VSN zet Nederland onder druk:
Dwing Suriname tot
naleving Toescheidingsovereenkomst
De
Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN) zet de Nederlandse staat nadrukkelijk
onder druk om Suriname te bewegen tot naleving van de Toescheidingsovereenkomst
(TO). Daartoe zijn uitvoerig onderbouwde brieven verzonden aan Koning
WillemAlexander, de minister-president, alle betrokken ministers en de Tweede
Kamer.
In deze correspondentie,
ondersteund met kamerstukken, juridische onderbouwing en bijlagen, roept de VSN
Nederland op zijn verantwoordelijkheid te nemen binnen de bilaterale relatie
met Suriname en toe te zien op de correcte uitvoering van internationale
afspraken. De VSN en diverse andere organisaties en personen willen dat alle
personen die onder dit verdrag vallen, met hun gezin zonder visum,
toeristenkaart of andere entreevoorwaarden naar Suriname reizen. Jankie en
anderen willen in Suriname in alle opzichten als Surinaamse staatsburgers
worden behandeld. Jankie beroept zich daarbij op bepalingen uit artikel 5 van
de Toescheidingsovereenkomst van 1975.
Recht
van visumvrij
In
2008 gaf Justitie minister Ernst Hirsch Ballin aan de Tweede Kamer aan dat de
rechten uit de Toescheidingsovereenkomst in de praktijk niet volledig worden
nageleefd: betrokken Nederlanders hebben nog steeds een visum nodig en moeten
een verblijfs- of vestigingsvergunning aanvragen. Tegelijk benadrukte hij dat
Nederland blijft aandringen op respect voor deze rechten en dat beide landen
bereid zijn tot een oplossing. Ook constateerde hij dat het Surinaamse Hof van
Justitie in 2007 bevestigde dat deze rechten juridisch geldig zijn.
In een latere brief stelt
minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal dat de overeenkomst uit 1975 nu
vooral nog relevant is vanwege artikel 5: het recht om onvoorwaardelijk naar
Suriname te reizen en daar als Surinamer te worden behandeld.
Hoewel
Suriname de overeenkomst wil beëindigen, is Nederland daartegen zolang deze
rechten niet stevig zijn gegarandeerd. Met name het recht op onvoorwaardelijk
reizen en het verwerven van grond moet behouden blijven. Nederland accepteert
wel dat politieke rechten, zoals kiesrecht, voorbehouden blijven aan Surinaamse
staatsburgers.
Foto: Nationaal Archief, Fotograaf Verhoeff, Bert / Anefo
De
soevereiniteitsoverdracht in de Hervormde Kerk in Paramaribo, Suriname. De
ondertekening door de premiers Joop den Uyl (Nederland) en Henck Arron
(Suriname). Enkele seconden na 00.00 uur op 25 november 1975 werd de
Toescheidingsovereenkomst tussen beide landen gesloten.
Artikel
5 TO
Centraal staat de naleving van
artikel 5, lid 2 en 3, van de Toescheidingsovereenkomst
(1975),
waarin de nationaliteitspositie van betrokkenen na de onafhankelijkheid van
Suriname is vastgelegd. Volgens de VSN schiet de toepassing van deze bepalingen
in de praktijk tekort.
De organisatie stelt dat
Nederland, als verdragspartner, niet kan volstaan met een passieve rol, maar
actief moet bijdragen aan het afdwingen van naleving door Suriname.
Onzekerheid
en rechtsongelijkheid
Door
het uitblijven van adequate uitvoering verkeren betrokkenen volgens de VSN al
jarenlang in onzekerheid. Personen die zich beroepen op deze verdragsbepalingen
lopen tegen belemmeringen aan en ervaren onvoldoende rechtsbescherming.
“Het gaat hier niet alleen om
juridische afspraken, maar om concrete rechten van mensen die al decennialang
onder druk staan,” aldus de VSN.
Oproep
tot ingrijpen door Nederland
De
VSN roept de Nederlandse regering op om actief druk uit te oefenen op Suriname
om de overeenkomst na te leven. Ook dient Nederland de bepalingen van artikel
5, lid 2 en 3, daadwerkelijk te laten implementeren faciliteren en effectueren.
Nederland dient tevens de rechtsbescherming voor betrokkenen te waarborgen en
te faciliteren.
Daarnaast vraagt de organisatie
aan de Nederlandse regering en de Tweede Kamer om voortvarend handelen en
duidelijke communicatie over de voortgang.
Brieven
aan hoogste staatsorganen
De
oproep is formeel neergelegd in brieven aan de Koning, het kabinet en de Tweede
Kamer. Deze brieven bevatten uitgebreide onderbouwingen en worden ondersteund
door samenwerkende organisaties en betrokken burgers als rechtzoekenden.
In eerdere correspondentie aan
ministeries en parlement (recentelijk 10 januari, 19 januari en 9 maart 2026)
werd reeds gewezen op het structurele karakter van de problematiek en de
noodzaak tot concrete actie.
Diplomatiek
momentum
De
VSN wijst erop dat het onderwerp extra urgent is in aanloop naar een
aangekondigde ontmoeting tussen de Surinaamse president Jennifer Simons en de
Nederlandse premier Rob Jetten. Die ontmoeting ziet de VSN als een belangrijk moment om
de naleving van de overeenkomst op diplomatiek niveau te agenderen.
De
VSN spreekt de verwachting uit dat Nederland zijn verantwoordelijkheid zal
nemen en concrete stappen zal zetten om de naleving van de
Toescheidingsovereenkomst te waarborgen.
Immers
minister Jan Pronk heeft op vragen van Kamerleden op 22 juni 1976 middels
antwoorden in een Kamerbrief gesteld dat, hieruit wordt geciteerd: In dit
verband wil ik opmerken dat, zoals hierboven reeds is gesteld, de
Toescheidingsovereenkomst het onvervreemdbare recht garandeert van Surinamers
en Surinaamse Nederlanders om te allen tijde naar Suriname terug te keren.
Suriname is volgens de bestaande regeling verplicht terugkeerders geen andere
behandeling te doen ondergaan dan degenen die in Suriname zijn gebleven.
Wellicht ten overvloede teken ik hierbij aan dat de Nederlandse Regering
onverkort vasthoudt aan de inhoud van de Toescheidingsovereenkomst op dit punt.
Verdere citaat: Hierop kan, onder
verwijzing naar de toescheidingsovereenkomst, worden geantwoord dat deze
periode in juridische zin van onbepaalde duur is.
Gewekte
verwachting (vertrouwensbeginsel)
In
dit verband verwijst VSN als argumenten:
-
Rapport van de
Koninkrijkscommissie 1974, ISBN- 10: 901 2007 054 en ISBN-10: 978 9 01 2007
054;
-
Handboek betreffend
de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten, gesloten tussen het
Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname, (1975) ISBN 90 12 00826 3;
-
Minister Jan Pronk,
antwoorden op vragen Kamerleden, namens de Nederlandse Regering op 22 juni
1976, Tweede Kamer, zitting 1975-1976, 13 254, nr. 16;
-
Gerechtsdeskundige mr
Piet D. Haarmans, De Toescheidingsovereenkomst in de praktijk 1987, ISBN
98914-0-032-X;
-
Proefschrift van mr
dr Hamied Ahmadali 1998, pagina 73;
-
Annotatie
mw mr Arti Jankie, advocaat & procureur te ’s-Gravenhage op het Arrest
GR-14155, uitspraak 3 augustus 2007, SJB 2007-3 en SJB 2008-1
-
Tweede Kamerlid Bert
Koenders, brief aan BuZa minister Jozias van Aartsen op 5 september 2000;
-
Brief minister Bert
Koenders aan Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN) april 2007, kenmerk
DHW/MC-168/07;
-
Meerdere Kamervragen
door de jaren heen van het lid Harry van Bommel;
-
Het Rapport van de
Nationale ombudsman, 2001/168;
-
Surinaams Juristenblad
(SJB) SJB 2002-2, SJB 2007-2, SJB 2007-3, SJB 2008-1;
-
Verslag van de
studieconferentie gehouden te Paramaribo, Suriname op 12 en 13 maart 2004, in
Hotel Krasnapolsky te Paramaribo, georganiseerd door CSO en Anton de Kom
Universiteit van Suriname;
-
Ranu Abhelakh, De
formule van de Surinaamse identiteit;(Toescheidingsovereenkomst) 2010;
-
Harry van Bommel,
Surinamers in de polder, 2016, ISBN 9789461649775 I NUR 740
-
Enquêterapport VSN –
SP: Afspraak is Afspraak 2009;
-
Nederlandse Grondwet
artikel 90, de plicht van de Nederlandse Regering om de Internationale
Rechtsorde te bevorderen;
-
Het Weens Verdrag
inzake Verdragenrecht Artikel 26 en 27, pacta sunt servanda;
-
Petition P-520-05,
P-1319-07, P-1320-07, Case 13. 305 bij de
IACHR-OAS van 9 mei 2005;
-
United Nations
HRI/core/sur/2002, te Geneve, (rapport) pagina 32, Case 13.305, Mahenderpersad
Jankie, et al. in Merites fase bij de IACHR-OAS.


