50 jaar
onafhankelijkheid-special
Soedamah
Lachman:
“De belofte
van 1975 kunnen we alleen waarmaken als wij één koers durven te varen”
Voor Soedamah Lachman staat 25 november 1975 in
het geheugen gegrift als een nacht vol licht, muziek en ongekende hoop. De toen
jonge Surinamer stond in het Suriname Stadion, te midden van duizenden
landgenoten, toen de nieuwe vlag voor het eerst omhoogging. Het volkslied
galmde door de nacht en er werd luid gejuicht — een collectieve adem die
loskwam na eeuwen koloniale geschiedenis.
“Het was een golf van trots, hoop en
verbondenheid,” vertelt Lachman. “Een moment waarop wij als volk beseften dat
de verantwoordelijkheid voor onze toekomst nu in onze eigen handen lag.”
Onafhankelijkheid
als beginpunt, niet als bestemming
Nu, vijftig jaar later, kijkt Lachman met een
heldere blik terug op die historische gebeurtenis — en vooral op wat het land
sindsdien heeft doorgemaakt. Voor hem staat één ding vast: onafhankelijkheid
was nooit bedoeld als eindstation.
“Het is een voortdurend proces van bouwen,
verbeteren en versterken,” zegt hij. “Onze geschiedenis laat zien dat Suriname
alleen vooruitkomt wanneer wij één richting durven te kiezen. Een gedeelde
visie, gedragen door samenwerking, wederzijds respect en nationale eenheid.”
Volgens Lachman staat het land vandaag opnieuw op
een kruispunt. De uitdagingen zijn groot — economisch, politiek en sociaal —
maar dat geldt net zo goed voor de mogelijkheden.
De wereldwijde
Surinaamse gemeenschap als stille kracht
Een van de meest ingrijpende ontwikkelingen van
de afgelopen decennia is volgens Lachman het ontstaan van een krachtige
Surinaamse diaspora. Verspreid over de wereld, soms noodgedwongen vertrokken,
maar altijd verbonden met het land dat hen heeft gevormd.
“Het was niet altijd een makkelijke ontwikkeling,
maar het heeft ervoor gezorgd dat Suriname nu een wereldwijde gemeenschap heeft
die op talloze manieren bijdraagt aan de vooruitgang van ons land.”
Hij benadrukt hoe zichtbaar die kracht is in de
sport — waar Surinamers buiten het land successen behalen die, met een open en
omarmende houding, ook aan Suriname kunnen toekomen. Maar de diaspora is veel
meer dan dat.
“In onderwijs, zorg, economie, wetenschap, innovatie, kunst en cultuur — overal dragen Surinamers buiten onze landsgrenzen actief bij. Dat potentieel moeten we structureel onderdeel maken van onze nationale ontwikkeling.”
Lachman herinnert eraan dat er al in 2014 werd
gepleit voor een stevigere juridische en maatschappelijke band tussen Suriname
en zijn kinderen in het buitenland, inclusief het bespreekbaar maken van vormen
van dubbele nationaliteit.
Tijd voor
beleid: een Ministerie van Diaspora-zaken
Volgens Lachman is het tijd om van visie naar
actie te gaan.
“Suriname moet serieus werk maken van een
structureel diaspora-beleid.”
Hij pleit voor het opzetten van een Ministerie
van Diaspora-zaken, of op z’n minst een krachtig directoraat dat de relatie
tussen Suriname en zijn diaspora duurzaam vormgeeft.
Zo’n instituut moet niet symbolisch zijn, maar
functioneel: gericht op integratie, samenwerking, kennisdeling en economische
ontwikkeling. Volgens Lachman is dit niet alleen een wens, maar een
noodzakelijke stap om de toekomst van Suriname veilig te stellen.
“Kies opnieuw
voor samenhang, vertrouwen en vooruitgang”
Aan het einde van zijn boodschap richt Lachman
zich tot alle Surinamers — in Paramaribo, in de districten, in Nederland, in de
regio en daarbuiten.
“Laten we dit gouden jubileum aangrijpen om
opnieuw te kiezen voor samenhang, vertrouwen en vooruitgang. Richt je op wat
ons verbindt, niet op wat ons scheidt. Alleen als wij ieders bijdrage erkennen
en één koers durven te varen, kunnen we de belofte van 1975 waarmaken.”
Vijftig jaar na die nacht in het stadion klinkt
zijn oproep als een rustige, maar krachtige echo uit het verleden: een
herinnering dat onafhankelijkheid pas betekenis krijgt als een volk het samen
draagt.

