ARCHIEFGEHEIMEN 1975 (deel 5): Het Nederlandse verhaal

Helft van de verdragsmiddelen was binnen drie jaar na onafhankelijkheid al op

Toen Suriname op 25 november 1975 onafhankelijk werd, gaf Nederland het land een van de grootste ontwikkelingspakketten uit de moderne geschiedenis. Met ƒ3,5 miljard gulden – in sommige berekeningen zelfs ƒ3,7 miljard – moest Suriname gegarandeerd worden van tien tot vijftien jaar aan ontwikkelingssteun. Het geld moest rust brengen, economische groei stimuleren en de jonge republiek helpen op eigen benen te staan.

Maar uit onderzoek van EM Newsroom, gebaseerd op geanalyseerde stukken uit het Nationaal Archief in Den Haag, komt een heel ander beeld naar voren.

De verdragsmiddelen slonken in een razend tempo.

Binnen drie jaar na de onafhankelijkheid – tussen 1975 en 1978 – was ruim de helft van het totale hulppakket al uitgegeven, vastgelegd of juridisch verplicht.

Het tempo van besteding lag drie tot vier keer hoger dan gepland. Terwijl de verdragsmiddelen waren bedoeld voor ten minste tien jaar, leek het geld na een paar jaar al grotendeels “verbrand”.

Waarom gebeurde dit?
Hoe kon een decennialang hulpprogramma in zo’n kort tijdsbestek grotendeels vastgelegd raken?
En wie droeg verantwoordelijkheid: Nederland, Suriname, of allebei?

EM Newsroom dook in honderden pagina’s aan MICOS-notulen, ministeriële memo’s, diplomatieke rapporten, begrotingsstukken en projectadministraties. Het archief vertelt een verhaal dat tot nu toe grotendeels verborgen bleef.

 


De vergeten archiefstukken die het verhaal veranderen

In de archieven van onder meer:

  • MICOS (Midden- en Kleine Ontwikkelings Samenwerking)
  • Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking
  • Ministerie van Financiën
  • Ministerie van Buitenlandse Zaken
  • Nederlandse delegatierapportages uit Paramaribo
  • Surinaamse projectadministraties

komt telkens dezelfde alarmerende formulering naar voren:

“De besteding van de verdragsmiddelen verloopt versneld. Binnen drie jaar is reeds meer dan de helft gecommitteerd.”

Deze passage staat letterlijk in nota’s uit 1977 en 1978.
Het gaat niet alleen om geld dat Suriname ontving, maar vooral om:

  • juridisch bindende projectcontracten,
  • meerjarige toezeggingen,
  • vaste budgetverplichtingen.

In bureaucratische taal: het geld was weg, nog voordat het zichtbaar werd in de Surinaamse economie.

 

Hoeveel geld was er daadwerkelijk op?

Het totale pakket bij onafhankelijkheid bedroeg:

ƒ3,5 miljard

Volgens de archiefstukken was daarvan:

ƒ1,7 tot ƒ1,8 miljard

tussen 1975 en 1978 al vastgelegd, gecommitteerd of daadwerkelijk uitgegeven.

Ongeveer 50%.

Een ongekend tempo voor een hulpprogramma dat een decennium moest dragen.

 


Hoe kon het zo snel gaan? De vier belangrijkste oorzaken

1. Een tsunami aan projectaanvragen direct na 1975

Binnen enkele maanden na de onafhankelijkheid overspoelde de Surinaamse overheid het Nederlands-Surinaams overleg met een stroom van projectvoorstellen.

Het ging onder meer om:

  • wegenprojecten,
  • irrigatiesystemen,
  • moderniseringsprogramma’s voor ministeries,
  • honderden miljoenen voor sociale woningbouw,
  • landbouwmechanisatie,
  • onderwijsbouw,
  • industriële ‘startmotor’-projecten.

Veel voorstellen hadden geen realistische begroting, maar wel enorme financiële omvang.

Een MICOS-mede­werker waarschuwde al in 1976:

“Indien dit tempo voortduurt, zal het ontwikkelingsprogramma reeds in de eerste helft van de looptijd uitgeput raken.”

De waarschuwing kwam te laat.

 

2. Politieke druk aan beide zijden van de oceaan

Zowel Nederland als Suriname kampte met politieke verwachtingen die remmende factoren wegduwden.

Nederland wilde voorkomen dat Suriname economisch zou instorten in de eerste jaren van onafhankelijkheid. Een falende Surinaamse economie zou neerslaan op Den Haag, dat als voormalig kolonisator verantwoordelijk werd gehouden.

Suriname wilde laten zien dat onafhankelijkheid vooruitgang bracht – snel.

In interne diplomatieke rapporten schrijft een Nederlandse vertegenwoordiger:

“Wij hebben moeite om voorstellen tegen te houden. De politieke verwachting werkt remmende overwegingen tegen.”

De toon is herkenbaar: beide landen dreven mee op historische symboliek, niet op beheerste beleidsvoering.

 

3. Gebrek aan ambtelijke capaciteit in de jonge republiek

Suriname moest in 1975 in korte tijd een volledig zelfstandig ambtelijk apparaat opbouwen. Maar:

  • er waren te weinig ervaren beleidsmedewerkers,
  • projectadministratie stond in de kinderschoenen,
  • technische expertise ontbrak,
  • veel departementen waren chronisch onderbezet.

Dit leidde tot:

  • vage projectplannen,
  • onvolledige kostenramingen,
  • te optimistische tijdslijnen,
  • onderschatting van risico’s,
  • structurele vertragingen in uitvoering.

Projecten werden in Den Haag vaak te snel goedgekeurd, simpelweg omdat de capaciteit ontbrak om ze kritisch door te lichten.

 

4. De architectuur van de verdragsmiddelen zelf werkte versnelling in de hand

De verdragsmiddelen waren opgesplitst in verschillende fondsen:

  • projectfondsen
  • kredietlijnen
  • begrotingsondersteuning
  • garantiefondsen

Cruciaal detail: wanneer een project werd goedgekeurd, werd het budget onmiddellijk juridisch vastgelegd, zelfs al moest de uitvoering nog beginnen. Daardoor ontstond een papieren uitputting van middelen zonder dat het geld al daadwerkelijk was uitgegeven.

Een interne nota stelt:

“De financiële verplichtingen lopen ver vooruit op de feitelijke realisatie.”

Met andere woorden: de bouw moest nog starten, maar het geld zat al op slot.

 

1977: Nederland slaat alarm

In het Nationaal Archief bevinden zich vergaderstukken waarin Nederlandse bewindslieden groeiende paniek laten zien.

In een verslag uit 1977 staat:

“Wij constateren dat de helft der middelen reeds gecommitteerd is, terwijl het tijdpad van tien tot vijftien jaar nog niet voor een derde verstreken is.”

In de Tweede Kamer klonk zelfs het woord:

  • “budgettaire overschrijdingsdreiging”,
  • “onvoldoende beheersing”,
  • “te snelle beleidsaccumulatie in Paramaribo”.

Maar het was al te laat: de trein reed op volle snelheid.

 

Surinaamse reactie: ‘We kunnen niet tien jaar wachten’

Uit Surinaamse ministeriële notities blijkt dat Paramaribo de kritiek niet herkende als een probleem.

De argumenten die Surinaamse ministers gaven:

  • De economie stond in 1975 al op instorten.
  • Werkloosheid was extreem hoog.
  • Het land had infrastructuur nodig, geen bureaucratische vertraging.
  • De bevolking verwachtte zichtbare, tastbare vooruitgang.
  • Wachten was politiek onhaalbaar.

Een nota uit 1976 formuleert het onomwonden:

“Het geld is niet voor later, het is voor nu.”

Het illustreert de kloof in verwachtingen: waar Den Haag spreiding zag, zag Paramaribo urgentie.

 

Tegelijkertijd: mismanagement en structurele fouten

De archieven zijn voorzichtig maar duidelijk.

Er was sprake van:

  • slecht uitgewerkte projecten,
  • gebrekkige controlemechanismen,
  • kostenoverschrijdingen,
  • politiek gedreven prestigeprojecten,
  • administratieve chaos,
  • gebrek aan toezicht op uitvoering.

Nederlandse ambtenaren beschrijven:

“De combinatie van politieke druk, gebrek aan ambtelijke capaciteit en omvangrijke financiële middelen vormt een recept voor sterke versnelling van uitgaven.”

Een elegante manier om te zeggen: het systeem kon het geld niet aan.

 

1978–1979: het systeem kraakt

Aan het eind van de jaren zeventig leidde de voortijdige uitputting van middelen tot:

  • felle discussies over controles,
  • verwijten over en weer,
  • frustratie over trage uitvoering ondanks snelle toekenningen,
  • spanningen tussen Surinaamse ministeries,
  • begrotingsproblemen die steeds moeilijker te maskeren waren.

Sommige politici verbinden deze periode zelfs met de politieke instabiliteit die in 1980 culmineerde.

De verdragsmiddelen hadden vrede en stabiliteit moeten brengen.
In plaats daarvan werden ze een bron van groeiende spanningen.

 

De paradox: geld weg, maar weinig zichtbaar resultaat

Een van de meest opvallende conclusies uit de archieven:

Hoewel de helft van de middelen al was vastgelegd, bleef de economische groei achter.

Nederlandse rapporten klagen dat:

  • projecten vertraagd werden,
  • uitvoering vaak vastliep,
  • resultaten jaren op zich lieten wachten,
  • budgetten slonken zonder dat tastbare vooruitgang zichtbaar was.

In de diplomatieke correspondentie klinkt teleurstelling:

“Het geld is snel verbrand in papier, niet in beton.”

Conclusie

Na analyse van honderden pagina’s concludeert EM Newsroom:

  1. Binnen drie jaar na 1975 was al meer dan de helft van de verdragsmiddelen uitgegeven of vastgelegd.
  2. Dit kwam door een combinatie van:
    • extreem ambitieuze projectaanvragen,
    • politieke druk,
    • zwakke ambtelijke structuren,
    • gebrekkige planning en toezicht,
    • een financieringssysteem dat uitgaven vroegtijdig juridisch vastlegde.
  3. Zowel Nederland als Suriname dragen verantwoordelijkheid.
  4. Het oorspronkelijke doel – tien tot vijftien jaar gespreide ontwikkeling – werd al binnen enkele jaren ondermijnd.
  5. De gevolgen hiervan echoën nog altijd in de Surinaams-Nederlandse relatie en in de economische geschiedenis van Suriname.

Het grootste hulpprogramma uit de Nederlandse geschiedenis was bedoeld als stabiel fundament.
In werkelijkheid werd het een snel smeltend ijsblok dat de jonge republiek met grote verwachtingen maar onvoldoende bestuurlijke capaciteit liet werken met een financiële erfenis die al op was, nog voor de toekomst goed en wel begonnen was.

 

Foto’s Nationaal Archief

1.     Minister Bukman begroet de Surinaamse delegatieleider Henk Arron in verband met hervatting van de besprekingen over hervatting van ontwikkelingshulp. Fotograaf: Croes, Rob C. / Anefo

2.     Tweedaags overleg tussen regeringsdelegaties van Suriname en Nederland in het Catshuis. Vlnr Arron, Den Uyl, Zeevalking, Cambridge, Hoost en De Gaay Fortman. Fotograaf: Verhoeff, Bert / Anefo

3.     Vertrek van Schiphol van Surinaamse regeringsdelegatie; 1988 Sinterklaas geeft premier Arron (m) zak met geld, rechts Lachmon. Fotograaf: Croes, Rob C. / Anefo

 

Populaire posts van deze blog