Geen compensatie bij kortingstickets:
rechterlijke uitspraak zet reizigers op scherp
Een uitspraak van de kantonrechter (Rechtbank
Noord- Holland) in augustus werpt nieuw licht op de rechten van
vliegtuigpassagiers met een kortingsticket. De rechter bevestigde dat
luchtvaartmaatschappijen bij gereduceerde tarieven een geldig beroep kunnen
doen op artikel 3 lid 3 van EU-Verordening 261/2004. Deze Europese regeling
geeft reizigers normaal gesproken recht op tot maximaal €600 compensatie bij
een annulering of langdurige vertraging – doorgaans vanaf vier uur, afhankelijk
van de vluchtafstand. Dat recht vervalt echter wanneer de reiziger met een
speciaal, niet-publiek beschikbaar tarief reist, zoals een groeps- of
kortingsboeking.
Vordering
tegen Surinam Airways afgewezen
De zaak betrof twee passagiers die Suriname
Luchtvaart Maatschappij N.V. (Surinam Airways) aansprakelijk stelden voor een
geannuleerde vlucht van Amsterdam naar Paramaribo op 14 oktober 2023. Zij
eisten gezamenlijk €1.200 aan compensatie, aangevuld met rente en bijkomende
kosten.
Passagier 1
eerder gecompenseerd
Surinam Airways kon aantonen dat één van de
passagiers al een bedrag van €641,95 had ontvangen, inclusief wettelijke rente.
Omdat de passagiers dit niet betwistten, oordeelde de rechter dat voor deze
reiziger geen aanvullende compensatie verschuldigd was.
Passagier 2
reisde met kortingstarief
De tweede passagier bleek te hebben gereisd met
een speciaal groeps- en kortingstarief, geboekt onder de naam ‘Rani Ladi Toneel
Groep’. Daardoor is artikel 3 lid 3 van toepassing: de EU-compensatieregels
gelden niet voor reizigers die niet tegen een regulier, publiek tarief vliegen.
Deze passagier had dus geen recht op de standaardvergoeding van €600.
Omdat ook dit punt niet werd bestreden, verklaarde de rechter de gehele
vordering ongegrond.
Passagiers
betalen de kosten
De kantonrechter veroordeelde de passagiers tot
betaling van de proceskosten: €270 aan salaris van de gemachtigde van Surinam
Airways, plus €67,50 aan eventuele nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
Het vonnis is in augustus uitgesproken door een
kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland.
Beeld: flyslm.com
