Tweede Kamer stuurt rapporteurs op 4 juli naar Suriname

Foto samenvoeging Tweede Kamer: Jan Struijs en Hanneke van der Werf

De Tweede Kamer stuurt op 4 juli 2026 twee speciaal aangewezen rapporteurs naar Suriname voor een werkbezoek dat duurt tot en met 8 juli 2026. Het gaat om Hanneke van der Werf (D66) en Jan Struijs (50PLUS), die door de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken zijn benoemd om de ontwikkelingen in de relatie tussen Nederland en Suriname te volgen.

Vertrek op 4 juli

De vertrekdatum is vastgesteld op 4 juli 2026. Het bezoek maakt deel uit van een breder rapporteurschap dat zich richt op de politieke, economische en diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Suriname. De rapporteurs keren op 8 juli terug naar Nederland.

Voorbereiding met IOB-onderzoekers

Ter voorbereiding op hun reis hebben de rapporteurs gesprekken gevoerd met onderzoekers van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB). Daarbij werd onder meer gesproken over de evaluatie van het Makandra-programma, het samenwerkingsprogramma tussen Nederland en Suriname. De gesprekken moesten de Kamerleden helpen zich inhoudelijk voor te bereiden op hun werkbezoek en inzicht te krijgen in actuele aandachtspunten binnen de bilaterale relatie.

Focus op economie, rechtsstaat en samenwerking

Volgens de mandaatnotitie willen Van der Werf en Struijs onderzoeken welke kansen en uitdagingen bestaan binnen de relatie tussen beide landen. Daarbij richten zij zich op thema's als de rechtsstaat, handel en grondstoffen, duurzame samenwerking, economische ontwikkeling en digitale soevereiniteit.

Tijdens hun verblijf in Suriname spreken de rapporteurs onder meer met parlementariërs van De Nationale Assemblee, regeringsvertegenwoordigers, rechtshandhavingsinstanties en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven.

Verslag aan de Tweede Kamer

Na terugkeer zullen de rapporteurs hun bevindingen vastleggen in een verslag voor de commissie Buitenlandse Zaken. De uitkomsten kunnen later worden gebruikt tijdens Kamerdebatten over Suriname en de bredere Nederlands-Surinaamse samenwerking.