Tweede Kamer-rapporteurs
reizen naar Suriname voor verkenning bilaterale samenwerking
De Tweede Kamerleden Jan Struijs en Hanneke
van der Werf brengen in juli namens de vaste Kamercommissie voor
Buitenlandse Zaken een verkennend werkbezoek aan Suriname.
De rapporteurs gaan in Suriname gesprekken voeren met parlementariërs,
regeringsvertegenwoordigers, rechtshandhavingsinstanties en vertegenwoordigers
uit het bedrijfsleven om de samenwerking tussen Nederland en Suriname verder in
kaart te brengen.
De reis maakt deel uit van een nieuw
rapporteurschap Suriname, waarvoor de leden officieel mandaat vragen aan de
commissie Buitenlandse Zaken. Het werkbezoek staat voorlopig gepland voor begin
juli 2026 en moet leiden tot een versterkte informatiepositie van de Kamer over
ontwikkelingen in Suriname en de bilaterale relatie tussen beide landen.
Volgens de mandaatnotitie zijn Nederland en
Suriname op meerdere terreinen nauw met elkaar verbonden, waaronder
geopolitiek, handel, onderwijs, klimaat en rechtsstaat. De rapporteurs willen
onderzoeken welke kansen en uitdagingen er bestaan voor verdere samenwerking.
Daarbij kijken zij specifiek naar thema’s als rechtsstaat, handel en
grondstoffen, duurzame samenwerking, economische ontwikkeling en digitale
soevereiniteit.
Aanleiding voor het rapporteurschap is de
verbeterde diplomatieke relatie tussen Nederland en Suriname sinds 2020. In de
afgelopen jaren vonden meerdere wederzijdse bezoeken plaats, waaronder
Kamerdelegaties, een bezoek van de Kamervoorzitter en het recente staatsbezoek
van het Koninklijk Huis aan Suriname. Ook het Makandra-programma, gericht op
ondersteuning van goed bestuur in Suriname, speelt een belangrijke rol in de
samenwerking.
Ter voorbereiding op de reis willen de
rapporteurs eerst in gesprek met onderzoekers van de evaluatie van het
Makandra-programma. Dat programma werd onlangs verlengd tot 2030, waarbij
opnieuw 10 miljoen euro beschikbaar is gesteld. De rapporteurs willen meer
inzicht krijgen in zowel de positieve resultaten als de geconstateerde
tekortkomingen van het programma.
Na
afloop van het werkbezoek brengen de rapporteurs verslag uit aan de commissie
Buitenlandse Zaken. Op basis daarvan kunnen later eventuele vervolgstappen
worden voorgesteld. Het rapporteurschap loopt in ieder geval tot het najaar van
2026.
