ARCHIEFGEHEIMEN 1975  (deel 4): Het Nederlandse verhaal


Arron verzette zich fel tegen versoepelde opvang van Surinamers in Nederland uit angst voor leegloop

Het is een van de meest hardnekkige misvattingen in de discussie over de Surinaams-Nederlandse geschiedenis: het idee dat de Surinaamse regering in de aanloop naar de onafhankelijkheid van 1975 graag zag dat Surinamers naar Nederland migreerden — of zelfs aandrong op ruimere vertrek- en vestigingsmogelijkheden.

Volgens dat beeld zou Suriname ervan uit zijn gegaan dat Nederland de toestroom zou opvangen. Soms wordt zelfs beweerd dat Suriname wilde dat burgers vrij konden kiezen of zij na 25 november 1975 in Paramaribo of in Amsterdam hun toekomst zouden opbouwen.

Maar dat beeld klopt niet. Integendeel.

Een uitgebreid onderzoek in de Nederlandse MICOS-archieven — de officiële notulen, memo’s en briefwisselingen rondom de onafhankelijkheidsbesprekingen — schetst een diametraal ander beeld.

Waar Nederland worstelde met de vraag hoe het de migratie van tienduizenden Surinamers praktisch moest opvangen, blijkt Suriname zélf juist nauwgezet te hebben gewaakt voor elke maatregel die vertrek naar Nederland zou kunnen stimuleren.

En de spil in dat verzet? Premier Henck Arron.


Arrons duidelijke boodschap: géén versoepeling, géén stimulans, géén uitnodigende opvang

Uit de archiefstukken komt één rode draad consequent terug: de Surinaamse regering vreesde een “leegloop” van arbeidskrachten — vooral van hoger opgeleiden — en verzette zich daarom tegen élk signaal dat migratie naar Nederland makkelijker, aantrekkelijker of veiliger zou maken.

In de MICOS-notulen valt terug te lezen dat Suriname:

  • niet wilde dat Nederland extra opvangcapaciteit zou creëren,
  • geen verruiming van toelatingsprocedures wilde,
  • geen uitbreiding van huisvestings- of begeleidingsregelingen accepteerde,
  • en vond dat Nederland geen voorlichting moest geven die als aanmoediging kon worden opgevat.

Nederlandse memo’s uit die periode bevestigen dat standpunt. Verschillende departementen schreven dat Suriname “geen signalen wilde afgeven die migratie konden vergroten” en dat versterking van Nederlandse opvang “ongewenst” werd geacht omdat het vertrek zou kunnen versnellen.

De houding was consistent, herhaald en scherp. De Surinaamse delegatie gebruikte woorden als “onthouding”, “geen signalering”, “geen versoepeling”, “geen uitnodigende werking”.

Waarom Arron de migratie wilde afremmen

Surinames verzet tegen versoepeling was niet ideologisch, maar rationeel. Uit de archieven komt een duidelijk motievenkader naar voren: behoud van menselijk kapitaal, bescherming van politieke stabiliteit en controle van de symboliek van onafhankelijkheid.

1. De angst voor verlies van menselijk kapitaal

De Surinaamse economie stond in 1974–1975 op wankele poten. Het land had een kleine beroepsbevolking, leunde zwaar op een beperkte groep geschoolde werknemers en zou na onafhankelijkheid grote behoefte hebben aan:

  • onderwijzeressen en leraren,
  • verpleegkundigen,
  • technici en ambachtslieden,

  • administratieve krachten,
  • agrarische vakmensen,
  • jonge afgestudeerden en professionals.

Precies deze categorieën waren het meest geneigd de oversteek naar Nederland te maken, waar betere lonen, stabielere carrièremogelijkheden en grotere zekerheid lonkten.

Arron vreesde dat juist de mensen die “het nieuwe Suriname moesten dragen” zouden vertrekken. Uit de stukken blijkt dat dit niet slechts een zorg was, maar een centraal politiek punt dat hij herhaaldelijk maakte.

2. Politieke en economische kwetsbaarheid van een jonge staat

Een onafhankelijke staat met minder dan een half miljoen inwoners kon het zich niet veroorloven om in korte tijd tienduizenden burgers kwijt te raken.

De Surinaamse regering wees in gesprekken met Nederland op risico’s voor:

  • de arbeidsmarkt,
  • de belastinginkomsten,
  • de productiviteit in vitale sectoren,
  • de continuïteit van de publieke dienstverlening,
  • en zelfs de legitimiteit van de nieuwe republiek.

Een ongecontroleerde uitstroom kon de jonge staat ondermijnen nog voordat deze volledig was opgebouwd.

3. Symboliek: onafhankelijkheid mocht geen “vertreksignaal” worden

Arron wilde dat de onafhankelijkheid een moment van vertrouwen en nationale trots zou zijn, niet het begin van een massale exodus.

Daarom vroeg hij Nederland geen beleid te voeren dat — zelfs onbedoeld — suggereren kon dat Suriname geen toekomst bood. Te aantrekkelijke opvang in Nederland zou, zo vreesde Paramaribo, kunnen worden geïnterpreteerd als een waarschuwing dat Suriname instabiel of onleefbaar was.

Dat mocht niet gebeuren.


Nederland in een spagaat: rijksgenotenrecht vs. Surinaamse zorgen

De Nederlandse regering zat door Arrons standpunt in een ingewikkeld dilemma.

1. Surinamers waren rijksgenoten — en hadden vrij toegang

Tot de onafhankelijkheidsdatum op 25 november 1975 hadden ruim 300.000 Surinamers het recht om naar Nederland te komen en zich in Nederland te vestigen. Nederland kon dat recht formeel niet beperken.

2. Tegelijk moest Nederland rekening houden met Suriname

Nederland wilde voorkomen dat het de nieuwe staat schade toebracht. Als Nederland te uitnodigend werd, zou dat precies de migratiegolf kunnen veroorzaken die Arron probeerde te vermijden.

3. Maar de realiteit haalde de diplomatie in

Hoe terughoudend Nederland ook formuleerde, in de praktijk kwamen tienduizenden mensen richting Nederland — vaak in de maanden vóór de nationaliteitswijziging.

Suriname hield voet bij stuk: geen versoepeling, geen extra voorzieningen

Uit de MICOS-stukken blijkt dat Paramaribo gedurende heel 1974–1975 een strikte lijn aanhield.

Suriname wilde:

  • geen Nederlandse voorzieningen die op migratie leken te anticiperen,
  • geen opvanglocaties die een ‘signaalwerking’ konden hebben,
  • geen verruimde toelating, zelfs niet tijdelijk,
  • geen begeleiding die aantrekkelijk kon uitpakken,
  • en geen gezamenlijke rol in Nederlandse migratievoorlichting.

In verschillende documenten wordt gesproken van “onthouding”, “niet faciliteren”, “niet accommoderen”, en “geen aanvullende maatregelen die als uitnodiging kunnen worden geïnterpreteerd”.

Voor Suriname was dit een rode lijn.

Waarom het misverstand over “gestimuleerde emigratie” toch ontstond

Ondanks die rode lijn leeft in Nederland — en soms in Suriname — nog steeds het idee dat Paramaribo vertrek wilde stimuleren.

De migratie vond tóch plaats

Hoewel Suriname ontmoedigde, stonden in 1975 toch lange rijen voor reisbureaus, werden extra vluchten ingezet en arriveerden binnen korte tijd vele tienduizenden Surinamers in Nederland.

Een migratiegolf van die omvang lijkt op beleid, maar was in werkelijkheid vooral burgergestuurd.

Hoe Surinamers in Nederland werden opgevangen — en waarom dat voor sommigen toch voelde als “versoepeling”

Wat Suriname níet wilde, gebeurde toch: duizenden Surinamers reisden naar Nederland. De Nederlandse overheid stond juridisch in de positie dat zij iedereen die arriveerde moest toelaten. Maar er bestond géén centraal opvangprogramma.


Het gevolg: een geïmproviseerd, versnipperd maar uiteindelijk structureel opvangnetwerk, grotendeels gedragen door gemeenten.

1. Noodopvang en pensions: de eerste golf

In de zomer en herfst van 1975 steeg het aantal aankomsten tot ongekende hoogte. Gemeenten als:

  • Amsterdam,
  • Rotterdam,
  • Den Haag,
  • Utrecht,
  • Tilburg,
  • Dordrecht,

zagen in zeer korte tijd duizenden nieuwkomers binnenkomen.

Zonder landelijk plan grepen de steden naar noodmaatregelen:

  • goedkope hotels en pensions werden gehuurd;
  • tijdelijke opvanglocaties werden ingericht;
  • Surinaamse families namen grote aantallen verwanten in huis;
  • gemeentelijke diensten richtten crisisteams op.

Vooral Amsterdam — waar al een grote Surinaamse gemeenschap woonde — werd het middelpunt van de toestroom.

2. Gemeenten boden huisvesting, werkbemiddeling en sociale zorg

Zodra mensen eenmaal in Nederland waren gearriveerd, trad een ander juridisch principe in werking: als rijksgenoten hadden zij recht op:

  • inschrijving in de gemeente,
  • toegang tot de woningmarkt,
  • sociale voorzieningen,
  • medische zorg,
  • onderwijs,
  • en bemiddeling op de arbeidsmarkt.

Steden moesten dus wel organiseren. Zo ontstonden:

  • speciale loketten voor Surinaamse nieuwkomers;
  • woningtoewijzing via woningbouwverenigingen;
  • trajecten bij arbeidsbureaus;
  • maatschappelijke opvang via kerkelijke en welzijnsorganisaties.

Veel van deze voorzieningen waren niet speciaal voor Surinamers ontworpen, maar werden wel intensief gebruikt door nieuwkomers door de massaliteit van de migratie.


3. Was dit versoepeling?

Formeel: nee.
Nederland voerde geen beleid om Surinamers extra te trekken of te bevoordelen.

Praktisch: ja, voor wie eenmaal was gekomen.

Door het rijksgenotenrecht, de massaliteit van de migratie en de humanitaire noodzaak ontstond feitelijk een toegankelijk opvangnetwerk dat in die jaren voor veel andere migrantengroepen minder goed bestond.

In die zin kan de opvang achteraf “versoepeld” lijken — maar alleen omdat Nederland moest reageren op een instroom waar het formeel geen rem op kon zetten.

De conclusie van het onderzoek

Uit al het onderzochte materiaal komt een eenvoudig, maar belangrijk inzicht:

Henck Arron wilde de bevolking behouden.
Hij wees elke versoepeling van migratie- of opvangregelingen af.
Hij waarschuwde Nederland dat soepel beleid een leegloop zou veroorzaken.
Nederland erkende die zorg — maar kon niet voorkomen dat de migratiegolf alsnog ontstond.

 

Foto’s Nationaal Archief

1.       1 Aankomst Surinamers op vliegveld Schiphol en opvang in het Witte Huis te Soest; Surinamers op Schiphol. Fotograaf Peters, Hans / Anefo.

2.      2  Aankomst Surinamers op vliegveld Schiphol en opvang in het Witte Huis te Soest; Surinamers voor het Witte Huis. Fotograaf: Peters, Hans / Anefo

3.       3 Aankomst van enkele honderden Surinamers op Schiphol. Aangezien zij geen onderdak hebben, worden zij opgevangen door het Centraal Bureau Uitvoering Vestigingsbeleid Rijksgenoten. Foto: In hotel Het Witte Huis in Soest - waar zij tijdelijk onderdak krijgen - worden zij voorzien van kleding en schoenen. Fotograaf: Peters, Hans / ANEFO / NA (04894)

4.       4 Laatste vlucht uit Suriname op Schiphol; Surinamers na aankomst. Fotograaf: Bogaerts, Rob / Anefo.

5.       5Surinamers ondergebracht in Frederikkazerne in Leeuwarden nieuwe bewoners voetballen op plein voor kazerne. Fotograaf: Verhoeff, Bert / Anefo

6.       6Opvangcentrum voor Surinamers in Putten; de eerste familie in het opvangcentrum in het dagverblijf. Fotograaf: Mieremet, Rob / Anefo

Populaire posts van deze blog