Rechter
verplicht nieuwe beoordeling in zaak over Surinaamse ouderenregeling
De Rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat de afwijzing van
een aanvraag voor het eenmalige bedrag voor ouderen van Surinaamse herkomst
onvoldoende was gemotiveerd. In de uitspraak verklaarde de rechtbank het beroep
van een vrouw van Surinaamse herkomst gegrond en droeg zij de uitvoerende
instantie op een nieuw besluit te nemen.
Tijdelijk besluit en voorwaarden
De zaak draait om het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag
ouderen van Surinaamse herkomst. Deze regeling voorziet in een eenmalige
tegemoetkoming van €5.000 voor ouderen die door de migratie rond de
onafhankelijkheid van Suriname niet of niet volledig AOW-rechten hebben kunnen
opbouwen.
Een van de voorwaarden in de regeling is dat betrokkene bij
vestiging in Nederland ten minste 18 jaar oud was.
Afwijzing wegens leeftijd
De aanvrager was vóór 25 november 1975 vanuit Suriname naar
Nederland gekomen, maar was op het moment van aankomst 17 jaar oud. De Sociale
Verzekeringsbank (SVB), die de regeling uitvoert, wees haar aanvraag af omdat
zij niet voldeed aan de leeftijdsvoorwaarde van 18 jaar.
Volgens de SVB betekende dit dat zij formeel buiten de
doelgroep van de regeling viel.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank stelde vast dat niet in geschil was dat de
aanvrager bij aankomst in Nederland 17 jaar was. De kern van het geschil was de
vraag of de SVB in dit specifieke geval de leeftijdsvoorwaarde onverkort mocht
toepassen.
De rechtbank oordeelde dat de SVB onvoldoende had
gemotiveerd waarom in deze situatie strikt aan de leeftijdsgrens werd
vastgehouden. Daarbij woog de rechtbank mee dat de regeling is bedoeld voor
personen die als gevolg van de migratie rond de onafhankelijkheid structureel
nadeel hebben ondervonden bij de opbouw van AOW-rechten.
Volgens de rechtbank had de SVB onvoldoende onderzocht of
het leeftijdsverschil van één jaar in dit geval rechtvaardigde dat de aanvrager
volledig werd uitgesloten van de tegemoetkoming.
Besluit vernietigd
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit. De
SVB moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met de overwegingen
van de rechtbank. Over de uiteindelijke toekenning van het eenmalige bedrag
heeft de rechtbank zelf geen definitief oordeel gegeven.
