RIVM: Geen risico op verspreiding chikungunya in Nederland na uitbraak Suriname

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) ziet een toename van het aantal reizigers dat in Nederland terugkeert met een chikungunyavirusinfectie. Een deel van deze besmettingen is te herleiden tot Suriname, waar momenteel een uitbraak gaande is. Toch benadrukt het RIVM dat er geen risico is op lokale verspreiding in Nederland.

De antwoorden volgen op vragen van EM Newsroom naar aanleiding van de recente cijfers van het Surinaamse ministerie van Volksgezondheid. Het ministerie zegt in een persbericht dat sinds januari 1.150 besmettingen zijn geregistreerd.


Toename importgevallen, maar geen lokaal gevaar

Volgens het RIVM constateren meerdere medisch-microbiologische laboratoria in Nederland een stijging van het aantal vastgestelde chikungunyabesmettingen bij terugkerende reizigers. Naast Suriname zijn er ook uitbraken in andere delen van de wereld, wat het risico op importgevallen vergroot wanneer populaire bestemmingen getroffen worden.

Het instituut benadrukt echter dat de kans op verdere verspreiding in Nederland nihil is.

“Er is geen populatie tijgermuggen in Nederland gevestigd die de ziekte kan verspreiden.”

De verspreiding van chikungunya is afhankelijk van de aanwezigheid van de tijgermug (Aedes albopictus). Volgens het RIVM is deze mug in Nederland niet structureel gevestigd en vormt zij momenteel geen risicofactor.

Klimaatverandering kan toekomstige vestiging beïnvloeden

De tijgermug heeft zich de afgelopen decennia wel uitgebreid binnen Europa. Inmiddels is de soort gevestigd in delen van Duitsland en België en is zij gesignaleerd (maar niet gevestigd) in Zweden.

Klimaatverandering speelt daarbij een rol. Veranderende temperaturen en neerslagpatronen beïnvloeden direct de levenscyclus en activiteit van de mug. Het RIVM sluit daarom niet uit dat vestiging in Nederland in de komende jaren mogelijk wordt, maar benadrukt dat dit nu niet het geval is.

Geen meldingsplicht, wel surveillance

Chikungunya is in Nederland niet meldingsplichtig. De surveillance verloopt via virologische weekstaten: 25 laboratoria rapporteren wekelijks hoe vaak bepaalde virusinfecties bij patiënten zijn vastgesteld.

Er wordt niet actief gemonitord op secundaire besmettingen na importgevallen. Volgens het RIVM is dat niet noodzakelijk, omdat zonder gevestigde muggenpopulatie geen verdere verspreiding kan plaatsvinden.

Daarnaast geldt dat personen die recent in het buitenland zijn geweest tijdelijk geen bloed mogen doneren.

Reisadviezen via LCR

Het RIVM geeft zelf geen reisadviezen. Die taak ligt bij het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR).

Reizigers die na een verblijf in Suriname hoge koorts en gewrichtspijn ontwikkelen, krijgen het dringende advies om contact op te nemen met de huisarts. Bij klachten is medische beoordeling noodzakelijk; preventief testen zonder symptomen wordt niet geadviseerd.

Geen extra maatregelen op luchthavens

Op de vraag of aanvullende maatregelen op luchthavens nodig zijn, antwoordt het RIVM ontkennend. Ook gerichte publieksvoorlichting specifiek voor de Surinaamse gemeenschap in Nederland wordt momenteel niet overwogen. Informatievoorziening verloopt via de reguliere kanalen van het RIVM en het LCR.

Hoewel de uitbraak in Suriname zich snel ontwikkelt, ziet het RIVM op dit moment geen aanleiding tot aanvullende maatregelen in Nederland.

De bekende huisarts Ernest Grep komt zaterdag in een artikel bij EM Newsroom waarin hij zeer nuttige tips geeft aan iedereen, zowel binnen als buiten Nederland en Suriname, over hoe om te gaan met én hoe tegen te gaan een chikungunya-besmetting.

 

Populaire posts van deze blog