Inter-Amerikaanse
Mensenrechtencommissie stelt Suriname ultimatum in zaak-Hewitt
Foto Robert Hewitt
De Inter-Amerikaanse Commissie voor de
Rechten van de Mens (IACHR) heeft een belangrijke stap gezet in de zaak van
Robert Karel Hewitt tegen de Staat Suriname. In een officiële brief bevestigt
de Commissie dat zij het dossier heeft onderzocht en een kritisch rapport heeft
aangenomen conform artikel 50 van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de
Mens. De zaak, die draait om vermeende schendingen van mensenrechten, kan
uitmonden in een gang naar het Inter-Amerikaans Hof. De case dateert van 2011
en sleept zich al jaren voort.
Volgens de Commissie zijn in het rapport
concrete aanbevelingen opgenomen die inmiddels zijn doorgestuurd naar de
regering van Suriname. De autoriteiten krijgen een termijn van twee maanden om
verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om aan deze
aanbevelingen te voldoen. Wat er precies in het rapport staat, is niet publiek
gemaakt, maar de toon van de brief aan Hewitt wijst op serieuze zorgen over de
naleving van nationale en internationale verplichtingen .
Tegelijkertijd ligt de bal ook bij Hewitt.
Hij moet binnen één maand duidelijk maken of hij de zaak wil laten escaleren
naar het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens (IACHR) in San José,
Costa Rica. Dit betreft onder meer zijn standpunt over een mogelijke verwijzing
van de zaak naar het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens, evenals
eventuele claims met betrekking tot schadevergoeding en kosten.
Op de achtergrond speelt ook een bredere samenwerking
tussen mensenrechtenactivisten. Zowel Mahin Jankie als Robert Karel Hewitt
hebben zaken tegen de Staat Suriname in behandeling bij de Commissie. Volgens
betrokkenen staan zij voortdurend met elkaar in nauw overleg, waarbij zij hun
ervaringen en kennis uitwisselen en benutten. Deze onderlinge samenwerking
strekt zich ook uit tot hun betrokkenheid bij procedures en contacten binnen de
Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), waar zij elkaars inzichten gebruiken
om hun zaken te versterken. De zaak van Jankie ligt sinds 2005 bij de IACHR. Jankie
feliciteert Hewitt vanuit de Duits-Nederlandse grensstreek bij Nijmegen met
deze ontwikkeling.
Hij memoreert daarbij een andere strijdmakker, Swami Roberts, die inmiddels is ontvallen; ook hij had een zaak bij de Commissie.
De Commissie benadrukt dat, indien de zaak
wordt voorgelegd aan het Hof, de slachtoffers vertegenwoordigd moeten worden
door erkende juridische vertegenwoordigers. Opvallend is dat de Commissie
aangeeft dat de zaak ook zonder volledige documentatie kan doorgaan. Dat wijst
erop dat het dossier voldoende gewicht heeft om verder behandeld te worden,
ongeacht procedurele obstakels.
Voor Suriname betekent dit dat afwachten geen
optie lijkt.
“De Commissie heeft haar aanbevelingen
gepresenteerd aan de Staat Suriname en verwacht binnen twee maanden een
reactie.”
