Belangrijke
fase aangetreden in OAS-zaak van Jankie over Toescheidingsovereenkomst
De in Washington (Verenigde Staten van Amerika)
gevestigde Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR)
heeft een belangrijke fase aangekondigd in de zaak over de
Toescheidingsovereenkomst die Mahin Jankie en anderen tegen de staat Suriname
heeft aangespannen.
Jankie en anderen willen dat de mensenrechtencommissie zich uitspreekt over de rechten die hun zijn toegekend in de Toescheidingsovereenkomst. Zij willen met hun gezin zonder visum, toeristenkaart of andere entreevoorwaarden naar Suriname reizen. Jankie en anderen willen in Suriname in alle opzichten als Surinaamse staatsburgers worden behandeld. Jankie beroept zich daarbij op bepalingen uit de Toescheidingsovereenkomst van 1975 en op eerdere rechterlijke uitspraken. Het Hof van Justitie in Suriname heeft in 2007 het vonnis waarin de rechten ingevolge dit verdrag aan Jankie en anderen waren toegekend, vernietigd.
Nadat Jankie vond dat hij in Suriname geen effectief
rechtsmiddel meer had om zijn rechten af te dwingen, diende hij samen met
anderen een klacht in bij de
Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens. De Commissie heeft de
zaak vervolgens ontvankelijk (admissible) verklaard, waardoor de klacht
inhoudelijk wordt behandeld.
De zaak, die sinds 2005 bij de IACHR ligt, is
volgens een schrijven van de Commissie aan Jankie procedureel gereed voor de
voorbereiding van een zogenoemd “Merits Report”. In deze fase zal de
Commissie inhoudelijk beoordelen of er sprake is van schending van
mensenrechten.
De zaak draait om de Toescheidingsovereenkomst
tussen Nederland en Suriname, die werd gesloten rond de onafhankelijkheid van
Suriname in 1975. Volgens de klacht van Jankie garandeert deze overeenkomst dat
Surinaamse Nederlanders zich in Suriname mogen vestigen en daar in alle
opzichten als Surinamers moeten worden behandeld, inclusief burgerlijke en
politieke rechten.
Jankie stelt dat de staat Suriname deze rechten
niet volledig respecteert, onder meer op het gebied van gelijke behandeling,
politieke participatie en rechtsbescherming.
Inhoudelijke
beoordeling
De Commissie bevestigt dat de zaak nu procedureel
gereed is voor de voorbereiding van het Merits Report. Dit betekent dat alle
noodzakelijke informatie aanwezig is om de inhoudelijke analyse van de zaak te
starten.
Een Merits Report bevat onder meer:
- een overzicht van de feiten
- een juridische analyse
- een beoordeling of mensenrechten zijn geschonden
- aanbevelingen aan de betrokken staat
Wanneer een staat deze aanbevelingen niet
opvolgt, kan de zaak worden doorgestuurd naar het Inter-Amerikaanse Hof voor de
Rechten van de Mens.
In de brief aan Jankie merkt de Commissie op dat
zaken in principe in chronologische volgorde worden behandeld. Momenteel werkt
de Commissie aan dossiers die tussen 2003 en 2006 zijn ingediend.
Volgens de Commissie betekent het ontbreken van
recente publieke updates niet dat er geen voortgang is. Het
besluitvormingsproces verloopt grotendeels intern en vertrouwelijk totdat een
besluit wordt genomen.
Achtergrond
van de zaak
De oorspronkelijke klacht stelt dat Suriname
verschillende rechten van Surinaamse Nederlanders heeft geschonden, waaronder:
- het recht op gelijke behandeling
- het recht op deelname aan verkiezingen
- het recht op een eerlijk proces
- het recht op juridische bescherming
Deze rechten zijn onder meer vastgelegd in de
American Convention on Human Rights.
In de petitie wordt aangevoerd dat duizenden
Surinaamse Nederlanders door nationale regelgeving worden beperkt in hun
politieke en burgerrechten.
De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten
van de Mens, onderdeel van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), houdt
toezicht op de naleving van mensenrechten in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika.
Wanneer de Commissie concludeert dat er sprake is
van mensenrechtenschendingen en de betrokken staat deze niet herstelt, kan de
zaak worden voorgelegd aan het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de
Mens in Costa Rica, dat bindende uitspraken kan doen.
.png)