Koninklijke collectie met 1000 koloniale objecten onderzocht, ook Surinaamse geschiedenis genoemd

Het Nederlandse koningshuis laat voor het eerst uitgebreid onderzoek doen naar koloniale objecten binnen de Koninklijke Verzamelingen. Uit het woensdag gepubliceerde rapport blijkt dat ruim 1.000 voorwerpen zijn onderzocht, afkomstig uit voormalige Nederlandse koloniën zoals Suriname, Indonesië en het Caribisch gebied.

Volgens de onderzoekers bestaat vrijwel de volledige koloniale collectie uit geschenken, maar bij een deel daarvan bestaan “ernstige twijfels” over de vrijwilligheid waarmee ze destijds werden afgestaan.

Suriname

Voor Surinamers is vooral opvallend dat Suriname en het Caribisch gebied een vaste plaats hebben gekregen in het onderzoek. In het rapport wordt een aparte sectie gewijd aan objecten uit Suriname en de voormalige West-Indische koloniën.

Het onderzoek bestrijkt de koloniale periode vanaf ongeveer 1840 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij werd gekeken naar objecten die via gouverneurs, militairen, koloniale bestuurders en lokale machthebbers in bezit kwamen van het Huis Oranje-Nassau.

Drie omstreden voorbeelden genoemd

De onderzoekscommissie noemt meerdere objecten waarvan de aanwezigheid in de collectie mogelijk “niet rechtmatig en rechtvaardig” is.

Het gaat onder meer om:

  • een donderbus van de Indonesische verzetsleider Raden Intan, die in 1856 door Nederlandse militairen werd gedood;
  • een schild uit Atjeh dat vermoedelijk in 1877 als oorlogsbuit werd meegenomen;
  • een gouden amuletketting uit Atjeh die in 1909 aan de Oranjes werd geschonken kort na militaire conflicten.

Volgens het rapport zijn deze objecten direct te koppelen aan koloniale militaire acties.

Koninklijk Huis: “Transparantie noodzakelijk”

Koningin Máxima, voorzitter van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau (SHVON), zegt dat het Koninklijk Huis alle aanbevelingen van de commissie overneemt.

“Transparantie is een voorwaarde voor een open gesprek met betrokkenen uit de landen van herkomst,” aldus Máxima in een verklaring van de Rijksvoorlichtingsdienst.

De stichting wil de volledige onderzoeksgegevens online publiceren zodat landen van herkomst, waaronder Suriname, toegang krijgen tot de informatie.

Hoewel veel aandacht uitgaat naar Indonesië, benadrukken de onderzoekers dat het koloniale verleden van Nederland ook nauw verbonden is met Suriname en de Caribische gebieden.

Onderzoek duurde jaren

Het onderzoek begon in 2022 en werd uitgevoerd door een commissie onder leiding van kunsthistoricus prof. dr. Rudi Ekkart. Ook historica prof. dr. Valika Smeulders en schrijver-historicus dr. Martin Bossenbroek maakten deel uit van de commissie.

Sinds mei 2024 werkte onderzoeker Simone van Wijk fulltime aan het herkomstonderzoek.

Volgens de commissie markeert het rapport “een nieuwe fase” in de omgang van Nederland met koloniale collecties en historisch onrecht.

 Afbeelding: Eindrapport Herkomstonderzoek koloniale objecten in de Koninklijke verzamelingen