Slavernijorganisaties stellen vragen over
Nederlandse positie bij VN-resolutie
De Stichting Nationaal Monument Nederlands
Slavernijverleden en het Landelijk Platform Slavernijverleden hebben scherpe
vragen gesteld aan D66 en het kabinet over de Nederlandse onthouding bij de
belangrijke VN-resolutie over slavernij. De organisatie noemt het besluit een
gemiste kans en plaatst vraagtekens bij de geloofwaardigheid van eerdere
excuses voor het slavernijverleden.
De vragen richten zich op de VN-resolutie “Trafficking
of Enslaved Africans and Racialized Chattel Enslavement of Africans”, die
door veel lidstaten wordt gezien als erkenning van slavernij als een van de
zwaarste misdaden tegen de menselijkheid. Nederland koos er echter voor zich te
onthouden van stemming.
De stichting wil weten op basis van welke
bezwaren dit besluit is genomen en of dit standpunt in lijn is met het
bestaande beleid van het Koninkrijk der Nederlanden.
Reactie en
kritiek
Volgens de stichting staat de onthouding haaks op
eerdere excuses van de Nederlandse overheid en andere instellingen. Zij
verwijzen onder meer naar de excuses van de regering en het koningshuis, waarin
slavernij expliciet werd erkend als een misdaad tegen de menselijkheid.
De organisatie stelt dat Nederland juist nu een
“logische stap vooruit” had kunnen zetten door de resolutie te steunen.
Historische
context
De brief benadrukt dat de gevolgen van slavernij
nog steeds voelbaar zijn in de samenleving, onder meer door structurele
ongelijkheid en historisch trauma. Ook wordt gewezen op het feit dat nazaten
van tot slaaf gemaakten nooit compensatie hebben ontvangen, terwijl
slaveneigenaren destijds wel financieel werden gecompenseerd.
Daarnaast verwijst de stichting naar
internationale afspraken over herstel en compensatie voor slachtoffers van
mensenrechtenschendingen.
Oproep en
vervolg
De stichting pleit voor de oprichting van een
staatscommissie die zich richt op een integrale aanpak van het
slavernijdossier. Ook vraagt zij om verdere stappen richting herstelrecht en
wettelijke verankering van eerdere excuses.
De organisatie geeft aan open te staan voor
overleg met de overheid en betrokken partijen.
De vragen aan D66 en het kabinet markeren een
nieuw moment in het debat over de Nederlandse rol in het slavernijverleden en
de internationale positie van Nederland in dit dossier.
