Rechtbank: minister moet opnieuw beslissen over verblijf Surinaamse jongeman bij tante

De rechtbank Den Haag heeft bepaald dat de minister van Asiel en Migratie opnieuw moet beslissen over de verblijfsaanvraag van een jonge Surinamer die bij zijn tante in Nederland wil wonen. Volgens de rechtbank is bij de eerdere afwijzing onvoldoende rekening gehouden met het recht op familieleven onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De zaak draaide om een jongeman met de Surinaamse nationaliteit die in 2023 een verblijfsvergunning aanvroeg om bij zijn tante in Nederland te blijven. De minister wees de aanvraag af omdat hij geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had en volgens het ministerie geen recht had op een uitzondering op die regel.

Jeugd en afhankelijkheid

De jongeman stelde dat zijn tante al sinds zijn jeugd een centrale rol in zijn leven speelt. Volgens hem kon zijn moeder vanwege psychische en lichamelijke problemen niet voor hem zorgen. Daardoor groeide hij grotendeels op bij zijn tante, die hem financieel en emotioneel ondersteunde.

Een periode bracht hij door in een kindertehuis in Suriname, maar ook toen bleef zijn tante betrokken bij zijn opvoeding. Nadat zij in 2021 naar Nederland verhuisde, bleef hij contact met haar houden en afhankelijk van haar steun. In 2022 reisde hij naar Nederland om weer bij haar te wonen.

Minister: geen familieleven

De minister stelde dat er juridisch geen sprake was van beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen de inmiddels meerderjarige jongeman en zijn tante. Volgens het ministerie was er geen sprake van bijzondere afhankelijkheid die verder gaat dan normale familiebanden.

Daarom vond de minister dat uitzetting naar Suriname niet in strijd was met artikel 8 van het EVRM, dat het recht op privé- en familieleven beschermt.

Rechtbank: band onvoldoende onderzocht

De rechtbank is het daar niet mee eens. Volgens de rechters had de minister alle omstandigheden beter moeten onderzoeken en wegen.

Uit verschillende documenten en verklaringen blijkt volgens de rechtbank dat de tante feitelijk een moederrol vervulde en dat de jongeman vanaf jonge leeftijd grotendeels door haar werd opgevoed. Ook spelen zijn jonge leeftijd en psychische kwetsbaarheid een rol.

Daarom kon de minister volgens de rechtbank niet zomaar concluderen dat er geen bijzondere afhankelijkheid bestaat.

Nieuwe beslissing nodig

De rechtbank verklaarde het beroep van de jongeman gegrond en vernietigde het besluit van de minister. De minister moet nu opnieuw naar de zaak kijken en alsnog een belangenafweging maken, waarbij wordt uitgegaan van het bestaan van familieleven tussen de jongeman en zijn tante.

Dat betekent niet dat hij automatisch een verblijfsvergunning krijgt. De minister moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.

Daarnaast moet de staat bijna 1.900 euro aan proceskosten vergoeden.

 

Populaire posts van deze blog