Tweede
Kamerleden Struijs en van der Werf aangewezen als rapporteurs Suriname
De commissie Buitenlandse Zaken heeft Hanneke van
der Werf (D66) en Jan Struijs (50PLUS) aangewezen als rapporteurs voor het
dossier Suriname.
Foto: Hanneke van der Werf
Foto: Jan Struijs
De aanwijzing volgt op de strategische
procedurevergadering van 1 april, waarin de commissie besloot het onderwerp
Suriname op te nemen in de kennisagenda voor 2026. Beide Kamerleden hadden zich
voor dit kennisthema aangemeld.
Tijdens de volgende procedurevergadering op
donderdag 21 mei leggen de rapporteurs een mandaatnotitie voor ter formele
vaststelling van hun rapporteurschap.
Rol van
rapporteurs
Rapporteurs binnen Kamercommissies krijgen de
taak om zich inhoudelijk te verdiepen in een onderwerp en de commissie te
adviseren over de verdere behandeling. Daarbij kunnen zij gebruikmaken van
ondersteuning door ambtenaren van de Tweede Kamer. Meestal worden één of twee
leden per dossier benoemd.
Positief
initiatief
Voormalig Tweede Kamerlid Harry van Bommel heeft
eerder tegenover EM Newsroom gereageerd op het nieuws van een
Suriname-rapporteur in de Tweede Kamer. Hij zegt “blij verrast” te zijn.
Volgens hem wijst het instellen van een rapporteur erop dat de Kamer meer
gerichte aandacht wil besteden aan de relatie met Suriname.
Van Bommel benadrukt dat de rapporteur over
inhoudelijke kennis moet beschikken, met name van het koloniale verleden van
Nederland en het proces van dekolonisatie. Hij wijst daarnaast op een aantal
onderwerpen die volgens hem aandacht verdienen binnen zo’n rapporteurschap.
Daaronder vallen de rechten van Surinaamse Nederlanders die vóór 1975 zijn
geboren, evenals het personenverkeer tussen Nederland en Suriname.
Ook noemt hij de Nederlandse betrokkenheid bij de
staatsgreep van 1980 en de kwestie van genoegdoening voor het slavernijverleden
als thema’s die volgens hem niet buiten beschouwing mogen blijven.
Tijdens zijn periode in de Tweede Kamer zette Van
Bommel zich actief in om Suriname en aanverwante onderwerpen op de politieke
agenda te houden. Daarbij zocht hij steun bij andere partijen om draagvlak te
creëren voor bespreking van deze thema’s.


