ARCHIEFGEHEIMEN 1975: 
Het Nederlandse verhaal (deel 2)

Nederland hield rekening met Surinaamse eis van ƒ10 miljard, maar Suriname vroeg het nooit: wat de MICOS-archieven werkelijk onthullen

 

EM Newsroom is diep in de MICOS-archieven van het Nationaal Archief gedoken en heeft de besluitvormingsdocumenten rond de Surinaamse onafhankelijkheid opnieuw bestudeerd. Uit dit onderzoek blijkt dat Suriname tijdens de onderhandelingen slechts een bescheiden eis van ƒ1 miljard naar voren bracht, terwijl er volgens interne Nederlandse ramingen volop ruimte was voor een veel hogere claim. De Nederlandse overheid hield intern zelfs rekening met een Surinaamse eis die kon oplopen tot ƒ10 miljard – en vreesde dat zo’n bedrag politiek en financieel onhoudbaar zou zijn. Uit de stukken blijkt bovendien dat Nederland herhaaldelijk signalen naar Paramaribo stuurde om de Surinaamse onderhandelingspositie vooral níet hoog op te schroeven.

 


Wanneer historici terugkijken op de aanloop naar Surinames onafhankelijkheid in 1975, ligt de nadruk vaak op het eindresultaat: een ontwikkelingsverdrag ter waarde van ƒ3,5 miljard gulden. Veel minder bekend is hoe intensief – en soms paniekerig – de Nederlandse overheid intern rekende, anticipeerde en manoeuvreerde om te voorkomen dat Suriname een veel hogere financiële claim zou neerleggen. Pas nu de archieven van de Ministeriële Commissie Onafhankelijkheid Suriname (MICOS) grondig zijn herlezen, wordt duidelijk hoe Nederland in werkelijkheid naar het proces keek.


Een nieuwe analyse van de MICOS-stukken uit 1973–1975, bewaard in het Nationaal Archief, laat zien dat Nederland intern uitging van een mogelijke Surinaamse eis die kon oplopen tot wel ƒ10 miljard gulden. Dit werd in interne nota’s benoemd als een serieus “risico”. Verrassend genoeg blijkt echter dat Suriname dit bedrag nooit heeft opgeëist – ondanks dat Nederland er stilzwijgend rekening mee hield. In een overleg met Surinaamse en Nederlandse ministers noemde een Surinaamse minister zelfs een bedrag hoger dan  ƒ1 miljard. Nederland stuurde bovendien herhaaldelijk signalen naar Paramaribo om “de eis niet te hoog te houden”, mede omdat een hogere claim ondragelijk zou zijn voor de Nederlandse begroting.

Het 7-miljardplan: de stille katalysator van Nederlandse angst

Het idee dat Suriname met een miljardenclaim zou komen, kwam niet uit de lucht vallen. Een gemengde Surinaamse en Nederlandse deskundigencommissie – met econoom en planoloog dr. ir. J.A. (Norbert) Essed als prominente trekker – had een omvangrijk ontwikkelings- en investeringsplan opgesteld. Dit plan berekende dat Suriname voor een reële economische inhaalslag in de daaropvolgende jaren ongeveer ƒ7 miljard nodig had.

Belangrijk:

  • Dit was geen politieke wenslijst, maar een technisch onderbouwd pakket aan maatregelen, kostenramingen en investeringsprogramma’s.
  • De Nederlandse regering kende dit bedrag en verwachtte dat Suriname het in de onderhandelingen als uitgangspunt zou gebruiken.
  • Binnen Nederlandse ministeries werd daarom aangenomen dat Suriname een bod zou doen dat “waarschijnlijk richting de 8 à 10 miljard gulden” zou gaan.

Met andere woorden: Nederland dacht dat Suriname het 7-miljardplan zou vertalen naar een formele onderhandelingseis – en misschien zelfs hoger zou inzetten. Maar dat gebeurde niet.

Wat de MICOS-archieven laten zien: een kabinet dat bang was voor het ‘worst-case scenario’

De MICOS-mappen bieden een direct venster op de zorgen, berekeningen en strategieën van Nederlandse ministers en topambtenaren in de maanden voordat het onafhankelijkheidsverdrag werd gesloten. Vier thema’s springen eruit.

1. Nederland vreesde een veel hogere Surinaamse eis dan uiteindelijk werd gesteld

Uit interne memo’s blijkt dat Nederlandse ambtenaren vrijwel unaniem verwachtten dat Suriname zou komen met een bedrag gebaseerd op het 7-miljardplan. Sommige departementen vreesden zelfs dat Suriname dit bedrag zou opschalen naar 8 tot 10 miljard gulden – een bedrag dat in Den Haag als financieel en politiek onhaalbaar werd gezien.

2. Het bedrag van 8–10 miljard mocht absoluut niet publiek worden

In MICOS-notulen staat dat onderhandelaars moesten voorkomen dat deze hoge interne ramingen zouden “uitlekken”. Een openbaar debat over zulke miljardenbedragen, zo waarschuwden ambtenaren, zou het politieke draagvlak in Nederland direct ondermijnen.

3. Angst voor precedentwerking: de Antillen, ontwikkelingshulp en binnenlandse politiek

De stukken tonen dat de angst niet puur financieel was. Als Suriname 8–10 miljard zou krijgen, zou dat volgens de MICOS:

  • tot claims van de Nederlandse Antillen kunnen leiden;
  • de totale ontwikkelingsbegroting onder druk zetten;
  • politiek explosief zijn voor het kabinet-Den Uyl.

4. Nederland wilde zo snel mogelijk onderhandelen en de bandbreedte stevig begrenzen

De archieven laten zien dat Den Haag haast had: niet om Suriname sneller onafhankelijk te maken, maar om de financiële ruimte dicht te timmeren vóórdat Paramaribo een hoger bedrag kon formuleren. Door snel te komen met een Nederlands voorstel, hoopte men de verwachtingen te sturen.

Het cruciale feit: Suriname vroeg het hoge bedrag nooit

De uitkomst is opvallend. Ondanks het feit dat:

  • het ontwikkelingsplan een behoefte van 7 miljard aantoonde;
  • Nederlandse ambtenaren rekening hielden met een eis tot 10 miljard;
  • Den Haag actief probeerde te voorkomen dat een hoog bedrag ter sprake kwam;

… heeft Suriname tijdens de formele onderhandelingen nooit een eis van deze orde gesteld.

In plaats daarvan kwam de Surinaamse regering met een aanzienlijk lager bedrag, waarna uiteindelijk een overeenstemming werd bereikt op ƒ3,5 miljard, vastgelegd als een pakket van langlopende ontwikkelingsmiddelen.

Voor Nederland voelde dit als opluchting; voor Suriname zou later de kritiek komen dat het land te laag had ingezet, zeker in vergelijking met de eigen 7-miljardraming.

Conclusie: de MICOS-archieven herschrijven het beeld van de onderhandelingen

De archieven tonen een historisch feit dat lang onderbelicht bleef:
de maximale bedragen die in Den Haag circuleerden, waren niet Surinaamse verlangens, maar Nederlandse angsten.

Nederland hield serieus rekening met een Surinaamse eis van 8 tot 10 miljard, gebaseerd op het realistische en gezamenlijk opgestelde 7-miljardplan. Maar Suriname legde dat bedrag nooit op tafel. Het eindresultaat – ƒ3,5 miljard – was dus niet het midden van een harde onderhandeling, maar het gevolg van een proces waarin de hoogste kaarten nooit zijn gespeeld.

 

Foto Nationaal Archief :  Fotograaf Bogaerts, Rob / Anefo





Populaire posts van deze blog