Voormalig
verdachte 8 decemberproces vraagt herstel suppletieregeling, maar krijgt nul op
rekest
Een voormalig verdachte in het Surinaamse 8
decemberstrafproces, die uiteindelijk werd vrijgesproken, heeft bij de
Nederlandse overheid verzocht om herstel van financiële rechten uit een oude
suppletieregeling. Het ministerie van Defensie heeft dit verzoek afgewezen.
Verzoek om
financiële compensatie
De betrokkene, een oud-militair van de
Troepenmacht in Suriname (TRIS), stelde dat hij door de nasleep van het
strafproces geen gebruik heeft kunnen maken van de zogenoemde
suppletieregeling. Hij verzocht de Nederlandse Staat om deze regeling alsnog
toe te passen, zowel voor hemzelf als voor anderen in een vergelijkbare
positie.
Volgens de brief aan Defensie zou zijn
betrokkenheid bij het proces hem destijds hebben belemmerd om aanspraak te
maken op de regeling.
Regeling al
decennia beëindigd
Het ministerie wijst het verzoek echter af omdat
de regeling al lang niet meer bestaat. De suppletieregeling werd ingevoerd rond
de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 en had als doel om militairen
financieel te ondersteunen bij de overgang naar de Surinaamse krijgsmacht.
De regeling werd in 1982 stopgezet en in 1987
definitief ingetrokken. Daarmee zijn er volgens de overheid geen rechten meer
op uitkeringen.
Uitspraak
rechter doorslaggevend
Daarnaast verwijst Defensie naar een uitspraak
van de Centrale Raad van Beroep uit 1994, waarin is vastgesteld dat er geen
recht meer bestaat op suppletiegelden. Ook latere ontwikkelingen, zoals de
afronding van het 8 decemberstrafproces, veranderen daar volgens het ministerie
niets aan.
Geen
precedentwerking
De verzoeker stelde dat anderen in een
vergelijkbare situatie mogelijk wel betalingen hebben ontvangen. Defensie stelt
echter dat, zelfs als dat het geval zou zijn, dit geen recht geeft op gelijke
behandeling. Eventuele eerdere uitkeringen zouden dan als fouten worden
beschouwd die niet herhaald hoeven te worden.
Reactie aan
Tweede Kamer
De kwestie werd ook voorgelegd aan de Tweede
Kamer, die om opheldering vroeg. In een brief van 22 april 2026 heeft de
staatssecretaris van Defensie een geanonimiseerde reactie op het verzoek
gedeeld met het parlement.
Het 8 decemberstrafproces draaide om de gebeurtenissen rond de Decembermoorden van 1982 in Suriname. Verschillende betrokkenen stonden terecht, maar niet alle verdachten zijn uiteindelijk veroordeeld.
