Onrust over uitblijven
diasporabeleid loopt op:
Diaspora-kopstukken eisen
duidelijkheid, Panka probeert te sussen
De onrust binnen
de Surinaamse diaspora in Nederland neemt zichtbaar toe. Prominente stemmen als
Barryl Biekman, Mahin Jankie en Owen Venloo laten de afgelopen dagen
afzonderlijk en steeds nadrukkelijker van zich horen over naleving van de
Toescheidingsovereenkomst, het uitblijven van duidelijk diasporabeleid en de
positie van diaspora-Surinamers.
Zo pleit Biekman
voor een fundamentele en serieuze benadering van diaspora-betrokkenheid en
waarschuwt zij dat dit niet vrijblijvend kan blijven. Tegelijkertijd zet de
Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN), Jankie en anderen, Nederland onder
druk om Suriname aan te spreken op naleving van de Toescheidingsovereenkomst en
gelijke behandeling van diaspora-Surinamers.
Ook
wetgevingsjurist Owen Venloo mengt zich als kopstuk in het debat met een
duidelijke boodschap richting Paramaribo over de rol en betekenis van de
diaspora in de ontwikkeling van het land.
De gezamenlijke
lijn is helder: het geduld raakt op en de roep om concreet, uitvoerbaar
diasporabeleid klinkt luider dan ooit.
Reactie
ambassadeur Panka
De
betrokkenheid van de diaspora is groter dan ooit, reageert ambassadeur Ricardo
Panka (ambassadeur van Suriname in Nederland) op vragen van EM Newsroom.
De recente
oproepen van vooraanstaande Surinaams-Nederlandse stemmen voor een versterkte
betrokkenheid van de diaspora, een doelgericht diasporabeleid en aandacht voor
de Toescheidingsovereenkomst zijn duidelijk en worden serieus genomen, zegt
Panka.
De regering van
Suriname en de diplomatieke vertegenwoordiging in Nederland onderkennen het
belang van deze signalen en “werken actief aan een zorgvuldige en goed
voorbereide aanpak”. In dit kader is het volgens Panka van belang te
benadrukken dat met de inwerkingtreding van de PSA-wet (Personen van Surinaamse
Afkomst) reeds concrete stappen zijn gezet, waaronder de mogelijkheid tot
visumvrij reizen voor personen van Surinaamse afkomst. “Dit vormt een
belangrijk onderdeel van het bredere beleid gericht op het versterken van de
band met de diaspora”.
De ambassade is
intensief bezig met het betrekken van de diaspora via een gestructureerd
consultatieproces. Panka zegt dat de eerste fase hiervan haar afronding nadert.
In dit traject zijn reeds diverse prominente diasporafiguren en organisaties
geconsulteerd, waaronder Barryl Biekman, Linda Nooitmeer, het NiNsee,
Collectief Overzee Suriname, Vrienden van Nickerie, de Surinaamse Studenten
Associatie, de Javaanse en Marronorganisaties, DIN en de inheemse organisaties;
anderen zijn de komende week aan de beurt. “Ook de heer Jankie is uitgenodigd
om met hem van gedachten te wisselen”.
In de volgende
fase zal deze betrokkenheid verder worden verbreed met aanvullende personen en
organisaties, om te komen tot een breed gedragen visie.
Toescheidingsovereenkomst
Met betrekking
tot de Toescheidingsovereenkomst geldt volgens Panka dat dit een bilateraal
verdrag betreft tussen twee staten. “Het antwoord vanuit Paramaribo op het
eerder ingediende schrijven van Jankie volgt en zal langs de daarvoor geldende
diplomatieke kanalen worden gedeeld”. Jankie heeft in een schrijven aan de
ambassade gevraagd om onvoorwaardelijke toelating tot Suriname, zonder visum,
entreefee of wat dan ook. Dit ingevolge de Toescheidingsovereenkomst.
“Wat reeds nu
kan worden vastgesteld, is dat de diaspora meer dan ooit actief wordt betrokken
bij beleidsvorming. De inbreng en de kwaliteit van de gevoerde discussies
tijdens de consultaties zijn bemoedigend en hoopgevend en tonen de bereidheid
om gezamenlijk te werken aan duurzame oplossingen”, reageert Panka verder.
Na afronding
van deze eerste consultatiefase zal, op basis van een zorgvuldige evaluatie,
het vervolgtraject worden vastgesteld. Daarbij staat volgens de ambassadeur één
uitgangspunt centraal: effectief diasporabeleid kan alleen tot stand komen in
nauwe samenwerking met de diaspora zelf. Hun betrokkenheid, expertise en
netwerk zijn van onschatbare waarde voor de verdere ontwikkeling van Suriname.
“De oproep aan
de diaspora is daarom om zich verder gezamenlijk te beraden en zich in te
stellen op het opstellen van een degelijk uitvoerbaar beleidsvoorstel”,
reageert Panka.
