Onderzoek naar vervroegde openbaarmaking geheime archieven coup 1980
Op verzoek van de Tweede Kamer is in het najaar
van 2025 een onderzoek gestart naar de vraag of Nederlandse overheidsarchieven
over de militaire coup in Suriname van 1980 eerder openbaar kunnen worden dan
de huidige datum van 2060. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het
Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI), dat hierover in de
loop van 2026 een advies verwacht uit te brengen.
Aanleiding voor het onderzoek is een in de
Tweede Kamer aangenomen motie waarin wordt aangedrongen op maximale
openbaarheid van archieven die betrekking hebben op Suriname in de jaren
tachtig, en in het bijzonder op de gebeurtenissen rond de coup. De motie bouwt
voort op een eerder verzoek uit 2021 en vraagt de minister van Buitenlandse
Zaken om het ACOI actief te betrekken bij de verdere uitwerking.
Advies
over openbaarheid, niet over inhoud
Volgens een woordvoerder van het ACOI richt
het onderzoek zich nadrukkelijk niet op de inhoud van de archieven zelf. “Ons
advies zal geen antwoord geven op de vraag wat er precies in de archieven
staat, maar op de vraag of en hoe meer dossiers, eventueel gefaseerd, openbaar
kunnen worden,” aldus de woordvoerder tegenover EM Newsroom.
Het ACOI raadpleegt daarvoor archieven uit de
periode 1975–1984 die door het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn
overgebracht naar het Nationaal Archief. Het gaat onder meer om het zogeheten
code-archief van Buitenlandse Zaken, waarin diplomatieke stukken uit die jaren
zijn opgenomen.
Daarnaast wil het adviescollege gesprekken
voeren met journalisten, schrijvers en andere direct betrokkenen om een goed
beeld te krijgen van de maatschappelijke en historische betekenis van mogelijke
vervroegde openbaarmaking.
Beperkingen
van de Archiefwet
Voor de betreffende archieven geldt de
Archiefwet 1995. Die wet kent een ander regime dan de Wet open overheid. Zo is
het onder de Archiefwet niet mogelijk om documenten gedeeltelijk openbaar te
maken door gevoelige passages te anonimiseren. “Wij onderzoeken hoe binnen deze
wettelijke kaders toch meer openbaarheid kan worden gerealiseerd,” zegt het
ACOI.
Politieke
achtergrond
De persafdeling van de Tweede Kamer wijst EM
Newsroom erop dat de kwestie begin juni 2025 uitvoerig aan de orde kwam tijdens
een notaoverleg van de commissie Buitenlandse Zaken over Suriname. Tijdens dat
overleg diende Kamerlid Don Ceder van de ChristenUnie een motie in om het ACOI
actief te betrekken bij het proces van openbaarmaking. Die motie werd
aangenomen.
In hetzelfde debat werd ook teruggeblikt op
een soortgelijke motie uit 2021, die destijds niet werd gesteund door onder
meer de PVV. Het volledige verslag van het notaoverleg is openbaar gemaakt door
de Tweede Kamer.
Met het lopende onderzoek lijkt de Kamer nu
een nieuwe stap te zetten in de omgang met een gevoelig en historisch beladen
dossier, dat zowel in Nederland als in Suriname nog altijd maatschappelijke en
politieke betekenis heeft.
