Rechter buigt zich over miljoenenclaim: bijna €1 miljoen investering in Suriname onder de loep

Een man die door justitie wordt aangesproken voor een schuld van ruim 2,5 miljoen euro aan de Nederlandse Staat, blijft voorlopig vastzitten. De rechtbank in Den Haag heeft bepaald dat zijn verzoek om vrijgelaten te worden of een betalingsregeling te krijgen wordt afgewezen. In de zaak spelen ook grote geldstromen naar het buitenland een rol, waaronder een investering van bijna €1 miljoen in Suriname.

De man zit in gijzeling, een juridisch dwangmiddel dat wordt gebruikt om iemand te dwingen een opgelegde geldschuld aan de Staat te betalen.

Miljoenen verdiend met criminaliteit

De miljoenenclaim komt voort uit een eerdere strafzaak. Het Gerechtshof Amsterdam bepaalde in 2019 dat de man €2.5 miljoen moet terugbetalen omdat hij dit bedrag zou hebben verdiend met criminele activiteiten zoals deelname aan een criminele organisatie, drugshandel en witwassen.

Deze zogenaamde ontnemingsmaatregel werd in 2020 definitief.

Volgens het hof had de man grote bedragen contant uitgegeven aan verschillende investeringen en luxe uitgaven.

Investering van bijna een miljoen in Suriname

Uit het ontnemingsarrest blijkt dat onder meer bijna Euro 1 miljoen is uitgegeven voor een investering in Suriname.

De man stelde later dat ongeveer €500.000 van dit bedrag weer uit Suriname is teruggekomen en is gebruikt voor een andere regeling met de Nederlandse Staat.

De rechter vond deze uitleg echter onvoldoende. Volgens de rechtbank gaf hij geen controleerbare verklaring voor wat er met de rest van het geld is gebeurd.

Geld naar meerdere landen

Naast Suriname kwamen ook andere buitenlandse investeringen in het dossier naar voren. Volgens eerdere berekeningen van het hof ging geld onder meer naar Thailand en Litouwen.  

Bij verschillende onderdelen vond de rechter de uitleg van de man onduidelijk of onvoldoende onderbouwd.

Voorstel van €100 per maand afgewezen

De man stelde dat hij het geld niet meer heeft en daarom niet kan betalen. Hij vroeg de rechter daarom om zijn gijzeling te stoppen of het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) te verplichten een betalingsregeling van €100 per maand te accepteren.

De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechter heeft de man niet overtuigend aangetoond dat hij geen vermogen meer heeft en heeft hij onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie.

Daarom mocht het CJIB volgens de rechtbank het voorstel weigeren.

 

Populaire posts van deze blog