50 jaar Onafhankelijkheid-
Special
Reflecties op
50 jaar staatkundige onafhankelijkheid door Ernst Grep (57)
Mijn naam is Ernst Grep. Ik ben 57 jaar oud en
geboren in Paramaribo.
Herinneringen
aan de aanloop naar onafhankelijkheid
Als ik terugdenk aan de periode van de
onafhankelijkheid, moet ik eerlijk zeggen dat ik geen directe herinneringen heb
aan het moment zelf, vijftig jaar geleden. Wat mij wél is bijgebleven, is dat
mijn broer en ik vaak gingen logeren bij mijn tante, tante Vera Sedney. Het was
rond de onafhankelijkheidsdagen, en zij nam ons dan regelmatig mee op
verschillende praalwagens.
Op die praalwagens zag je dansende, vrolijke,
uitbundige mannen en vrouwen – mensen uit alle bevolkingsgroepen: Hindoestanen,
Javanen, Creolen, Chinezen. De sfeer was feestelijk, opgelucht zelfs. Het was
niet op 25 november zelf, maar in de dagen die eraan voorafgingen. Iedereen
leek blij te zijn.
Tante Vera was lerares, en zij vertelde ons
altijd dat onafhankelijkheid betekende dat we voortaan zelf zouden mogen
bepalen: baas in eigen huis, zelf verantwoordelijkheid dragen voor ons eigen
handelen. Dat is mij altijd bijgebleven.
Dankbaarheid
voor eerdere generaties
Wanneer ik nu terugkijk, zie ik dat veel jonge,
deskundige mensen – zowel binnen onze familie als daarbuiten – op jonge
leeftijd grote verantwoordelijkheden hebben gedragen, in het politiek bestuur
en in het bedrijfsleven. Ze hebben hun schouders eronder gezet, met vallen en
opstaan.
De geschiedenis kunnen we niet terugdraaien, maar
we kunnen er wel lessen uit trekken. We moeten vooral dankbaar zijn voor de
leiders en de mensen die het land niet hebben verlaten, maar
verantwoordelijkheid hebben genomen en hebben gedaan wat zij konden, ieder op
zijn of haar eigen manier. Aan hen zijn we veel verschuldigd.
Suriname in een liminale fase
Tegelijkertijd leven we nu in een tijd waarin
wijzelf aan zet zijn. Wij moeten verder bouwen op de schouders van onze ouders
en voorouders. Suriname bevindt zich, zoals ik het noem, in een liminale fase.
‘Liminale’ komt van het Latijnse limus: een tussenfase, een tussengrens.
Het is een spannende periode, een fase waarin het
oude niet meer werkt en het nieuwe nog onbekend is. Mensen gaan grenzen
opzoeken, de oude kaarten zijn niet langer bruikbaar. Het is een rommelige
tijd, soms chaotisch, maar dat hoeft niet te betekenen dat die chaos overwint.
In deze fase schuilen echter ook gevaren. We
moeten waken voor een toestand van permanente liminaliteit, waarin men niet wil
breken met het verleden en vast blijft houden aan gebruiken die niet meer
werken. Je ziet ook dat mensen soms bang zijn voor de pijn die verandering met
zich meebrengt. Er verschijnen wilde verhalen, halve waarheden en soms
regelrechte leugens, waarmee men probeert grip te krijgen op de onzekerheid.
Tricksters,
Pinocchio’s en machtsstrijd
In zo’n periode spelen ook zogenaamde tricksters
een rol – een fenomeen dat we kennen uit de Anansi-verhalen. Tricksters zorgen
voor beweging, voor het opzoeken van grenzen, en die heb je soms nodig om
verandering op gang te brengen.
Maar je hebt ook de ‘Pinocchio’s’: mensen die
leugenachtige verhalen vertellen en anderen misleiden. Als je goed kijkt en
observeert, kun je ze herkennen.
Daarnaast zie je in een liminale fase vaak een
intense machtsstrijd. Dat komt doordat fundamentele verhoudingen aan het
verschuiven zijn. Oude machtsstructuren werken niet meer, nieuwe zijn nog niet
gevormd. Het is belangrijk dat die machtsstrijd goed wordt begeleid.
De vraag die in zo’n fase centraal staat, is:
hebben we te maken met een crisis die moet worden geformeerd? Of is er sprake
van een daadwerkelijke transformatie? Is dit een tijdelijke verstoring waarna
we doorgaan zoals voorheen, of gebruiken we deze periode om te reflecteren, te
twijfelen en te bepalen wat we werkelijk nodig hebben voor de toekomst?
Het elite-probleem en de noodzaak van deugden
Een belangrijk thema dat hierbij naar voren komt,
is wat ik het elite-probleem noem. Met ‘elite’ bedoel ik de voorhoede van de
samenleving: de rechterlijke macht, de medische specialisten, de zorgsector, de
politieke leiders.
Vroeger werd de elite zorgvuldig geselecteerd en
opgeleid. Niet iedereen die naar de universiteit ging, maakte automatisch deel
uit van die groep.
In Suriname zien we dat de elite soms wel academisch
is opgeleid, maar dat opleiding alleen niet voldoende is. Voor goed bestuur en
verantwoordelijk leiderschap is meer nodig dan intelligentie en diploma’s. Het
gaat om de kardinale deugden.
Kun je handelen vanuit die deugden?
De zeven kardinale deugden zijn:
- Moed – de
moed om dingen te benoemen, ook wanneer dat persoonlijke consequenties
heeft
- Wijsheid
- Matigheid
– het vermogen om jezelf te begrenzen
- Integriteit
- Geloof
- Hoop
- Liefde
Deze deugden zijn essentieel omdat ‘kardinaal’
verwijst naar handelen: jouw handelen moet altijd in lijn staan met een hoger
doel. Als bestuurders vanuit die deugden handelen, komt het uiteindelijk goed.
Daarom is het belangrijk dat deze waarden stevig worden vastgehouden.
Een land met
enorm potentieel
Wanneer ik terugkijk op de afgelopen vijftig
jaar, zie ik een gemengd beeld. Er zijn mooie dingen gedaan, en er zijn zaken
die minder goed zijn gegaan. Maar ondanks alles staan we hier: we hebben een
land met enorm veel potentieel en een groot toekomstperspectief.
En nu zijn wíj de geschiedenis. Nu is het van
belang om te bepalen welke stippen we op de horizon moeten zetten.
Naar een
breedgedragen nationale ontwikkelingsvisie
Wat we nodig hebben, is een breedgedragen
ontwikkelingsplan – een nationale visie – met doordachte scenario’s. Die
scenario’s moeten financieel realistisch onderbouwd zijn en door de samenleving
worden gedragen.
Neem bijvoorbeeld het vraagstuk van migratie: we
moeten precies definiëren wat we onder migratie verstaan, hoeveel migranten we
willen toelaten, welke rollen zij kunnen vervullen, en welke rechten en
plichten daarbij horen. Willen we een groei naar 500.000 extra mensen, of naar
1 miljoen? Dat zijn geen losse ideeën, maar grote vraagstukken die doordachte
planning vereisen.
Dat noem ik planning by design: vooruit
plannen, bewust, met richting. Natuurlijk kunnen omstandigheden veranderen, en
dan moet je kunnen bijsturen. Maar de afgelopen decennia werd er vaker gewerkt
volgens planning by default: van dag tot dag kijken wat er gebeurt en
daarop reageren. Zo kunnen we niet verder.
Ontwikkeling
met de snelheid van een jet
De ontwikkelingssnelheid van Suriname zal de
komende jaren namelijk niet traag verlopen – niet als een Porsche, maar als een
jet.
Vanaf 2028 zullen de staatsinkomsten stijgen:
beginnend bij ongeveer 1,5 miljard Amerikaanse dollar per jaar, en richting
2030 oplopend tot ongeveer 6,5 miljard dollar per jaar. Dat creëert een totaal
nieuwe situatie.
Onze ouders leefden in een context waarin extra
uitgaven voor de sociale sector de economie uit balans konden brengen, terwijl
anderen juist bezuinigden om de economische stabiliteit te beschermen. Maar de
generaties na ons zullen dat dilemma veel minder hebben.
Financiering wordt niet langer het grootste
probleem; de uitdaging wordt hoe we verstandig plannen en hoe we die middelen
inzetten.
Daarom is een solide, toekomstgericht
ontwikkelingsplan geen luxe, maar een noodzaak. We hebben nu de kans om de
stippen op de horizon helder in beeld te brengen.
Het is aan ons – en aan de generaties die na ons
komen – om die kansen goed te benutten, zodat we een toekomst kunnen creëren
waarin we nooit meer in armoede hoeven te leven.


