Stanley
Brug spreekt van decennialange rechtsongelijkheid en corruptie binnen
rechterlijke macht
Richt dringend
verzoek aan Constitutioneel Hof en DNA-leden
Een uitvoerige brief van de burger Stanley J.W.
Brug aan het Constitutioneel Hof van Suriname en alle leden van De Nationale
Assemblee (DNA) heeft opnieuw aandacht gevestigd op ernstige beschuldigingen
van corruptie, rechtsongelijkheid en structurele vertragingen binnen de
Surinaamse rechterlijke macht. In het document stelt Brug dat hij en zijn gezin
sinds 1989 leven in een toestand van “rechtsonzekerheid” en dat meerdere
rechtszaken waarin hij betrokken is gedurende tientallen jaren niet correct of
volledig zijn behandeld.
Kern van de
beschuldigingen
In zijn schrijven stelt Brug dat hij sinds zijn
terugkeer van Nederland naar Suriname eind jaren tachtig systematisch zou zijn
benadeeld door leden van de rechterlijke macht. Volgens hem zouden
verschillende procedures waarin hij partij is, opzettelijk zijn vertraagd, niet
behandeld of telkens in zijn nadeel zijn beslist.
Brug verwijst daarbij expliciet naar vermeende
schendingen van onder meer:
- Artikel 8
van de Surinaamse Grondwet;
- Artikel
10 van de Surinaamse Grondwet;
- Artikel
139 van de Surinaamse Grondwet.
Volgens Brug hebben deze vermeende schendingen
geleid tot langdurige financiële, sociale en psychologische schade voor hem en
zijn familie.
Achtergrond:
terugkeer naar Suriname
Brug beschrijft hoe hij en zijn echtgenote eind
jaren tachtig terugkeerden naar Suriname na afronding van hun studies in
Nederland. Volgens hem gebeurde dit naar aanleiding van oproepen van de
Surinaamse overheid aan diaspora-Surinamers om bij te dragen aan de wederopbouw
van het land.
Zijn echtgenote werkte volgens de brief in
verschillende functies binnen de psychologie en het onderwijs. Brug zelf stelt
opleidingen te hebben gevolgd in bedrijfseconomie, marketingmanagement en
managementtraining. Daarnaast had hij volgens eigen zeggen een succesvolle
carrière als taekwondoleraar en sportinstructeur in Nederland.
Brug noemt verder dat hij deel uitmaakte van het
Nederlandse taekwondoselectieteam en actief was binnen
antidiscriminatie-initiatieven in Nederland.
Vastgoedconflict
als beginpunt van juridische strijd
Volgens Brug ontstonden de juridische conflicten
nadat hij onroerend goed in Suriname had gekocht en volledig had betaald,
terwijl de verkoper volgens hem weigerde tot officiële levering over te gaan.
Hij stelt dat de rechterlijke macht hem
vervolgens niet het recht verschafte waarop hij aanspraak maakte, maar juist
constructies zou hebben toegepast die volgens hem de tegenpartij bevoordeelden.
Brug beweert dat procedures uiteindelijk niet verder werden behandeld, waardoor
hij geen definitieve juridische oplossing kon verkrijgen.
Verwijzingen
naar rechters en functionarissen
In zijn schrijven noemt Brug meerdere namen van
huidige en voormalige functionarissen binnen de Surinaamse rechterlijke macht.
Hij beschuldigt hen van bevooroordeeld handelen, nalatigheid of het bewust
traineren van procedures.
Onder anderen verwijst hij naar:
- voormalige
rechters;
- leden van
het Hof van Justitie;
- advocaten;
- leden van
het Advocaten Tuchtcollege;
- voormalige
en huidige functionarissen binnen het Openbaar Ministerie.
De beschuldigingen in de brief zijn ernstig van
aard.
Procedures
zouden al sinds 1999 stilliggen
Een van de zwaarste aantijgingen in de brief
betreft het uitblijven van behandeling van verschillende civiele procedures in
hoger beroep.
Volgens Brug zouden meerdere zaken sinds 1999
niet inhoudelijk zijn behandeld, ondanks herhaalde verzoeken aan de
rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie. Hij noemt daarbij verschillende
zaaknummers en data van indiening.
Daarnaast stelt hij dat zelfs procedures waarbij
zijn moeder betrokken zou zijn, sinds de jaren zeventig nog altijd niet
volledig zijn afgehandeld.
Kritiek op het
Advocaten Tuchtcollege
Een aanzienlijk deel van de brief richt zich op
een klachtprocedure tegen een voormalig advocaat van Brug.
Volgens Brug heeft de advocaat in meerdere
procedures geen verweer gevoerd, ondanks formele vertegenwoordiging van zijn
belangen. Hij stelt dat hierdoor conservatoire beslagen zijn opgeheven en hij
verdere schade heeft geleden. Brug uit zware kritiek op het oordeel van het
Advocaten Tuchtcollege, dat volgens hem zijn klachten ongegrond verklaarde.
Brug noemt specifiek dat het tuchtcollege volgens
hem onvoldoende gewicht zou hebben toegekend aan door hem overgelegde
bewijsstukken.
Oproep aan
DNA-leden
In de slotpassages van de brief doet Brug een
rechtstreeks beroep op alle leden van De Nationale Assemblée (DNA). Hij vraagt
hen een petitie mede te ondertekenen om de kwestie voor te leggen aan het
Constitutioneel Hof van Suriname.
Volgens Brug is sprake van structurele schending
van grondrechten en burgerlijke procesrechten. Hij vraagt het Constitutioneel
Hof om zich uit te spreken over de handelwijze van het Hof van Justitie en om
maatregelen te treffen die volgens hem noodzakelijk zijn om de rechtsorde te
herstellen.
