50 jaar onafhankelijkheid
– Special
Quintis Ristie
“Tiri un
kondre na fu wi ala” – Drie keer kijken: naar het verleden, naar het heden én
naar onszelf
Hij is een van de bekendste gezichten binnen de
Surinaamse gemeenschap, zowel in Paramaribo als in Nederland. Presentator,
programmamaker en verhalenverteller Quintis Ristie draagt Suriname al zijn hele
leven met zich mee — in zijn stem, zijn werk en zijn missie om mensen te
verbinden.
In het kader van 50 jaar onafhankelijkheid blikt hij terug, maar vooral
vooruit: met trots, met bewustzijn en met een scherpe blik op wat nog komen
moet.
“Een bron van
trots én verantwoordelijkheid”
Voor Ristie is de onafhankelijkheid van Suriname
veel meer dan een datum op de kalender. Het is een gevoel — diep, erfelijk en
gelaagd.
“De onafhankelijkheid is voor mij een diepe bron
van trots, maar ook een moment van reflectie,” vertelt hij. “Het herinnert mij
aan de moed van onze voorouders, die met kracht en vastberadenheid de weg naar
vrijheid hebben gebaand. Tegelijk voel ik de verantwoordelijkheid die wij nu
dragen om die vrijheid betekenis te geven.”
Opgegroeid in Suriname ziet hij hoe het land
gevormd is door zijn geschiedenis én door de uitdagingen die na 1975 op het pad
kwamen.
“We moeten niet alleen de glorie van het verleden
eren, maar ook leren van wat moeilijk was. Die lessen inspireren mij om bewust
en gedreven mijn eigen rol te spelen in onze samenleving — voor mijzelf en voor
mijn mede-Surinamers.”
“Deze dag is
ook een spiegel”
Wanneer de vlaggen worden gehesen en
volksliederen klinken, ziet Ristie niet alleen feest, maar ook een uitnodiging
tot eerlijkheid.
“Onafhankelijkheidsdag is voor mij een feest,
maar ook een spiegel,” zegt hij. “Een moment om te vieren wat we hebben
bereikt, maar ook om te kijken waar we vandaag staan.”
De realiteit is volgens hem helder: Suriname
heeft nog werk te doen. In het economisch herstel, in goed bestuur, in gelijke
kansen en vooral in het versterken van jongeren.
“Onze kracht ligt in het besef dat wij zelf
verantwoordelijk zijn voor verandering. Door ons verleden te kennen en onze
successen én fouten te erkennen, kunnen we beter bijsturen. Het heden vraagt om
samenwerking, inzet en vertrouwen in onze eigen capaciteiten.”
“Blijf trots,
maar ook kritisch”
Ristie’s boodschap aan het publiek is
tegelijkertijd warm, serieus en motiverend.
“Wees trots, maar blijf kritisch en leergierig.
Onafhankelijkheid is geen museumstuk, maar een levend programma. We moeten er
elke dag aan blijven bouwen.”
Vooral jongeren spelen daarin volgens hem een
sleutelrol.
“Laten we onze jongeren inspireren om niet alleen
te dromen, maar ook te doen. Met hun eigen handen en hoofd kunnen zij onze
economie laten bloeien en zorgen voor eerlijke kansen voor iedereen.”
Hij benadrukt verantwoordelijkheid en moed — het
durven maken van fouten én het vermogen om bij te sturen. Die houding ziet hij
als de basis voor een stevig nationaal bewustzijn, dat rust op autonomie,
zelfredzaamheid en solidariteit.
“Suriname is
van ons allemaal”
Aan het einde van het gesprek klinkt zijn
boodschap helder, warm en intrinsiek Surinaams: een oproep tot eenheid en
opbouw.
“Suriname is van ons allemaal. Laten we samen
blijven streven naar een sterk, vrij en rechtvaardig land, waar ieder individu
de ruimte krijgt om te groeien en bij te dragen aan het grotere geheel. Dit is
onze roeping en onze trots.”
En dan besluit hij zoals alleen Quintis Ristie
dat kan — met een zin die tegelijk poëtisch, krachtig en verbindend is:
“TIRI UN KONDRE NA FU WI ALA.”
Draag ons land — want het is van ons allemaal.
