• Toescheidingsovereenkomst 1975 niet uitgevoerd: Open brief legt staatsrechtelijk verzuim bloot

Een internationaal samengestelde groep personen richt vandaag, maandag 19 januari 2026, een open brief aan de President van Suriname, de Voorzitter van De Nationale Assemblee (DNA) en de Minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS). In deze brief wordt gewezen op het structureel uitblijven van de uitvoering van staatsrechtelijke verplichtingen die voortvloeien uit de Toescheidingsovereenkomst van 1975 en de daarop gebaseerde constitutionele verantwoordelijkheden van de Staat Suriname. Dit langdurig, institutioneel nalaten — dat meerdere regeringsperiodes en parlementaire samenstellingen overspant — heeft directe en blijvende gevolgen voor de rechtspositie, waaronder nationaliteitsvraagstukken, en de formele betrokkenheid van personen van Surinaamse afkomst die zich duurzaam buiten Suriname bevinden.

De brief stelt dat deze verplichtingen tot op heden niet zijn vertaald in samenhangend beleid en een duurzame institutionele inrichting. In het bijzonder wordt gewezen op het ontbreken van een expliciet Directoraat Diasporabeleid, geleid door een formeel aangestelde directeur, met een strategisch, uitvoerbaar en realistisch mandaat, waaronder in elk geval: het ontwikkelen en vaststellen van een integraal nationaal diasporabeleid, de coördinatie van uitvoering over ministeries en uitvoeringsdiensten heen, de beleidsmatige verankering van nationaliteits- en daaraan verbonden rechtsvraagstukken, en de periodieke verantwoording aan regering en parlement. Daarbij wordt benadrukt dat de Surinaamse diaspora wereldwijd is en beleidsmatig niet kan worden beperkt tot één land of regio.

Vijftig jaar na de onafhankelijkheid concluderen de opstellers dat het ontbreken van een integraal nationaal diasporabeleid, inclusief een verantwoordelijke bestuursstructuur, leidt tot voortdurende uitvoeringsloosheid en structurele rechtsonzekerheid voor ten minste één miljoen personen van Surinaamse afkomst wereldwijd. De opstellers roepen de verantwoordelijke staatsorganen op deze structurele lacune thans te herstellen, binnen het bestaande constitutionele kader, met inachtneming van bestuurlijke zorgvuldigheid, teneinde verdere rechts- en beleidsmatige onzekerheid te voorkomen.

OPEN BRIEF:

Paramaribo, 19 januari 2026

Aan:
De President van de Republiek Suriname
De Voorzitter van De Nationale Assemblee
De Minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS)

Betreft:
Uitvoering van bestaande staatsrechtelijke verplichtingen inzake nationaal diasporabeleid – oprichting Directoraat Diasporabeleid en aanstelling Directeur

 

 

Geachte President,
Geachte Voorzitter,
Geachte Minister,

Onder verwijzing naar bestaande staatsrechtelijke en internationaalrechtelijke verplichtingen van de Republiek Suriname wenden wij ons tot u met betrekking tot het structureel uitblijven van de uitvoering van een integraal en nationaal diasporabeleid.

Deze open brief richt zich tot en betreft alle personen van Surinaamse afkomst die duurzaam buiten het grondgebied van de Republiek Suriname wonen of verblijven, ongeacht hun huidige woonland of nationaliteit. De Surinaamse diaspora heeft per definitie een wereldwijd karakter en omvat Surinamers in Noord- en Zuid-Amerika, Europa, het Caribisch gebied, Afrika, Azië en Oceanië. Zij is derhalve niet geografisch beperkt tot Nederland en kan beleidsmatig evenmin daartoe worden gereduceerd.

Deze afbakening vloeit rechtstreeks voort uit het staatsrechtelijk begrip personen van Surinaamse afkomst zoals gehanteerd in de Toescheidingsovereenkomst van 1975.

Toelichting: Onder personen van Surinaamse afkomst worden in staatsrechtelijke zin alle personen die hun afkomst ontlenen aan Suriname, ongeacht hun huidige nationaliteit of verblijfplaats. Deze kwalificatie is niet afhankelijk van latere nationaliteitskeuzes en kent een wereldwijd toepassingsbereik.

Het gedurende vijftig jaar uitblijven van beleidsuitwerking kan staatsrechtelijk niet langer worden aangemerkt als beleidsvrijheid. Het kwalificeert als een voortdurende niet-uitvoering van een bindende staatsrechtelijke verplichting.

 

Juridische grondslag

Met de totstandkoming van de onafhankelijkheid van Suriname is in de Toescheidingsovereenkomst van 1975, in het bijzonder artikel 5, lid 2, vastgelegd dat Surinamers buiten Suriname aanspraak hebben op toegang tot en verblijf in Suriname, alsmede op gelijke behandeling. Deze bepaling vormt een bindende juridische grondslag en schept een positieve verplichting voor de Surinaamse staat tot beleidsvorming en uitvoering.

Tot op heden is deze bepaling niet uitgewerkt in samenhangend, nationaal beleid. Daarmee is sprake van een structurele lacune in de uitvoering van een formele staatsverplichting die inmiddels vijftig jaar voortduurt.

 

PSA: noodzakelijke eerste stap, geen uitvoering

Het in 2012 geïntroduceerde PSA-beleid (Personen van Surinaamse Afkomst) kan worden beschouwd als een noodzakelijke en inhoudelijk verdedigbare eerste stap richting diaspora-betrokkenheid. Het heeft bijgedragen aan erkenning van verbondenheid en aan praktische facilitering.

 

Juridisch en beleidsmatig moet echter worden vastgesteld dat PSA niet voldoet aan hetgeen is vastgelegd in artikel 5, lid 2 van de Toescheidingsovereenkomst van 1975, noch aan wat vereist is voor een integraal nationaal diasporabeleid. PSA is:

▪ sectoraal en instrumenteel van aard;
▪ niet interministerieel verankerd;
▪ niet gebaseerd op een expliciet vastgesteld beleidskader;
▪ niet gericht op structurele beleidsontwikkeling, maar op individuele faciliteiten.

PSA kan derhalve niet worden aangemerkt als uitvoering van de staatsrechtelijke verplichting, maar uitsluitend als een voorlopige beleidsmaatregel. Het bestaan van PSA onderstreept juist de noodzaak om deze eerste stap te vervolgen met hetgeen tot op heden ontbreekt: integraal, nationaal diasporabeleid.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid

Het ontbreken van een expliciet beleidskader en een verantwoordelijk bestuursorgaan heeft tot gevolg dat:

▪ diaspora-gerelateerde aangelegenheden versnipperd worden behandeld;
▪ interministeriële afstemming ontbreekt;
▪ beleidsvorming feitelijk wordt uitgesteld;
▪ rechtszekerheid voor betrokkenen ontbreekt.

In staatsrechtelijke zin geldt dat beleid zonder een daartoe aangewezen bevoegd orgaan niet tot stand kan komen.

 

Institutionele vereiste

De oprichting van een Directoraat Diasporabeleid onder het Ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking vormt een noodzakelijke institutionele voorwaarde voor:

▪ beleidsvoorbereiding en beleidsadvisering;
▪ interministeriële beleidscoördinatie;
▪ structureel en georganiseerd overleg met diaspora-organisaties wereldwijd;
▪ voorbereiding van beleidsdocumenten en regelgeving;
▪ ondersteuning van beleidsuitvoering na vaststelling door regering en De Nationale Assemblee.

Evenzeer noodzakelijk is de onmiddellijke aanstelling van een Directeur, belast met deze taken. Zonder deze functionaris kan geen sprake zijn van effectieve en samenhangende beleidsontwikkeling.

 

Tijdsfactor en rechtszekerheid

Het uitblijven van beleid ondermijnt de beginselen van rechtszekerheid, behoorlijk bestuur en gelijke behandeling. De beleidsleemte heeft inmiddels een structureel karakter gekregen en raakt direct aan de rechtspositie, rechtszekerheid en bestuurlijke geloofwaardigheid van de Surinaamse staat jegens zijn diaspora.

 

 

Na vijftig jaar onafhankelijkheid kan het ontbreken van een nationaal diasporabeleid niet langer worden gerechtvaardigd door verwijzing naar prioritering, capaciteit of politieke afwegingen. Verdere vertraging ondermijnt het vertrouwen in de uitvoeringskracht van de staat en staat op gespannen voet met beginselen van behoorlijk bestuur.

Het voortduren van deze beleidsleemte heeft directe gevolgen voor personen van Surinaamse afkomst buiten Suriname, onder meer ten aanzien van:

▪ toegang en verblijf;
▪ nationaliteit en daaraan verbonden rechten;
▪ vestiging, arbeid en ondernemerschap;
▪ duurzame betrokkenheid bij de ontwikkeling van Suriname.

 

Oproep tot onmiddellijke bestuurlijke uitvoering

Wij doen een dringend en formeel beroep op u om, zonder verder uitstel en in directe uitvoering van bestaande staatsrechtelijke verplichtingen:

1. op de kortst mogelijke termijn formeel over te gaan tot de oprichting van een Directoraat Diasporabeleid onder het Ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking;
2. gelijktijdig een Directeur aan te stellen met een expliciet en publiek mandaat voor beleidsvoorbereiding, interministeriële coördinatie en beleidsadvisering;
3. dit traject ondubbelzinnig te positioneren als uitvoering van artikel 5, lid 2 van de Toescheidingsovereenkomst van 1975, en niet als een nieuw, experimenteel of vrijblijvend beleidsinitiatief.

Na vijftig jaar is verder uitstel bestuurlijk, juridisch en maatschappelijk niet langer verdedigbaar.

De Surinaamse diaspora vraagt geen uitzonderingspositie en geen gunsten. Zij vraagt uitvoering van geldende afspraken, institutionele duidelijkheid en een geloofwaardig nationaal beleidskader dat recht doet aan haar wereldwijde karakter.

Wij zien uw reactie, mede in het licht van de hierboven geschetste staatsrechtelijke verplichtingen, met de vereiste urgentie tegemoet.

Tevens doen wij het uitdrukkelijke verzoek om, ter gelegenheid van het lopende bezoek van Mr. Owen Venloo aan Suriname, op korte termijn in gesprek te mogen treden met u, teneinde de in deze brief uiteengezette staatsrechtelijke en institutionele vraagstukken nader toe te lichten.

 

Hoogachtend,

Namens de internationaal samengestelde groep opstellers van deze open brief inzake de uitvoering van de Toescheidingsovereenkomst van 1975,

— Mr. Owen Venloo – Wetgevingsjurist staats- en bestuursrecht; voormalig adviseur van het Consulaat-Generaal van de Republiek Suriname te Amsterdam (Nederland)

— Roy Ho Ten Soeng – Oud-voorzitter Surinaams Inspraak Orgaan (SIO) (Nederland)

— Angela Levens-Badeloe – Jurist Vreemdelingenrecht (Nederland)

— Ruben F. del Prado – Publieke gezondheidszorg arts; Managing Director Dek’ati International N.V. (Suriname)

— Jorge-Rafael Ricardo Leysner – Senior Project Manager, The Mulokot Foundation; Director, Canopy Fund (Suriname)

— Alberto M. Boerleider – CEO Keystone Capital Advisory N.V.; Business Analyst (Suriname)

— Brian Tjon A Jong – Chief Financial Officer, verzekeringsmaatschappij (Curaçao)

— Anup Raghoebarsing – Freelance financieel- en risicospecialist (Nederland)

— Asha Brunings – Associate Professor in Microbiology (Verenigde Staten van Noord-Amerika)

— Raymond P. L. Comvalius – Zelfstandig IT-specialist; bestuurlijk actief binnen de Surinaamse diaspora (Nederland)

— Jeffrey Liong A Kong – Bestuurlijk actief binnen de Surinaamse diaspora (Nederland)

— Gloria Bottse – Journalist en Trekker Tra Fas’ De (Suriname)

— Rinaldo Van Rhemen – Analyticus politiek (Nederland)

— Wim d’Agrella – Digital creator, Surinamers in de Verenigde Staten (Verenigde Staten van Noord-Amerika)



Populaire posts van deze blog