EU
houdt Surinaamse sopropo tegen, terwijl ‘Surinaamse type’ uit Nederland de
markt verovert
De export van Surinaamse sopropo naar Nederland
en de rest van de Europese Unie blijft voorlopig geblokkeerd. Tegelijkertijd
groeit in Nederlandse winkels het aanbod van een zogenoemde “Surinaamse
type” sopropo, die lokaal in Nederland wordt geteeld. Daardoor ontstaat een
opvallende situatie: de echte Surinaamse groente mag de Europese markt nog niet
op, terwijl een vergelijkbare variant inmiddels volop wordt verkocht.
De export van Surinaamse sopropo naar Nederland
blijft voorlopig geblokkeerd. Dat blijkt uit antwoorden van de Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op vragen van EM Newsroom. De kwestie draait
om strenge Europese plantgezondheidsregels en zorgen over een schadelijk
insect.
Sopropo, internationaal bekend als Momordica
charantia (bitter melon), is een populaire groente in Suriname en binnen de
Surinaamse gemeenschap in Nederland.
De vrucht mag echter niet naar de Europese Unie
worden geëxporteerd zolang niet is aangetoond dat deze vrij is van de
schadelijke tripssoort Thrips palmi.
Volgens de NVWA is de invoer van
Momordica-soorten uit landen waar deze plaag voorkomt voorlopig verboden op
basis van Europese regelgeving. Het gaat onder meer om:
- Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019
- Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072
- Gewijzigd door Uitvoeringsverordening (EU) 2022/853
Deze verordeningen bevatten een lijst van
zogenoemde “risicovolle planten” waarvoor extra fytosanitaire eisen gelden.
Eerder dossier
afgekeurd
Volgens de NVWA diende Suriname in 2021 een
technisch dossier in waarin werd beschreven welke fytosanitaire maatregelen
worden toegepast om Thrips palmi te bestrijden.
De beoordeling door de Europese Autoriteit voor
voedselveiligheid (EFSA) wees echter uit dat de voorgestelde maatregelen
onvoldoende garantie boden dat de vruchten vrij zijn van het insect.
Daardoor bleef het importverbod van kracht.
Volgende stap
Volgens de NVWA ligt de volgende stap bij de National
Plant Protection Organization (NPPO) van Suriname. Die moet een nieuw technisch
dossier indienen waarin overtuigend wordt aangetoond dat sopropo zonder risico
op Thrips palmi naar de EU kan worden geëxporteerd.
Het proces verloopt vervolgens via meerdere
Europese instanties:
1.
Indiening bij de Plant Health Unit van de
Europese Commissie
2.
Risicobeoordeling door EFSA
3.
Bespreking in het Plant Health Committee in
Brussel met EU-lidstaten
Pas na een positieve uitkomst kan het
importverbod worden opgeheven.
NVWA: geen
zicht op Surinaamse stappen
Op de vraag welke stappen Suriname sinds het
instellen van het verbod heeft genomen, laat de NVWA weten daar geen zicht op
te hebben.
“Het is aan de NPPO van Suriname zelf om actie te
ondernemen,” aldus de autoriteit.
Voor actuele informatie over eventuele
maatregelen verwijst de NVWA naar de Surinaamse plantenziektekundige dienst.
Concurrentie
neemt intussen toe
Terwijl Suriname nog toegang probeert te krijgen
tot de Europese markt, groeit de concurrentie snel.
In Nederland wordt inmiddels een “Surinaamse type
sopropo” verkocht voor ongeveer 7,50 euro per kilo. Deze variant wordt echter niet
in Suriname geteeld, maar lokaal in Nederland geproduceerd. Door de benaming
wordt bij consumenten wel de indruk gewekt dat het om Surinaamse sopropo gaat.
Daarnaast is er stevige prijsdruk vanuit
Aziatische import. Zo wordt Thaise sopropo in sommige winkels aangeboden in
dozen van 5 kilo voor ongeveer 20 euro, wat neerkomt op circa 4 euro per kilo.
Voor Surinaamse telers betekent dit dat zij,
zodra de Europese markt weer opengaat, niet alleen aan de strenge fytosanitaire
eisen moeten voldoen, maar ook een stevige concurrentieslag moeten aangaan.
Hoe lang kan
dit duren?
Een concrete termijn is niet te geven. De duur
van het traject hangt af van de snelheid waarmee Suriname een nieuw dossier
opstelt en indient, en hoe snel de Europese beoordelingsprocedures worden
doorlopen.
Voorlopig blijft de Europese markt dus gesloten
voor Surinaamse sopropo, maar voor een Surinaamse type niet.
