NiNsee in gesprek met kabinet over slavernijverleden en herstelbeleid

Vertegenwoordigers van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), het Nationaal Herdenkingscomité Slavernijverleden (HCS) en het Nationaal Slavernijmuseum (NSM) hebben op vrijdag 7 mei een gesprek gevoerd met minister-president Rob Jetten, minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen en minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Pieter Heerma, ondersteund door stafambtenaren. Het overleg stond in het teken van de voortzetting van het nationale en internationale proces van erkenning, herstel en heling rond het trans-Atlantische slavernijverleden en de voortdurende doorwerking daarvan in het heden.



Tijdens het gesprek kwamen onder meer het slavernijdossier, het zogenoemde “na de komma”-proces — gericht op de hedendaagse doorwerking van het slavernijverleden —, de VN-resolutie en de herdenking van 1 juli aan bod. De organisaties benadrukten dat het onder het kabinet-Rutte ingezette traject van excuses, bewustwording, educatie en maatschappelijke dialoog essentieel is, maar nadrukkelijk nog niet is afgerond. Volgens hen vraagt dit proces om een langdurige gezamenlijke inzet van overheid en samenleving, met blijvende aandacht voor maatschappelijke bewustwording en een nationale dialoog met alle betrokken groepen, waaronder mensen uit de diaspora, het Caribisch deel van Nederland, Curaçao, Suriname, inheemse gemeenschappen, marrons en andere nazaten.

Constructief overleg tussen overheid en instituten

De bijeenkomst werd door de deelnemende instituten als constructief ervaren. Vanuit hun verschillende rollen brachten zij hun perspectieven en aandachtspunten naar voren.

Namens het NiNsee schetsten de directeur en de voorzitter de huidige positie van het instituut en de toekomstvisie. Zij benadrukten dat het NiNsee geworteld is in een grassroots-beweging van actieve en betrokken nazaten en gemeenschappen, en dat het instituut zich voorbereidt op zijn 25-jarig jubileum in 2027 – een moment dat zowel beladen als krachtig wordt gedragen door de achterban.

Zorgen over vertrouwen en continuïteit

Belangrijke aandachtspunten waren de betrouwbaarheid van de relatie tussen de (rijks)overheid en de betrokken gemeenschappen, de financieringsstromen en het bestaansrecht van NiNsee. Daarbij werd ook stilgestaan bij gevoelens van teleurstelling, wantrouwen en boosheid binnen de achterban. De minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken erkenden dat het proces rond de VN-resolutie anders had moeten verlopen en dat betrokken instituten eerder en beter betrokken hadden moeten worden.

Internationale ontwikkelingen rond reparatory justice

In het verlengde hiervan benoemde het NiNsee tevens de internationale ontwikkelingen rond reparatory justice (herstelrecht). Volgens het instituut krijgt dit onderwerp steeds meer aandacht binnen onder meer de Verenigde Naties en de Caribische regio. Reparatory justice vraagt om een brede, toekomstgerichte benadering, gericht op structurele versterking van de positie van de Afrikaanse diaspora, kennisontwikkeling, gelijkwaardigheid en duurzame investeringen over generaties heen. Het debat kan volgens het NiNsee niet worden teruggebracht tot uitsluitend financiële compensatie.

Binnenkort vertrekt een delegatie van het NiNsee naar Ghana voor een werkbezoek. In dat kader heeft het NiNsee de minister van Buitenlandse Zaken geadviseerd om dit jaar eveneens een bezoek aan Ghana te brengen, mede in het verlengde van de VN-resolutie. De minister heeft aangegeven daar positief tegenover te staan. Als referentiekader werd tevens gewezen op het 10-puntenplan van CARICOM, evenals op het belang van internationale afstemming, onder meer met Europese partners.

Verkenning nationaal onderzoeksprogramma

In Nederland wordt momenteel verkend hoe het debat rond herstelrecht verder vorm kan krijgen, bijvoorbeeld via de oprichting van een nationaal comité voor reparatory justice, een proces van maatschappelijke dialoog en een onafhankelijk meerjarig onderzoek.

Het NiNsee kondigde aan in december 2026 met een voorstel te komen voor een verkennend nationaal onderzoeksprogramma naar reparatory justice, in samenwerking met nationale en internationale partners. Naar verwachting zal dit onderzoek twee tot drie jaar duren.

Gezamenlijke inzet voor de toekomst

Als concrete stap richting de toekomst deed het NiNsee tevens het aanbod om samen met de overheid op te trekken in de verdere uitwerking van herstelbeleid. Alle partijen spraken uit het gesprek de komende periode voort te zetten, in het besef dat erkenning, herstel en heling continuïteit, zorgvuldigheid en gedeeld maatschappelijk leiderschap vereisen. Aldus een persbericht van het NiNsee.