Onthouding Nederland bij
VN-stemming slavernijresolutie ingegeven door zorgen over herstelbetalingen
Nederland heeft zich bij de VN-resolutie over de trans-Atlantische slavenhandel bewust onthouden van stemming vanwege principiële en juridische bezwaren, ondanks steun voor de kernboodschap. Dat blijkt uit antwoorden van minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken op Kamervragen van de parlementariërs Ralf Dekker en Tom Russcher, beiden van de fractie van Forum voor Democratie (FVD). Foto Tom Russcher
Foto: Ralf Dekker
De resolutie van de Verenigde Naties (VN)
bestempelt slavernij als een van de ernstigste misdrijven tegen de
menselijkheid, maar volgens het kabinet bevat de tekst elementen die
problematisch zijn vanuit juridisch oogpunt. De Stichting Nationaal Monument
Nederlands Slavernijverleden, het Landelijk Platform Slavernijverleden en het
Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) hebben
flinke kanttekeningen geplaatst bij deze onthouding van Nederland.
Foto Martijn Beekman: Minister Tom Berendsen
Volgens de bewindsman was de onthouding een afgewogen keuze.
Het kabinet heeft zich, samen met 51 andere
landen, waaronder alle EU-lidstaten, onthouden van stemming. Deze keuze is
gemaakt omdat de resolutie enerzijds elementen bevat die het kabinet
onderschrijft, namelijk de erkenning van de bijzondere ernst van het
slavernijverleden en de trans-Atlantische slavenhandel, evenals de doorwerking
daarvan in het heden. Het kabinet zet zich in voor blijvende aandacht voor dit
verleden, onder meer via erkenning, herdenken en een beter begrip van de
doorwerkingen van het slavernijverleden, bijvoorbeeld door middel van
maatschappelijke dialoog, aanpassingen in het onderwijs en de bestrijding van
racisme en discriminatie. “Anderzijds bevat de resolutie ook onderdelen waar
wij principiële en juridische bezwaren tegen hebben, waaronder het aanbrengen
van een hiërarchie in misdrijven tegen de menselijkheid, het toepassen van
internationaal recht met terugwerkende kracht en de juridische implicaties die
daaraan worden verbonden.” Zowel betrokkenheid bij het onderwerp als de bezwaren
tegen specifieke onderdelen zijn door middel van een onthouding, inclusief
stemverklaring, duidelijk gemaakt, zegt de minister.
EM
Newsroom geeft de verdere vragen en antwoorden zoals in de brief aan de Tweede
Kamer:
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het creëren van een hiërarchie van historische
wreedheden onwenselijk is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom heeft Nederland
niet tegengestemd?
Antwoord
3
Alle misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder de Holocaust en (hedendaagse)
slavernij, zijn van uitzonderlijke ernst en verdienen blijvende erkenning en
herdenking. Het kabinet ondersteunt het aanbrengen van een hiërarchie tussen
dergelijke misdrijven niet en heeft dit standpunt ook kenbaar gemaakt in het
kader van de resolutie.
Vraag 4
Deelt u de mening dat talloze andere gruweldaden door deze resolutie impliciet
worden gebagatelliseerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom heeft Nederland
niet tegen gestemd?
Antwoord
4
Het kabinet acht het onwenselijk om verschillende misdrijven tegen de
menselijkheid in een rangorde te plaatsen. Daarmee is niet gezegd dat deze
resolutie beoogt andere historische gruweldaden te bagatelliseren, maar wel dat
het kabinet de gekozen formulering juridisch en principieel onjuist acht en
zich daarom kritisch heeft opgesteld. Het kabinet heeft desondanks niet tegen
de resolutie gestemd, omdat de tekst ook onderdelen bevat die het kabinet
onderschrijft.
Vraag 5
Hoe gaat u garanderen dat deze resolutie op geen enkele wijze zal leiden tot
financiële verplichtingen voor Nederland?
Antwoord
5
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichtingen voor Nederland tot
het bieden van rechtsherstel, zoals herstelbetalingen. Het kabinet heeft zich
bovendien expliciet uitgesproken tegen passages die zouden kunnen suggereren
dat sprake is van een juridische verplichting tot het bieden van rechtsherstel,
inclusief herstelbetalingen.
Vraag 6
Erkent u dat het internationaal recht ten tijde van de slavenhandel slavernij
niet verbood, en dat terugwerkende toepassing van hedendaagse normen juridisch
onhoudbaar is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
6
Het kabinet heeft bezwaar tegen verwijzingen in de resolutie die neerkomen op
retroactieve toepassing van internationaal recht. Nederland kan niet instemmen
met de suggestie dat historische slavernij en slavenhandel destijds al een
schending van een internationaalrechtelijke verplichting zouden hebben
opgeleverd zoals die nu in de resolutie wordt voorgesteld. Juist dat punt
vormde een van de kernbezwaren tegen de tekst en reden om te onthouden van
stemming. Dat laat onverlet dat het kabinet de bijzondere ernst van het
slavernijverleden en de trans-Atlantische slavenhandel, evenals de doorwerking
daarvan in het heden erkent.
Vraag 7
Deelt u het standpunt dat er geen recht op herstelbetalingen bestaat voor
handelingen die destijds niet illegaal waren onder het internationaal recht? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord
7
Het kabinet deelt het standpunt dat het internationaal recht niet met
terugwerkende kracht kan worden toegepast en dat geen juridische verplichtingen
voortvloeien uit handelingen die destijds niet in strijd waren met
internationaal recht. Tegen die achtergrond heeft het kabinet bezwaar gemaakt
tegen onderdelen van de resolutie die uitgaan van een retroactieve toepassing
van internationaal recht en de suggestie wekken dat er een juridische
verplichting tot het bieden van rechtsherstel, inclusief herstelbetalingen zou
bestaan.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de oproep in de resolutie om in gesprek te gaan over
herstelbetalingen aan nazaten van slaven?
Antwoord
8
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichting tot het bieden van
rechtsherstel, zoals herstelbetalingen. Na het aanbieden van excuses in 2022
door de minister-president en in 2023 door de Koning is er langs een brede
agenda gewerkt aan erkenning, herdenking en een beter begrip van de
doorwerkingen van het slavernijverleden, onder meer door in gesprek te gaan met
betrokken gemeenschappen van nazaten van tot slaaf gemaakten.
Vraag 9
Kunt u uitsluiten dat Nederland onder druk van deze resolutie in de toekomst
zal overgaan tot herstelbetalingen, in welke vorm dan ook?
Antwoord
9
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichtingen tot het bieden van
rechtsherstel, zoals herstelbetalingen voor Nederland. Het kabinet baseert zijn
handelen op politieke en juridische afwegingen.
Vraag 10
Bent u bereid de eerder gemaakte excuses voor het slavernijverleden te
heroverwegen, nu blijkt dat deze worden gebruikt als hefboom voor financiële
claims? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
10
Nee. De excuses voor het slavernijverleden zijn weloverwogen aangeboden en
blijven van betekenis als erkenning van het historische onrecht en de
doorwerking daarvan.
Vraag 11
Deelt u de mening dat het aanbieden van excuses door premier Rutte in 2022 en
Koning Willem-Alexander in 2023 een strategische fout is gebleken, aangezien
dit de deur heeft geopend voor verdergaande eisen?
Antwoord
11
Nee. De excuses waren een bewuste keuze in het kader van erkenning van het
historische onrecht en de doorwerking daarvan. En het kabinet blijft zich
inzetten voor erkenning, herdenken en bewustwording over de doorwerking van het
slavernijverleden. Tegelijkertijd zijn die excuses geen juridische grondslag
voor een verplichting tot het bieden van rechtsherstel, zoals
herstelbetalingen.
Vraag 12
Bent u van mening dat de moderne Nederlander schuld draagt voor handelingen die
eeuwen geleden plaatsvonden?
Antwoord
12
Nee. Het kabinet spreekt niet in termen van individuele schuld van huidige
generaties. De excuses zien op de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat
voor zijn historische rol en de doorwerking daarvan.
Vraag 13
Bent u bekend met het historische fenomeen van blanke slavernij in Arabische en
Noord-Afrikaanse landen, waaronder de zogenaamde Barbarijse slavenhandel
waarbij naar schatting meer dan een miljoen Europeanen werden geroofd en tot
slaaf gemaakt, en deelt u de mening dat het eenzijdig aanwijzen van Europese
landen als daders van slavernij een onvolledig en misleidend beeld schetst van
de geschiedenis?
Antwoord
13
Het kabinet is bekend met het feit dat slavernij in verschillende tijden en
regio’s heeft bestaan. Dat laat onverlet dat Nederland verantwoordelijkheid
neemt voor zijn eigen rol in het trans-Atlantische slavernijverleden en de
doorwerking daarvan.
Vraag 14
Acht u het rechtvaardig dat huidige generaties Nederlandse belastingbetalers
financieel aansprakelijk worden gesteld voor historische gebeurtenissen waaraan
zij geen deel hadden?
Antwoord
14
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichtingen voor Nederland, ook
niet tot het bieden van rechtsherstel, zoals herstelbetalingen.
Vraag 15
Waarom richt deze resolutie zich uitsluitend op de trans-Atlantische
slavenhandel en niet op de Arabische slavenhandel, die langer duurde en naar
schatting evenveel of meer slachtoffers maakte?
Antwoord
15
De resolutie richt zich specifiek op de trans-Atlantische slavenhandel en de
historische en hedendaagse gevolgen daarvan. Het staat een indiener van een
resolutie in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, in dit geval
Ghana, vrij zelf een thematische focus te kiezen. Nederland onderschrijft dat
alle vormen van slavernij en slavenhandel, waar ook, ernstige misdrijven en
grove schendingen van de menselijke waardigheid zijn.
Vraag 16
Heeft Nederland bij de beraadslagingen in de Algemene Vergadering aandacht
gevraagd voor slavernij die tot op de dag van vandaag voortbestaat in delen van
Afrika en het Midden-Oosten?
Antwoord
16
In de beraadslagingen in de Algemene Vergadering heeft Nederland zich gericht
op de inhoud van de voorliggende resolutie en de daarbij relevante juridische
en beleidsmatige aspecten.
Vraag
17
Deelt u de mening dat het hypocriet is dat landen waar moderne slavernij nog
steeds voorkomt, mede-indieners zijn van een resolutie over historische
slavernij, vooral gezien dat in die tijd deze landen actief hun eigen
medemensen verkochten aan mensen van over de hele wereld?
Antwoord
17
Het kabinet herkent zich niet in deze kwalificatie. Het tegengaan van
hedendaagse vormen van slavernij en mensenhandel is een mondiale opgave die
alle landen aangaat, ongeacht hun historische rol. Nederland zet zich hier
actief voor in, zowel bilateraal als in internationaal verband, waaronder
binnen de VN. Tegelijkertijd acht het kabinet het van belang dat ook het
slavernijverleden en de doorwerking daarvan worden erkend en besproken. Dat
landen zich inzetten voor aandacht voor historische slavernij staat niet op
gespannen voet met de noodzaak om hedendaagse vormen van slavernij krachtig te
bestrijden. Beide sporen zijn complementair en vereisen blijvende inzet.
Vraag
18
Hoe verhoudt deze resolutie zich tot het feit dat Nederland als een van de
eerste landen slavernij heeft afgeschaft?
Antwoord
18
Het kabinet onderschrijft die feitelijke veronderstelling niet. Nederland
schafte slavernij in de voormalige koloniën af in 1863; in Suriname gold tot
1873 een periode van staatstoezicht. Hoewel slaven officieel vrij waren,
moesten zij in Suriname nog tien jaar lang verplicht onder staatstoezicht op de
plantages werken.
Nederland is in Europa het eerste land dat
formeel excuses aanbood voor het slavernijverleden en heeft die excuses
bovendien verbonden aan een meerjarig beleidsprogramma voor erkenning,
herdenken, bewustwording en de aanpak van de doorwerking in het heden.
Vraag
19
Acht u het gepast om ontwikkelingshulp te blijven verstrekken aan landen die
tegelijkertijd herstelbetalingen van Nederland eisen?
Antwoord
19
Het kabinet beziet ontwikkelingssamenwerking en discussies over het
slavernijverleden als twee afzonderlijke trajecten, met elk een eigen doel en
afwegingskader. Ontwikkelingssamenwerking is gericht op het bevorderen van
stabiliteit, armoedebestrijding, mensenrechten en duurzame ontwikkeling en
gebeurt op basis van beleidsmatige en internationale afspraken.
Vraag
20
Kunt u bevestigen dat slavernij een wereldwijd fenomeen was dat in vrijwel alle
beschavingen heeft bestaan, en dat het selectief aanwijzen van West-Europese
landen een vertekend historisch beeld geeft?
Antwoord
20
Het kabinet kan bevestigen dat slavernij historisch een wereldwijd fenomeen is
geweest. Dat neemt niet weg dat Nederland een eigen verantwoordelijkheid heeft
voor zijn rol in de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij en voor de
doorwerking daarvan.
Vraag
21
Deelt u de mening dat het Nederlandse volk niet gebaat is bij een voortdurende
schuldcultuur over historische gebeurtenissen?
Antwoord
21
Het kabinet herkent zich niet in de term «schuldcultuur». Het beleid is gericht
op erkenning van historisch onrecht, kennis en bewustwording, dialoog en het
tegengaan van racisme en discriminatie.



