50 jaar
onafhankelijkheid -special
Owen Venloo: “Vijftig
jaren tranen over Suriname(rs) – omdat we onze grootste kansen hebben laten
liggen”
Toelichting:
Met “tranen over Suriname(rs)” doelt Venloo zowel op het land als op het
volk. Hij benadrukt dat hij ziet hoe andere diaspora-gemeenschappen — zoals de
Marokkaanse en Turkse diaspora in Nederland — in organisatiekracht en
ondersteuning door hun regeringen de Surinaamse diaspora ver voor zijn, terwijl
Suriname dat potentieel nooit structureel heeft benut.
Voor jurist en oud-adviseur van het Surinaams
Consulaat in Amsterdam mr. Owen Venloo is het gouden jubileum van de Surinaamse
onafhankelijkheid geen moment van nostalgie, maar een pijnlijke confrontatie.
Vijftig jaar lang, zegt hij, heeft Suriname kansen laten liggen die al bij de
onafhankelijkheid zélf waren afgesproken. Kansen die het land — volgens hem —
hadden kunnen maken tot een regionale koploper.
Zijn boodschap is scherp, urgent en doorspekt van
bezorgdheid:
“Suriname is al 50 jaar het land van de gemiste
kansen. En nog steeds vloeien mijn tranen.”
“In 1975 is de
afspraak gemaakt — maar nooit nagekomen”
Volgens Venloo ligt de kern van Suriname’s
problemen in het ontbreken van één cruciaal element: een nationaal, wettelijk
verankerd diasporabeleid.
“In 1975 is namens de diaspora afgesproken dat er
een structureel beleid zou komen, samen met de diaspora ontwikkeld, en geleid
door een aparte coördinerende minister. Dat is impliciet vastgelegd in artikel
5, lid 2 van de Toescheidingsovereenkomst.”
Maar die afspraak, zegt Venloo, is in de
afgelopen halve eeuw nooit nagekomen.
“Geen enkele regering heeft de visie, ambitie of
moed gehad om deze contractuele verplichting uit te voeren — terwijl het in het
belang van alle Surinamers was.”
De gevolgen daarvan, stelt hij, zijn niet
theoretisch maar zeer concreet.
“Als dat
beleid wél was uitgevoerd, was er geen coup geweest”
Venloo spaart zijn woorden niet. Volgens hem
heeft het ontbreken van diasporabeleid direct geleid tot Suriname’s terugval.
“Als Suriname in 1975 wél serieus had ingezet op
nationaal diasporabeleid, was er in 1980 geen staatsgreep geweest. De diaspora
had stabiliteit, kennis, kapitaal en tegenmacht kunnen bieden.”
En dan zegt hij iets opmerkelijks:
“Dan had Suriname vandaag nog steeds — net als in
1976 — tot de top drie economieën van Zuid-Amerika kunnen behoren. Met hulde
aan de toenmalige regering-Arron.”
Voor Venloo staat vast: Suriname had een veel
sterkere, veiligere en welvarender positie kunnen hebben als het de
medewerkers, ondernemers, professionals en investeerders uit de diaspora had
erkend als een integraal onderdeel van de nationale ontwikkeling.
Suriname nu:
niet alleen figuurlijk, maar zelfs letterlijk aan het verdrinken
Zijn analyse beperkt zich niet tot bestuur en
economie. Venloo wijst ook op een acute bedreiging: klimaatverandering.
“Nu zien we dat Suriname niet alleen figuurlijk,
maar ook letterlijk aan het verdrinken is.”
Hij verwijst naar wetenschappelijke rapporten
waaruit blijkt dat de stijgende zeespiegel de gehele Surinaamse kustvlakte op
termijn kan overstromen. De steeds hevigere regenval versterkt dat risico.
En dan volgt zijn bitterste observatie:
“Suriname weigert gebruik te maken van de kennis
van Nederland, een wereldtopper in watermanagement en waterbouw. Terwijl
Nederland al meerdere malen heeft aangegeven graag te willen helpen — mits
Suriname eerst beleid ontwikkelt.”
Volgens Venloo ontbreekt het land aan een
duidelijke structuur, visie en verantwoordelijkheid.
De oplossing
volgens Venloo: twee ministers die het verschil kunnen maken
Zijn oproep is helder en concreet:
1. Een aparte
coördinerende minister voor Diasporabeleid
“Alleen zo kan de relatie tussen Suriname en zijn
wereldwijde gemeenschap eindelijk duurzaam worden vormgegeven.”
Hij wijst naar het actuele succes van diaspora-voetballers als zichtbaar
voorbeeld:
“Zij tonen elke dag hoe waardevol de diaspora is. Niet alleen in sport — in
álle sectoren.”
2. Een aparte
coördinerende minister voor Waterstaat
“Zonder integraal waterstaatbeleid zal Suriname
de volgende decennia onherstelbare schade lijden.”
Voor Venloo is het simpel:
“Zonder deze twee ministers blijft Suriname achter, en blijven mijn tranen
vloeien.”
Een
waarschuwend woord — en een laatste kans
De boodschap van Owen Venloo is niet alleen een
analyse, maar een waarschuwing:
“Vijftig jaar onafhankelijkheid betekent ook
vijftig jaar achterstallig beleid. Suriname moet nu kiezen: óf het gaat deze
historische fouten herstellen, óf het blijft een land van gemiste kansen.”
Toch is hij niet zonder hoop.
“De diaspora is groter, sterker en deskundiger
dan ooit. De wereld verandert snel. Suriname hoeft alleen maar de deur open te
zetten en de samenwerking serieus te organiseren.”
Zijn slotzin blijft hangen — donker, maar vol
verlangen naar verandering:
“Mijn tranen over Suriname en Surinamers zullen
blijven vloeien — tot het moment dat dit land eindelijk kiest voor visie,
eenheid en de toekomst die het verdient.”
