Nederland rekent laatste centen van
Verdragsmiddelen af
De Nederlandse regering heeft woensdag haar
jaarverslagen over 2025 gepresenteerd en daarin aangegeven dat er “momenteel”
nog een “klein gedeelte” resteert van de Verdragsmiddelen. Deze middelen
blijven conform het Verdrag beschikbaar. (Redactie: Bij de
onafhankelijkheid van Suriname in 1975 stelde Nederland in totaal 3,5 miljard
gulden aan verdragsmiddelen beschikbaar voor de sociaaleconomische ontwikkeling
van Suriname. Daarnaast werden oude schulden van ruim 515 miljoen gulden kwijtgescholden.)
Volgens het jaarverslag van het ministerie van
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp werd in 2025 een arrangement getekend
van EUR 5 miljoen voor het Productie Krediet Fonds ter stimulering van het
midden- en kleinbedrijf in Suriname. Tevens werden op 4 juli 2025 twee
arrangementen getekend voor een herverdeling van de eerdere EUR 5 miljoen voor
een zorgautoriteit. Op verzoek van Suriname bleef EUR 2 miljoen bestemd voor de
oprichting van een zorgautoriteit en ging de resterende EUR 3 miljoen naar de
aanschaf van medische apparatuur in verband met acute noden.
Het jaarverslag van Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingshulp laat zien dat Nederland in 2025 miljarden euro’s uitgaf aan
internationale samenwerking, duurzame ontwikkeling, veiligheid en sociale
vooruitgang. De totale gerealiseerde uitgaven binnen dat ministerie bedroegen
meer dan €4 miljard.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken meldt
daarnaast dat buitenlandse samenwerking binnen het Koninkrijk der Nederlanden
plaatsvindt in samenhang met Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en de Caribische
delen van het Koninkrijk.
Slavernijverleden
en Koninkrijksrelaties blijven gevoelig
In het jaarverslag van Binnenlandse Zaken wordt
ook verwezen naar het “Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité”. De
Nederlandse regering heeft in het jaarverslag van het ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevestigd dat in 2025 verdere stappen
zijn gezet rond het slavernijverleden en de samenwerking met Suriname.
Volgens het jaarverslag heeft de minister van
Binnenlandse Zaken de taak gekregen om de kennis en bewustwording over het
slavernijverleden te vergroten. Daarbij wordt samengewerkt met nazaten en
betrokken gemeenschappen.
Op 6 januari 2025 werd officieel het
Herdenkingscomité Slavernijverleden opgericht. Dat comité moet de herdenking en
erkenning van het Nederlandse slavernijverleden binnen het Koninkrijk én in
Suriname verder vormgeven, “als Suriname dat wenst”.
Daarnaast werd in 2025 gestart met een
praktijkgericht onderzoeksprogramma over het slavernijverleden. Hiervoor is
€1,4 miljoen beschikbaar gesteld via een onderzoekssubsidie. Het programma
wordt uitgevoerd in samenwerking met Regieorgaan SIA en nazaten van tot slaaf
gemaakten.
Uit de begrotingscijfers blijkt dat Nederland in
2025 ruim €8,5 miljoen uitgaf binnen het beleidsartikel “Slavernijverleden:
fonds en herdenkingscomité”. Daarvan ging bijna €8 miljoen naar het
Herdenkingscomité.
Verder meldt het ministerie dat een voorschot van
€7,6 miljoen werd verstrekt aan de Stichting Herdenkingscomité en nog eens
€400.000 aan het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis
(NiNsee).
Ook werd bekendgemaakt dat Nederland op 19
november 2025 een nieuwe subsidieregeling heeft gepubliceerd voor
maatschappelijke initiatieven rond het trans-Atlantisch slavernijverleden in
Suriname voor de periode 2026-2030. De openstelling van dat programma volgt in
2026.
Ook in 2025 heeft Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties de nodige
activiteiten uitgevoerd voor de opvolging van de excuses voor het slavernijverleden.
Het Herdenkingscomité is in januari 2025 opgericht en heeft op 1 juli de
Nationale Herdenking AfschaffingNederlands Slavernijverleden georganiseerd. De
herdenking verliep waardig en leidde tot overwegend positieve reacties. Op 1
juli 2025 is de subsidieregeling maatschappelijke initiatieven van nazaten en
andere betrokkenen in werking getreden en op 11 augustus 2025 opengesteld voor
aanvragen. In het eerste tijdvak zijn er 158 aanvragen gedaan, 24 afgewezen en
134 toegewezen.
Daarnaast werd op 1 december 2025 een nieuw
Makandra-programma aangekondigd tussen Nederland en Suriname. Dat programma
richt zich op technische assistentie en capaciteitsversterking tussen 2026 en
2030 en heeft een totale omvang van €10 miljoen. De helft komt uit de begroting
van Buitenlandse Zaken en de andere helft uit de begroting van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp.
Nederland
kende in 2025 opnieuw €5.000 toe aan Surinaamse ouderen
Het Nederlandse kabinet heeft in 2025 verder
uitvoering gegeven aan het zogenoemde “Gebaar erkenning Surinaamse ouderen”.
Daarbij ontvangen ouderen van Surinaamse herkomst een eenmalig bedrag van
€5.000.
Volgens het jaarverslag van het ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid is deze regeling bedoeld als erkenning voor de
“unieke samenloop van omstandigheden” waarmee deze groep te maken kreeg bij hun
komst naar Nederland.
De uitvoering van de regeling ligt bij de Sociale
Verzekeringsbank (SVB). Het ministerie meldt dat het grootste deel van de
ouderen het bedrag automatisch toegewezen kreeg. Personen die het bedrag niet
automatisch ontvingen, konden alsnog handmatig een aanvraag indienen.
Uit de begrotingscijfers blijkt dat voor 2025
uiteindelijk ongeveer €800.000 werd uitgegeven aan deze regeling. Dat was lager
dan verwacht, omdat minder ouderen zich in 2025 meldden dan eerder was geraamd.
Het ministerie meldt verder dat de ontvangsten
van Sociale Zaken in 2025 €1,4 miljoen hoger uitvielen dan begroot. Dat kwam
onder meer door terugontvangsten rond de bevoorschotting van de regeling voor
Surinaamse ouderen.
