Surinaamse trots Anouschka Biekman klinkt in de Tweede Kamer:
“No mik nowansma sdong tap yu ede”
In de Tweede Kamer, waar doorgaans zorgvuldig
geformuleerd Standaardnederlands de norm is, koos D66-Kamerlid Anouschka
Biekman er woensdag 11 februari voor om haar Surinaamse roots nadrukkelijk
onderdeel te maken van haar verhaal.
“No mik nowansma sdong tap yu ede,” citeerde zij
haar vader.
Laat niemand je onderdrukken.
Biekman sprak tijdens de behandeling van de
onderwijsbegroting. Ze begon haar bijdrage met een reflectie op trots en
verantwoordelijkheid.
“Dit is niet alleen mijn podium,” zei zij. “Het
is een podium voor mensen die zich gehoord en gezien willen voelen.”
Haar betoog werd meer dan een inhoudelijke
bijdrage aan het onderwijsdebat. Het werd een persoonlijk verhaal over afkomst,
onderschatting en veerkracht en over wat het betekent om als vrouw met
Surinaamse roots in de Tweede Kamer te staan.
Trots op haar
ouders
Centraal in haar toespraak stond de trots op haar
Surinaamse ouders. Ze noemde hen bij naam: haar vader, Kenneth Joseph Gregorius
Biekman, manager bij de IND, en haar moeder, Cornellie Hèlen Seedorf, lerares
in het primair onderwijs.
Haar moeder leerde generaties kinderen hun weg te
vinden in het onderwijs.
“Onderwijs is geen ladder omhoog of omlaag,” zei
Biekman, verwijzend naar haar moeders woorden, “maar een tuin waarin je zaait
en alle plantjes ziet, ook de plantjes die in de schaduw staan.”
Van haar vader kreeg ze een levensles mee die ze
woensdag in het Surinaams herhaalde:
“No mik nowansma sdong tap yu ede.”
Lage
Cito-score, hoge verwachtingen
Biekman sprak openhartig over haar eigen
schoolloopbaan. Als 11-jarige kreeg ze een lage Cito-score.
“Het eerste label werd geplakt. Het plafond werd
voor mij bepaald,” zei ze. “Alsof talent zich laat vangen in hokjes en een
Cito-score de waarde van een kind bepaalt.”
Daar bleef het niet bij. Als dochter van
gescheiden Surinaamse ouders kreeg ze opnieuw te maken met aannames. De
verbazing was groot, vertelde ze, toen bleek dat haar vader juist zeer
betrokken was bij haar schoolcarrière.
Toch slaagde ze voor haar mavo-diploma.
“Dit was niet zomaar een papiertje; het was een
overwinning.”
Via het mbo en het hbo behaalde ze uiteindelijk
een universitaire graad. Ze werd wethouder in Schiedam en staat nu in de Tweede
Kamer.
“Niet ondanks het mbo, maar mede dankzij het
mbo,” benadrukte zij.
Pleidooi voor
waardering van het mbo
In haar bijdrage stelde Biekman kritische vragen
over de positie van het middelbaar beroepsonderwijs.
“Te vaak spreken we over het mbo alsof het een
tweede keus is,” zei ze. “Alsof praktisch opgeleid minder ambitieus is, minder
slim, met minder toekomst.”
Ze vroeg de minister hoe hij de baankansen van
mbo’ers ziet in vergelijking met theoretisch opgeleiden en wat het
toekomstperspectief van mbo-studenten is.
“Woorden
hebben kracht”
Biekman sloot haar bijdrage af met een boodschap
over eigenwaarde en veerkracht.
“Onderschatting kan je tegenhouden,” zei ze,
“maar ik heb er mijn kracht van gemaakt.”
Haar verhaal was daarmee niet alleen een bijdrage
aan het onderwijsdebat, maar ook een persoonlijke getuigenis geworteld in
Surinaamse trots en de overtuiging dat onderwijs geen selectiemechanisme moet
zijn, maar een plek waar ieder talent kan groeien.

