organisatoren niet beseften, was dat de
geluidsinstallatie van de zaal tot ver op straat te horen was. Zo hoorde ik de
beruchte uitspraak van Venetiaan, waarin hij sprak over het
“met wortel en tak uitroeien”
van de oppositie (NDP).
Die woorden — fel, direct, maar in context bedoeld als strijd tegen onrecht — haalden groot nieuws. Het was pure primeurjournalistiek, maar ook een inkijk in Venetiaans ernst: hij sprak zelden hard, maar als hij het deed, meende hij het.
De president
in het veld – luisteren met ernst
Een ander onvergetelijk moment was tijdens de overstromingen in het binnenland, toen ik als onafhankelijke journalist met Venetiaan mee mocht. Met een delegatie trok hij per boot naar dorpen als Asidonopo om de noodsituatie met eigen ogen te zien.
Daar stond hij tussen de mensen — geen afstand,
geen protocol.
Hij luisterde naar hun verhalen, stelde gerichte vragen en gaf ministers ter
plekke opdrachten.
Zijn betrokkenheid was echt. Zijn ernst was voelbaar, maar nooit beklemmend.
Europa en het
Vaticaan – de president met waardigheid
Tijdens zijn derde termijn reisde Venetiaan als
staatshoofd naar Nederland, Denemarken, Italië en Vaticaanstad.
Ik mocht als correspondent van De Ware Tijd in Europa verslag doen van
deze bezoeken. Alles op kosten van De Ware Tijd; de Surinaamse regering
droeg geen cent bij.
In Denemarken was ik aanwezig voor
verslaggeving van de klimaattop, waar hij als staatshoofd samen met
andere wereldleiders deelnam aan de conferentie. Wat mij trof, was zijn eenvoud
te midden van de internationale drukte. Heel rustig stapte hij uit de auto bij
het hotel — met slechts één lijfwacht uit Suriname aan zijn zijde. Het
hotelpersoneel ontving hem met zichtbaar respect en warmte. Geen groot gevolg,
geen vertoon — alleen waardigheid en bescheidenheid.
In Nederland was het ontroerend om te zien hoe geliefd hij was bij de Surinaamse gemeenschap. Hij sprak, lachte, maakte grapjes — toch een man van het volk, zonder franjes.
In Vaticaanstad werd hij ontvangen door Paus
Benedictus XVI. De ceremonie was indrukwekkend, vol symboliek en eerbetoon.
Ik herinner me hoe Venetiaan zichtbaar ontroerd was. Zijn blik sprak boekdelen.
Een journalistieke miscommunicatie bij de
publicatie van mijn verslag — waarin onterecht werd gesteld dat de paus hem
“een lesje had geleerd” — bezorgde mij slapeloze nachten. Toen ik via de
ambassade mijn excuses aanbood, reageerde hij op karakteristieke wijze: koel,
kalm, glimlachend. Geen verwijt, alleen begrip.
Enkele dagen later, tijdens een bijeenkomst met
de Surinaamse gemeenschap in Nederland, begroette hij mij met zijn kenmerkende
brede glimlach en stond mij opnieuw een interview toe.
Dat was Venetiaan: vergevingsgezind, waardig, menselijk.
De eenvoud van grootheid
In Italië logeerde hij tijdens datzelfde
bezoek in een bescheiden hotel, met minimale beveiliging. Zijn agenda was
overvol, maar hij nam tóch de tijd voor een kort interview — in zijn
hotelkamer, terwijl hij zich haastte voor zijn volgende afspraak.
Hij was serieus in zijn werk, maar nooit
afstandelijk; streng voor zichzelf, mild voor anderen. Zijn eenvoud was geen
pose, maar een levenshouding.
De nalatenschap van Ronald Venetiaan
Ronald Venetiaan was meer dan een president. Hij
was een denker, een politicus die het spel heel goed kon spelen — maar bovenal
een mens van principes. Hij leidde niet door macht, maar door voorbeeld.
In zijn kalmte lag kracht.
In zijn stilte lag overtuiging.
En in zijn eenvoud lag grootsheid.
Tijdens de Nieuw Front-toppen en
vergaderingen op het kabinet van de president bleef hij dezelfde persoon die ik
als tiener had ontmoet: rustig, bedachtzaam, vriendelijk, maar altijd scherp.
Zijn ogen lazen meer dan woorden zeiden. Zijn glimlach was klein, maar oprecht.
R.R.V., zijn initialen die hij vaak gebruikte om aan te
duiden dat hij het was — zo ook een keer in een e-mail die ik van hem kreeg.
Ronald Venetiaan laat Suriname een erfenis na van
deugd, discipline en dienstbaarheid.
Hij was geen man van spektakel, maar van stilte die sprak.
Geen man van haast, maar van geduld dat bouwde.
Vandaag, terwijl het land rouwt, denk ik terug
aan die dag bij Grun Dyari — die groene vlag, die glimlach. Hij gaf mij
toen niet zomaar een vlag, maar een symbool van hoop en fatsoen.
Mijn herinneringen aan hem — van die eerste vlag
bij Grun Dyari tot de gesprekken op wereldpodia — vormen samen het beeld van
een man die nooit vergat waar hij vandaan kwam, en nooit ophield te werken voor
wat hij geloofde dat juist was.
Rust zacht,
president Venetiaan
Uw nalatenschap zal niet vergeten worden.
Uw glimlach, uw rust en uw onwrikbare geloof in het goede zullen blijven
voortleven — in de geschiedenis, en in de harten van de mensen die u mochten
ontmoeten.
Uw eenvoud, ernst en eerbaarheid zullen nog lang
het kompas blijven voor wie ooit de verantwoordelijkheid draagt om Suriname te
leiden.







