De man achter
de macht:
Herinneringen
aan Chan Santokhi
Door Eric Mahabier
Het nieuws van zijn overlijden op maandag 30
maart kwam niet als een klap, maar als een stille dreun die langzaam doordrong.
Chan Santokhi is er niet meer. Voor het grote publiek een president, een
minister, een leider. Voor mij ook een man van korte antwoorden, onverwachte
openheid en momenten die zich nooit volledig lieten vastleggen.
Mijn eerste kennismaking met hem was op afstand,
als student. Via de radio. Via interviews uit zijn tijd als commissaris van
politie. Hij klonk als iemand die controle had, die wist waar hij stond. Toen
hij minister van Justitie en Politie werd, werkte ik al als journalist bij De
Ware Tijd. Vanaf dat moment veranderde afstand in contact.
Wat me direct opviel: zijn bereikbaarheid. We
mailden regelmatig. Ik stelde vragen over dossiers, ontwikkelingen, artikelen.
Zijn antwoorden kwamen snel. Maar altijd kort. Zakelijk. Soms bijna cryptisch.
Alsof hij precies wist hoeveel hij kon zeggen en vooral hoeveel niet.
Die spanning tussen openheid en controle zag ik
het scherpst op een dag die me altijd zal bijblijven.
Op de stoep bij de wekelijkse ministerraad stond
hij tegenover een muur van journalisten. Microfoons werden hem bijna in het
gezicht gedrukt. Het ging over Desi Bouterse. Over macht. Over spanningen die
voelbaar waren tot in de vezels van het land.
Iedereen stelde vragen. Ik stelde er één.
Waarom laat je hem niet arresteren?
Het moment bevroor.
Santokhi, altijd beheerst, altijd gecontroleerd, begon te stotteren. Zocht naar
woorden. Voor een fractie van een seconde viel het masker weg. Daar stond geen
minister, maar een man gevangen tussen macht en realiteit.
Diezelfde nacht werd ik wakker gebeld door
Bhagwan. Zijn stem was gespannen. Ik
moest onmiddellijk naar Stichting De Olifant komen. Breaking news.
Nog half in de roes van slaap en adrenaline reed
ik ernaartoe. Daar volgde de verklaring van de VHP: bedreigingen vanuit de hoek
van Bouterse richting Santokhi. Wat overdag begon als een journalistieke
confrontatie, eindigde ’s nachts in politieke escalatie. Op dat snijvlak bewoog
Santokhi zich en ik zat er middenin.
Maar wie hem alleen in die spanning zag, kende
hem niet volledig.
Ik zag een andere Santokhi in Frans-Guyana. Ik
was de enige journalist van De Ware Tijd die mee mocht, samen met delegaties
van het Openbaar Ministerie en het Korps Politie Suriname. Daar werd een
verdrag getekend met Nicolas Sarkozy (toen Franse minister van Binnenlandse
Zaken).
De handtekeningen waren formeel. De woorden
zorgvuldig. Maar later, op het water, tijdens een gezamenlijke boottocht, zag
ik iets anders. Een Santokhi die lachte. Die losliet. Die genoot. Even geen
minister, geen machtsspel, maar gewoon een man tussen mensen.
Ironisch genoeg zou juist dat verdrag later voor
politieke storm zorgen. Frankrijk kreeg vergaande bevoegdheden in Suriname. Wat
toen samenwerking was, werd later discussie.
In de jaren daarna zag ik hem opnieuw veranderen.
Als parlementariër richtte hij zich sterk op de diaspora. Nederland werd een
vaste halte. Daar ontmoette ik, als correspondent van De Ware Tijd in Europa,
hem opnieuw, in een setting die minder formeel was, maar soms veel
onthullender.
Ik herinner me een dag in Wateringen. Ik zou
meerijden met Iwan (wijlen) naar een bijeenkomst. Maar eerst moesten we
Santokhi ophalen in Wateringen. In een zwarte Mercedes reden we ernaartoe. Hij
nam zijn telefoon niet op, tot ineens een raam openging en hij zelf verscheen.
“Nog vijf minuten,” riep hij.
Wat daarna volgde, was geen gewone rit. Het was
een inkijkje in een wereld die normaal gesloten bleef. In de auto sprak hij
open. Over politieke strategieën. Over spanningen binnen zijn partij. Over
bewegingen achter de schermen. Dingen die je niet opschrijft. Dingen die je
onthoudt.
Later, toen verkiezingen dichterbij kwamen, werd
dat patroon sterker. In de aanloop naar verkiezingen werden zijn bezoeken aan
Nederland frequenter. Hij kreeg ondersteuning, waaronder vervoer met chauffeur.
Ik zat opnieuw eens naast hem in zo’n auto. We spraken over ontwikkelingen die
nog moesten plaatsvinden, over krachtenvelden die niet zichtbaar waren voor het
publiek.
En dan waren er de momenten die niets met
politiek leken te maken te hebben. Avonden bij Max thuis. Wijn op tafel. Muziek
op de achtergrond. Daar sprak hij anders. Vrijer. Menselijker. Daar hoorde ik
verhalen die nooit het nieuws haalden, maar misschien wel het meest zeiden.
Toen hij president werd, veranderde alles.
Het contact werd afstandelijker.
WhatsApp-berichten bleven liggen. Of kwamen laat. Of bestonden uit één woord.
Ja. Nee. De druk van het ambt hing er tussen, zelfs in stilte.
Ons laatste contact was in november vorig jaar.
Ik was net begonnen met EM Newsroom. Binnen de VHP rommelde het. Spanningen
rond de komende bestuursverkiezingen. Zelfs zijn positie stond onder druk.
Ik stuurde hem vragen.
Hij reageerde meteen.
Zoals ik hem kende.
Zijn woordvoerder zou antwoorden. Maar dat liep
anders. Er kwamen voorwaarden. Controle, inzage vooraf. Dat was niet mijn
manier. Daar eindigde het.
En nu is er alleen nog herinnering.
Aan een man die nooit eenvoudig was. Die direct
kon zijn, maar ook gesloten. Die snel antwoordde, maar weinig prijsgaf. Die in
het openbaar standvastig leek, maar soms zichtbaar worstelde met de grenzen van
zijn macht.
Ik heb hem gezien op stoepen en in vergaderzalen.
In auto’s en op het water. In spanning en in ontspanning. In controle en in
twijfel.
Niet één Santokhi, maar meerdere.
En misschien is dat wat hem het meest typeert:
een man die je nooit volledig kon doorgronden, maar die je ook nooit vergat.
