Guyana-Venezuela arbitraal vonnis  1899 heeft ook betekenis voor Suriname en Tigri

De zaak tussen Guyana en Venezuela bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) heeft juridisch gezien geen directe betrekking op Suriname. Toch waarschuwt dr. Lachman Soedamah dat de internationale ontwikkelingen rond deze zaak niet zonder gevolgen zijn voor de Surinaamse positie in het Tigri-gebied.

De wetenschapper, die promoveerde op de grenskwestie tussen Suriname en Guyana, stelt dat het arbitrale vonnis van 1899 uitsluitend de grens tussen Guyana en Venezuela behandelt. “Het zegt niets over de grens tussen Suriname en Guyana of het Tigri-gebied,” benadrukt hij. 

Foto: Lachman Soedamah


Van 4 tot en met 11 mei hield het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag openbare zittingen in de zaak over het arbitraal vonnis van 1899 tussen Guyana en Venezuela. Tijdens deze hoorzittingen hamerde Guyana erop dat het arbitraal vonnis van 3 oktober 1899 de internationale grens definitief en rechtsgeldig heeft vastgelegd. Venezuela daarentegen bestrijdt juist de totstandkoming van dat vonnis en stelt dat het proces destijds onregelmatig en politiek beïnvloed was.

De Venezolaanse delegatie stond onder leiding van interim-president Delcy Rodríguez, die in Den Haag pleitte voor politieke onderhandelingen in plaats van een definitieve rechterlijke uitspraak. De Guyanese delegatie werd aangevoerd door minister van Buitenlandse Zaken Hugh Todd, die het hof opriep het arbitraal vonnis van 1899 volledig te bevestigen als bindende internationale grensregeling.

“Guyana bouwt internationaal sterk narratief op”

Volgens Soedamah zou het echter naïef zijn om te denken dat de procedure daarom betekenisloos is voor Suriname. Hij wijst erop dat Guyana internationaal steeds sterker het beeld neerzet dat zijn grenzen historisch vaststaan en bevestigd zijn door internationale rechtspraak.

“Dat narratief krijgt langzaam diplomatiek gewicht. Niet alleen bij internationale instellingen, maar ook in de publieke opinie en binnen de regionale politiek,” zegt hij.

Daarin schuilt volgens hem precies de uitdaging voor Suriname. Terwijl Guyana actief investeert in internationale profilering van zijn grensstandpunten, blijft het Tigri-vraagstuk aan Surinaamse zijde al jaren grotendeels afwezig op de politieke agenda.

“Stilte kan worden uitgelegd als berusting”

Soedamah waarschuwt dat langdurige stilte internationaal kan worden geïnterpreteerd als berusting of impliciete aanvaarding van de huidige situatie.

“Suriname hoeft geen confrontatie te zoeken. Integendeel. Maar het land moet wel actief en consequent zijn historische en juridische positie blijven verdedigen.”

Daarom pleit hij voor een hernieuwde dialoog op basis van het Protocol van Chaguaramas uit 1971. Volgens hem vormt dit protocol nog altijd een belangrijk diplomatiek uitgangspunt, omdat Suriname en Guyana daarin impliciet erkenden dat er sprake is van een onopgelost grensvraagstuk.

Oproep tot diplomatieke volwassenheid

Een hernieuwde politieke dialoog zou volgens Soedamah getuigen van diplomatieke volwassenheid en verantwoordelijk staatsmanschap.

“Het gaat immers niet alleen om territorium, maar ook om rechtszekerheid, nationale soevereiniteit en historisch besef.”

Hij benadrukt dat Suriname duidelijk moet blijven maken dat het:

  • het internationaal recht respecteert;
  • goede betrekkingen met Guyana wenst;
  • maar geen afstand doet van zijn historische aanspraken op Tigri.

“In een wereld waarin internationale beeldvorming steeds belangrijker wordt, kan een land het zich niet veroorloven zijn grenskwesties uitsluitend aan de geschiedenis over te laten,” aldus Soedamah.

 

Foto ICJ: Openbare hoorzittingen over de inhoudelijke behandeling van de zaak betreffende de arbitrale uitspraak van 3 oktober 1899 Guyana tegen Venezuela.