Bank grijpt in na onverklaarde geldstromen en contacten met ex-president Suriname

De Rechtbank Amsterdam heeft begin april geoordeeld dat ABN AMRO een bankrelatie met meerdere klanten terecht heeft beëindigd na zorgen over ongebruikelijke transacties en hun banden met zogenoemde “politically exposed persons” (PEP’s), waaronder de toenmalige president van Suriname (in 2021) en diens echtgenote. Twee klanten onderhielden zowel zakelijke als persoonlijke banden met de toenmalige president van Suriname en diens echtgenote.

Klantonderzoek na signalen

De zaak draait om vier rekeninghouders die zowel privé- als zakelijke rekeningen aanhielden bij de bank. In 2021 ontving ABN AMRO signalen die aanleiding gaven tot een intern onderzoek in het kader van de anti-witwaswetgeving.

Tijdens dit onderzoek stelde de bank vragen over verschillende financiële transacties en internationale geldstromen. Volgens de rechtbank slaagden de klanten er niet in om voldoende onderbouwende documentatie te overleggen.

Verhoogd risicoprofiel door PEP-relaties

Uit het vonnis blijkt dat de betrokken klanten zakelijke en persoonlijke banden hadden met PEP’s. Personen met een dergelijke status, zoals (voormalige) politieke leiders, brengen volgens regelgeving een verhoogd integriteitsrisico met zich mee.

De rechtbank benadrukt dat dit geen bewijs is van illegale activiteiten, maar wel een reden voor banken om verscherpt toezicht te houden en aanvullende informatie te verlangen.

Onvoldoende transparantie doorslaggevend

De klanten voerden aan dat bepaalde transacties waren gebaseerd op vertrouwen en persoonlijke relaties, zonder uitgebreide schriftelijke vastlegging. De rechter ging hier niet in mee.

In het vonnis wordt gesteld dat in het internationale financiële verkeer voldoende documentatie noodzakelijk is, zodat banken hun wettelijke verplichtingen kunnen nakomen. Het ontbreken daarvan kan reden zijn om een klantrelatie te beëindigen.

Bank handelde binnen haar bevoegdheden

De centrale vraag in de zaak was of ABN AMRO de relatie met de klanten mocht opzeggen. De rechtbank oordeelde dat dit het geval is.

Volgens de rechter:

  • mogen banken klantrelaties beëindigen op basis van hun voorwaarden
  • is geen strafrechtelijk bewijs vereist
  • kan onvoldoende transparantie al voldoende grond zijn

De belangen van de klanten wegen in dit geval minder zwaar dan de verplichtingen en risico’s voor de bank.

Geen oordeel over strafbare feiten

De rechtbank doet in deze zaak geen uitspraak over eventuele betrokkenheid bij witwassen of corruptie. Het oordeel beperkt zich tot de vraag of de bank, gezien de risico’s en het gebrek aan informatie, de klantrelatie mocht beëindigen.

 

Populaire posts van deze blog