Barryl Biekman


Van excuses naar rechtsherstel, van pijn naar kracht:

Barryl Biekman pleit voor een eerlijk en moedig gesprek en claimt een rol voor de diaspora

Surinaamse diaspora buitenspel? Biekman wil niet voorbarig oordelen

Dr. Barryl A. Biekman, mensenrechtenactivist en reparations-expert, geeft in een reactie aan EM Newsroom aan uit te kijken naar de resultaten van de recent ingestelde Heritage Commission in Suriname. Volgens haar is het essentieel dat de verschillende commissies niet alleen worden beoordeeld op hun samenstelling, maar vooral op hun uiteindelijke impact.

“Er zijn verschillende commissies ingesteld en belangrijk is het eindresultaat. Als we het doen, laten we het dan direct goed doen. Ik ben voor een fundamentele aanpak.”

Tegelijkertijd benadrukt Biekman dat het niet aan haar is om te bepalen welk beleid Suriname moet voeren of hoe het land zijn commissies structureert. Wel vindt zij dat er een minimale waarborg moet zijn voor betrokkenheid van de diaspora.

“Het is aan Suriname om haar eigen koers te bepalen. Maar het zou goed zijn als er minimaal één vertegenwoordiger uit de diaspora betrokken is, om het proces scherp te houden.”

Focus op grondrechten en holistische benadering

Biekman noemt met name de Commissie Grondrechten als een belangrijk aandachtspunt. Zij verwacht dat deze commissie het vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken en binnen een bredere, holistische visie zal benaderen.

Grondrechten, stelt zij, kunnen niet los worden gezien van historische, sociale en internationale contexten.

Zorgen over gesprekken Nederland–Suriname

Wat haar het meest bezighoudt, zijn de lopende gesprekken tussen Nederland en Suriname. Volgens Biekman is er onvoldoende duidelijkheid over de inhoud en richting van deze besprekingen.

“Ik ben er niet geruster op dat deze gesprekken ook zullen gaan over de hedendaagse effecten van het Nederlandse koloniale en slavernijverleden.”

Daarnaast wijst zij op het uitblijven van terugkoppeling naar de diaspora in Nederland. Er is geen gezamenlijke commissie ingericht, er is geen diaspora-commissie ingesteld en de roadmap blijft onduidelijk.

Zij benadrukt bovendien dat Suriname vooralsnog niet heeft gereageerd op het verzoek van de diaspora, waaronder het Landelijk Platform Slavernijverleden (LPS), aan het kabinet en het parlement in Nederland om de excuses wettelijk te verankeren.

Volgens Biekman is dat een cruciaal punt:
“Op dezelfde wijze waarop Nederland wet- en regelgeving heeft ontwikkeld om het verwerpelijke slavernij-instituut te implementeren, moet daar nu ook juridisch op worden teruggekomen.”

Herstel, erkenning en taalgebruik

Biekman pleit daarnaast voor concrete stappen in erkenning en herstel. Zij wijst op het belang van het herroepen van raciale terminologie in officiële documenten.

“De term ‘neger’ moet worden herroepen, zeker waar deze nog voorkomt in historische en bestuurlijke handelingen.”

Ook stelt zij dat nazaten van tot slaaf gemaakten recht hebben op materieel herstel:
“Nazaten hebben recht op het ontvangen van achterstallig loon, inclusief de daaruit voortvloeiende revenuen.”

Onzekerheid over herstelagenda en CARICOM-plan

Biekman maakt zich zorgen over het gebrek aan transparantie rondom de Surinaamse inzet binnen de herstelagenda. Zij stelt kritische vragen:

  • Wat is de concrete inzet van de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken?
  • Wordt het AOW-gat besproken?
  • Hoe zit het met de uitvoering van de Toescheidingsovereenkomst?
  • Komt er wettelijke verankering van de Nederlandse excuses?

Ook vraagt zij zich af hoe initiatieven zoals het Amsterdamse Stembusakkoord zich vertalen naar concrete vormen van herstel (wiedergutmachung).

Politieke verantwoordelijkheid en momentum

Volgens Biekman ligt er ook een duidelijke verantwoordelijkheid bij de Nederlandse politieke leiding. Zij stelt dat er een kans ligt voor het huidige kabinet om daadwerkelijk schoon schip te maken met het verleden.

“Ik denk dat de minister-president de geschiedenis kan ingaan als degene die een ‘schoonschip’-strategie daadwerkelijk vormgeeft.”

Zij voegt daaraan toe dat ook het koningshuis een rol kan spelen in dit proces van erkenning en dialoog.

Met het oog op een mogelijk bezoek van de Koning aan Suriname benadrukt zij het belang van een goed voorbereid en inclusief gesprek:
“De Koning gaat naar Suriname. Een gesprek binnen duidelijke kaders, waarbij de Surinaamse gemeenschap wordt betrokken, wordt van harte op prijs gesteld.”

Gemiste rol van diaspora

Biekman uit ook haar teleurstelling over het gebrek aan directe betrokkenheid van de diaspora in het diplomatieke proces.

“Ik heb nog geen uitnodiging ontvangen van een Surinaamse bewindvoerder die Nederland heeft bezocht en een gesprek heeft aangevraagd met de Surinaamse diasporagemeenschappen.”

Vooralsnog is haar hoop gevestigd op diplomatieke vertegenwoordiging:
“Ik hoop dat ambassadeur Panka het geluid van de diaspora helder en krachtig zal vertolken.”

Voorstellen: monument, instituut en gezamenlijke bezoeken

Biekman pleit voor tastbare stappen binnen het herstelproces, waaronder:

  • Een nationaal monument ter ere van de slachtoffers van de slavernij
  • Een nationaal instituut voor studie, onderzoek en herstel, bijvoorbeeld gevestigd in een gerenoveerde Ston Oso
  • Gezamenlijke werkbezoeken van Surinaamse en Nederlandse delegaties aan Afrikaanse forten

“Om samen te ervaren wat het ene volk het andere heeft aangedaan en zo te werken aan heling en verzoening.”

Hoewel zij positieve ontwikkelingen ziet, blijft haar centrale boodschap duidelijk:

“De tijd is nu.”

Populaire posts van deze blog