Nederlandse en Surinaamse politieke leiders zijn de goede weg kwijt

Mr. Owen Venloo
Wetgevingsjurist Staats- en Bestuursrecht
Oud adviseur Consul-Generaal van Suriname in Amsterdam
Oud-hoofdbestuurslid Partij van de Arbeid in Nederland

 

Terwijl beide landen juist nu ernstig behoefte hebben aan visie, ambitie en daarop gebaseerd beleid om de grote vraagstukken die moeten worden opgelost ook daadwerkelijk aan te pakken.

Te lang vasthouden aan het oude dualisme, de tegenstelling coalitie-oppositie, was al met het aantreden van de nieuwe VVD-leider Yeşilgöz (deur open voor Wilders) een totaal verkeerd signaal, dat in de kortste keren niet alleen een rampzalige kabinetsformatie heeft opgeleverd, maar ook een rampzalig, eigenlijk al doodgeboren kabinet-Schoof.

Hoewel sommige visionaire politici toen al pleitten voor een extra-parlementair kabinet, bleef VVD-leider Yeşilgöz dogmatisch vasthouden aan het radicaal uitsluiten van PvdA-GroenLinks. Een ernstige en bestuurlijk onvergeeflijke fout.

Terwijl alle signalen eigenlijk al enige tijd aangaven dat er een extra-parlementair nationaal kabinet nodig is om stabiel beleid te ontwikkelen op de grote dossiers, zoals zorg, wonen, defensie/veiligheid en klimaat.

Het zeer teleurstellende resultaat dat nu voorligt, namelijk een minderheidskabinet dat met wisselende meerderheden in de Eerste en Tweede Kamer moet zien te (over)leven, belooft niets goeds voor het duurzaam oplossen van genoemde grote maatschappelijke, veiligheids- en klimaatproblemen. De tijd zal het leren.

Suriname

In Suriname is het van hetzelfde laken een pak. De nieuwe regering van president Simons (NDP, 18 zetels) heeft de tweede grote partij van het land, de VHP (17 zetels), radicaal uit de regering gehouden met de publiekelijke, grimmige tijdbom-opmerking: “Er wordt niet gesproken met de VHP!”

De grote problemen waarvoor de regering-Simons is gesteld, vragen, net zoals in Nederland, ook in Suriname om een nationale regering met een breed draagvlak in het parlement.

Maar ook in Suriname blijft men vasthouden aan die oude koloniale tweedeling oppositie-coalitie. Als Suriname visionaire en ambitieuze langetermijndoelen wil halen (bijvoorbeeld topland met een topvolk in 2040/2050, wat kan mede dankzij de komende extra opbrengsten uit gas en olie), dan moet worden vermeden dat er (zoals gebruikelijk) elke vijf jaar een andere regering en ander beleid wordt ontwikkeld. Voor Suriname ligt het Haïti- en Venezuela-scenario (ook een olieland) op de loer.

Daarmee wordt tegelijkertijd het grootste probleem van Suriname benoemd: GEEN VISIE, AMBITIE EN DAAROP GEBASEERDE CIJFERMATIGE BELEIDSDOELEN, bij het realiseren waarvan onverbiddelijk moeten gelden: PROFESSIONALISME, NO-NONSENSE EN ZERO TOLERANCE.

Populaire posts van deze blog