Paspoort geweigerd: Raad van State bevestigt verlies Nederlanderschap na langdurig verblijf in Suriname

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat een vrouw die sinds 2007 ook de Surinaamse nationaliteit bezit en langdurig in Suriname woonde, haar Nederlanderschap heeft verloren. Haar hoger beroep tegen de weigering van een Nederlands paspoort is ongegrond verklaard.

Paspoortaanvraag geweigerd

De zaak draait om een vrouw die in 1957 in Suriname werd geboren en bij geboorte de Nederlandse nationaliteit verkreeg. Zij woonde vanaf 1971 in Nederland, maar vertrok in 2006 terug naar Suriname.

In 2007 verkreeg zij door naturalisatie de Surinaamse nationaliteit. Toen zij in 2018 bij de Nederlandse ambassade in Suriname een paspoort aanvroeg, weigerde de minister van Buitenlandse Zaken die aanvraag in behandeling te nemen.

Volgens de minister had de vrouw haar Nederlanderschap al in 2017 verloren. Dat volgt uit artikel 15 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN): een meerderjarige Nederlander met een tweede nationaliteit verliest het Nederlanderschap wanneer hij of zij tien jaar onafgebroken buiten Nederland en de EU woont.

Rechtbank en Raad van State

De rechtbank Den Haag oordeelde eerder dat de minister een voldoende evenredigheidsbeoordeling volgens het EU-recht had uitgevoerd.

In hoger beroep stelde de vrouw dat onvoldoende rekening was gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Zij voerde aan dat zij vanwege lichamelijke en psychische aandoeningen niet zelfstandig kan functioneren en afhankelijk is van familie in Nederland.

De Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat argument niet. Volgens de hoogste bestuursrechter zijn deze punten al door de rechtbank beoordeeld en heeft de vrouw geen nieuwe redenen aangevoerd waarom die beoordeling onjuist zou zijn.

Geen uitzonderlijke afhankelijkheidsrelatie

De rechter oordeelde bovendien dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie met familie in Nederland, zoals vereist onder het EU-Handvest van de grondrechten en het EVRM.

Daarom zijn de gevolgen van het verlies van het Nederlanderschap volgens de rechter niet onevenredig.

 

Populaire posts van deze blog