Nederland
wil af van politieke toestemming voor vervolging ambtsdragers
Foto: Mr. Ed van den Boogaard
Discussie
vertoont opvallende gelijkenissen met Suriname
Het Nederlandse kabinet heeft een voorstel
ingediend om artikel 119 van de Grondwet te wijzigen. Daarmee moet een einde
komen aan een systeem waarbij politieke organen een belangrijke rol spelen bij
de beslissing om ministers, staatssecretarissen en Kamerleden (politieke
ambtsdragers) te vervolgen voor ambtsmisdrijven.
Met deze wet moet de kans kleiner worden dat
politieke belangen een rol spelen bij de vraag of een politieke ambtsdrager
wordt vervolgd. Tevens wordt voorgesteld berechting niet meer uitsluitend te
laten plaatsvinden door de Hoge Raad, maar voortaan te laten geschieden door de
gewone rechtbank en het gerechtshof, waardoor ook wordt voldaan aan de eisen
neergelegd in het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke
Rechten (IVBPR), ook wel Bupoverdrag genoemd: (hoger beroep moet mogelijk
zijn).
Volgens de Nederlandse commissie-Fokkens is het
huidige systeem problematisch omdat politieke belangen en machtsverhoudingen
invloed kunnen hebben op de vraag of vervolging plaatsvindt. De commissie
waarschuwt dat coalitiegenoten elkaar kunnen beschermen, terwijl politieke
tegenstanders juist doelwit kunnen worden van politieke afrekeningen.
Het Nederlandse voorstel beoogt de
vervolgingsbeslissing weg te halen bij regering en parlement. Die bevoegdheid
zou worden ondergebracht bij de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, een
onafhankelijke juridische autoriteit. Daarmee moet de kans kleiner worden dat
politieke belangen een rol spelen bij de vraag of een ambtsdrager wordt
vervolgd.
Suriname kent
vergelijkbare regeling
Ook in Suriname bestaat een bijzondere regeling
voor politieke ambtsdragers. Artikel 140 van de Grondwet bepaalt dat politieke
ambtsdragers voor ambtsmisdrijven alleen kunnen worden vervolgd nadat De
Nationale Assemblée (DNA) hen in staat van beschuldiging heeft gesteld. Daarna
volgt vervolging door de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie. Deze
procedure is vastgelegd in de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en
Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA).
De regeling werd destijds ingevoerd om politieke
ambtsdragers te beschermen tegen lichtvaardige of politiek gemotiveerde
vervolgingen. In de memorie van toelichting bij de wet wordt benadrukt dat
vanwege de bijzondere positie van ministers en andere politieke gezagsdragers
speciale waarborgen noodzakelijk werden geacht.
Van den
Boogaard: Politieke vervolgingsbeslissingen zijn kwetsbaar en in feite
ontoelaatbaar
Mr. Ed van den Boogaard, auteur van enkele publicaties in het Surinaams Juristen Blad, pleitte al in 2021 in het SJB, toen nog onbekend met het advies van genoemde Commissie Fokkens, voor het loskoppelen van strafvervolging van politieke besluitvorming door DNA. Op vragen van EM Newsroom reageert hij:
“Een wijziging van de (grond)wetgeving in Suriname
op dit vlak zou ook passen bij de nu voorziene wijziging van wetgeving van de
Rechterlijke Organisatie in Suriname, waarbij onder meer ook gedacht wordt aan
invoering van een rechtbank met meervoudige kamer voor de zwaardere en meer
ingewikkelde strafzaken.”
Van den
Boogaard benadrukt verder het gestelde in de Memorie van Toelichting bij het
wetsontwerp:
“Onze democratische rechtsstaat kan niet zonder
een goed functionerend openbaar bestuur. Tegen ambtsdelicten moet dan ook
effectief en onafhankelijk kunnen worden opgetreden. De kwaliteit van de
uitvoering van het politieke ambt en het vertrouwen van burgers in de overheid
worden mede bepaald door (bevordering van) de integriteit van individuele
bestuurders en van het bestuur als geheel. Vervolgingsbeslissingen door
politieke organen kunnen worden bepaald door de aanwezigheid van de toevallige
politieke machtsverhoudingen. Dat draagt ook niet bij aan een effectief,
proportioneel en consistent vervolgingsbeleid met maatschappelijk draagvlak.”
Volgens Van den Boogaard sluit het Nederlandse
wetsvoorstel volledig aan bij het standpunt dat hij in september 2021
uiteenzette in een artikel in het Surinaams Juristenblad. Daarbij wees hij
onder meer op de verschillende politieke uitkomsten rond de door de
Procureur-Generaal voorgestane vervolging van voormalig minister Gillmore
Hoefdraad, die onder de ene regering werd afgewezen en later onder een andere
regering wel doorgang vond.
Daarnaast benadrukt hij dat de Procureur-Generaal
in Suriname, net als in Nederland, een onafhankelijke en grondwettelijk
verankerde positie heeft.
Kritiek groeit
in beide landen
In Nederland concludeerde de commissie-Fokkens
dat politieke organen feitelijk niet thuishoren in strafrechtelijke
vervolgingsbeslissingen, omdat dit het vertrouwen in een onafhankelijke
rechtsstaat kan ondermijnen.
Ook in Suriname klinkt vergelijkbare kritiek.
Juristen hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk betoogd dat DNA niet zou
moeten bepalen of strafvervolging mogelijk is. De discussie kreeg extra
aandacht in zaken rond voormalig minister van Financiën Gillmore Hoefdraad,
voormalig minister van Binnenlandse Zaken Bronto Somohardjo en voormalig
minister van Openbare Werken Riad Nurmohamed. In juridische kringen wordt al
langer de vraag gesteld of politieke meerderheden niet te veel invloed hebben
op strafzaken tegen politici.
Nieuwe impuls
voor debat in Suriname?
Hoewel de Surinaamse en Nederlandse
rechtsstelsels onafhankelijk van elkaar functioneren, hebben juridische
ontwikkelingen in Nederland historisch vaak invloed gehad op debatten in
Suriname. Nu Nederland openlijk vraagtekens zet bij politieke betrokkenheid bij
de vervolging van ministers en parlementariërs, kan dezelfde discussie opnieuw
oplaaien in Suriname. Daarbij zal vooral de vraag centraal staan of alle
burgers daadwerkelijk gelijk zijn voor de wet, inclusief politieke
ambtsdragers.
Voorlopig blijft de Surinaamse regeling
ongewijzigd en dient het parlement toestemming te verlenen voor onderzoek/
vervolging/ in gevangenneming van Nurmohamed, Hoefdraad en Somohardjo.