50 jaar onafhankelijkheid
– Special
John Waalring
“Staatkundig
onafhankelijk, maar economisch nog lang niet vrij”
Vijftig jaar na de onafhankelijkheid van Suriname blijft voor veel
Surinaamse Nederlanders de balans tussen trots en teleurstelling precair. Eén
van hen is John Waalring, die al meer dan een halve eeuw in Nederland woont
maar zijn geboorteland nooit losliet. Zijn blik op het jubileumjaar wordt
gekleurd door een mengeling van hoop, scepsis en een diepgeworteld verlangen
naar echte gelijkwaardigheid.
“Ik heb een
dubbel gevoel”
Voor Waalring is de gedenkdag van 25 november
1975 nooit euforisch geweest. De historische verbondenheid tussen Nederland en
Suriname voelt voor hem nog altijd ongemakkelijk en — in zijn woorden — vaak
ongelijkwaardig.
“Ik heb een dubbel gevoel, want de relatie tussen
Suriname en Nederland is in de afgelopen jaren nooit optimaal geweest.”
Hij wijst op een patroon dat volgens hem al
decennialang zichtbaar is: een Nederlandse houding die zich superieur gedraagt,
en een Surinaamse afhankelijkheid die maar moeizaam wordt doorbroken.
“Den Haag heeft zich altijd superieur gevoeld ten
opzichte van Suriname en heeft de ontwikkelingshulp gebruikt als instrument van
machtsuitoefening.”
Het wringt: Suriname is staatkundig
onafhankelijk, maar volgens Waalring economisch nog steeds verstrikt in
afhankelijkheden.
Economische
afhankelijkheid: een realiteit die blijft schrijnen
Hoewel Suriname beschikt over rijke bodemschatten
— goud, bauxiet, olie — blijft de economische eigen kracht achter, zegt
Waalring.
“Suriname is in alle opzichten nog afhankelijk
van hulp van buiten. De exploitatie van de bodemschatten heeft nog niet geleid
tot het ophouden van de eigen broek.”
Voor iemand die zich jarenlang als professional
heeft ontwikkeld in Nederland, is dat pijnlijk. Niet omdat hij Nederland geen
thuis vindt, maar omdat hij de potentie van Suriname ziet — en de stagnatie die
daarop volgt.
“Met mijn kennis en ervaring zit ik nu al 52 jaar
in Nederland, terwijl ik best anders had gewild. Suriname heeft het kader in
Nederland heel hard nodig, maar geeft zelf weinig incentives.”
Het is een gemis dat hem raakt: een land dat
hoogopgeleid Surinaams talent nodig heeft, maar dat onvoldoende kansen en
vertrouwen biedt om dat talent terug te halen.
Vrij van de
leiband — maar niet van het verleden
Toch benadrukt Waalring dat staatkundige
zelfstandigheid een noodzakelijke stap was, en dat Suriname in ieder geval één
keten definitief heeft afgeworpen.
“Ik ben blij dat Suriname een zelfstandig land is en niet langer aan de leiband van Nederland hoeft te lopen.”
Hij noemt het koloniale tijdperk en de slavernij
“onverenigbaar met deze tijd” — systemen die diepe sociale en psychologische
sporen hebben achtergelaten. Gelijkwaardigheid tussen landen is voor hem het
uitgangspunt, al ziet hij dat veel westerse landen daar nog moeite mee hebben.
De echte
opdracht van de komende vijftig jaar
Als Waalring vooruitkijkt, is zijn analyse scherp
maar constructief. De staatkundige onafhankelijkheid is een feit, maar de
economische onafhankelijkheid — het fundament onder echte vrijheid — moet
volgens hem nog worden bevochten.
“De komende jaren moet hard worden gewerkt aan
economische zelfstandigheid, en daarin speelt onderwijs een belangrijke rol.”
Onderwijs, benadrukt hij, is niet alleen een
sector maar een motor: voor ontwikkeling, voor kritische vorming, voor
nationaal zelfvertrouwen en voor de toekomst van elke Surinamer.
“Daaraan kan iedere Surinamer een bijdrage
leveren.”
Het is een oproep die zowel aan het bestuur als
aan de samenleving is gericht — een pleidooi voor gezamenlijke inzet.
Tussen twee
werelden, met één hoop
John Waalring staat, net als zoveel Surinaamse
Nederlanders, met één been in Nederland en één in Suriname. Zijn oordeel is
kritisch, maar zijn verbondenheid is onmiskenbaar. De teleurstellingen van de
afgelopen vijftig jaar betekenen voor hem niet dat Suriname geen toekomst heeft
— maar wél dat het land fundamenteel moet durven veranderen.
Zijn dubbele gevoel verandert niets aan zijn wens
dat Suriname ooit echt zal floreren.

